Voedingsvoorlichting:
3 fysiologische functies van voeding:
- Bouwstoffen: zorgen voor groei, ontwikkeling en herstel van cellen in lichaam.
- Brandstoffen/energieleverende stoffen: zorgen voor energie door het verbranden
van bepaalde voedingsstoffen.
- Regulerende/beschermende stoffen: beschermen lichaam tegen virussen,
ziektes en bacteriën.
Fysiologische voedingsstoffen:
Bouwstoffen Brandstoffen Beschermende stoffen
Water Koolhydraten Vitamines
Koolhydraten Vetten Mineralen
Vetten Eiwitten
Eiwitten
Vitamines
Mineralen
Psychosociale functie van voeding:
Psychologische rol voeding: voeding is het centraal element waarrond de maatschappij
en menselijke beschaving is opgebouwd. In voorouderlijke context betekent samen
eten, samen delen. Samenwerken was noodzakelijk om te kunnen eten want
supermarkten bestonden niet.
,Psychosociale functie van voeding binnen religies:
Joden:
- Eten Koosjer = eten volgens het systeem van spijswetten in het jodendom, het
kasjroet.
- Eten dit niet: kameel, haas, varken, paling, garnaal, kreeft.
- Eten dit wel: rund, schaap, geit, hert.
- Rein eten: eten dat joden wel mogen eten.
- Treife eten: wanneer het eten niet rein is.
- Rustdag: op zaterdag, noemt Sabbat.
Moslims:
- Mogen niets eten/doen dat haram is, zoals: varkensvlees eten, alcohol drinken,
niet-rituele geslachte vleesproducten eten, snoepjes met gelatine in,..
- Eten dit niet: alles wat afgeleid is uit varkensvlees.
- Rustdag: op vrijdag, Moebarek.
Christenen:
- Mogen geen varkensvlees eten omdat het verboden is.
- Rustig: op zondag.
De keuzes voor het niet eten van bepaalde voedingsmiddelen is doordat het geloof en
religie het niet toelaat.
Voedingsbehoeften:
Voedingsmiddelen en voedingsstoffen:
- Voedingsmiddelen: de producten waarin de stoffen zitten die we nodig hebben
om ons lichaam te laten functioneren.
- Voedingsstoffen: de stoffen in voedingsmiddelen die we nodig hebben om ons
lichaam te laten functioneren.
, Essentiële en niet-essentiële voedingsstoffen:
- Essentiële voedingsstoffen: stoffen die het lichaam niet zelf kan aanmaken en
dus uit voedingsmiddelen moeten gehaald worden door ze te eten.
- Niet-essentiële voedingstoffen: stoffen die het lichaam zelf aanmaakt.
BMI = body mass index:
Berekening: gewicht gedeeld door lengte².
BMI lager dan 18,5 = ondergewicht.
BMI tussen 18,5 en 24,9 = gezond gewicht.
BMI tussen 24,9 en 29,9 = overgewicht.
BMI van 30 en hoger = ernstig overgewicht (obesitas).
Doelgroep voor wie het BMI niet geld en waarom:
- Bodybuilders: wegen zwaarder ondanks de hoeveelheid aan spieren.
- Zwangere vrouwen: kindje in buik zorgt voor extra gewicht.
Vertering:
Vertering:
- Vindt plaats in de slokdarm, maag, dunne- en dikke darm.
1) Voedingsstoffen worden afgebroken tot kleine deeltjes.
2) Worden opgenomen in het bloed.
3) Via het bloed worden ze verder vervoerd naar de lichaamsdelen: verteerd.
De vertering en opname van verschillende voedingsstoffen:
- Eiwitten, koolhydraten en vetten: worden niet voldoende afgebroken dus ook niet
opgenomen.