BEW blok 2
• De student kan een groep kinderen (in de gymzaal / speelzaal / speelplaats) in beweging zetten en
de beweging op gang houden
• De student stimuleert d.m.v. activerende instructie de kinderen tot bewegen (plaatje, praatje,
daadje /kort, duidelijk, doelgericht)
• De student begeleidt en stimuleert het bewegingsgedrag tijdens het bewegen
• De student zorgt binnen de activiteit voor:
o vreugde (uitnodigend bewegingsarrangement);
o veelzijdigheid (afwisselende bewegingsvormen);
o veelheid (intensief bewegen);
o veiligheid (op niveau).
• De student biedt naar aanleiding van het gericht observeren, organisatiegerichte leerhulp
(aanpassing arrangement, veranderen regels).
• De student straalt in eigen persoon het plezier in spel en bewegen uit.
• De student sluit met de spelsuggesties aan op de belevingswereld en het spelniveau van de
leerlingen
• De student verbreedt en/of verdiept het spel door zijn deelname aan het spel
• De student gaat verschillende verschijningsvormen van het vak herkennen
• De student verbreedt en fundeert zijn visie op bewegingsonderwijs middels gesprekken met
mentoren en studenten.
• De student neemt het initiatief om het buitenspel van kinderen te stimuleren middels het
ondernemen van activiteiten op het schoolplein
• De student kan een groep kinderen (in de gymzaal / speelzaal / speelplaats) in beweging zetten en
de beweging op gang houden
• De student stimuleert d.m.v. activerende instructie de kinderen tot bewegen (plaatje, praatje,
daadje /kort, duidelijk, doelgericht)
• De student begeleidt en stimuleert het bewegingsgedrag tijdens het bewegen
• De student zorgt binnen de activiteit voor:
o vreugde (uitnodigend bewegingsarrangement);
o veelzijdigheid (afwisselende bewegingsvormen);
o veelheid (intensief bewegen);
o veiligheid (op niveau).
• De student biedt naar aanleiding van het gericht observeren, organisatiegerichte leerhulp
(aanpassing arrangement, veranderen regels).
• De student straalt in eigen persoon het plezier in spel en bewegen uit.
• De student sluit met de spelsuggesties aan op de belevingswereld en het spelniveau van de
leerlingen
• De student verbreedt en/of verdiept het spel door zijn deelname aan het spel
• De student gaat verschillende verschijningsvormen van het vak herkennen
• De student verbreedt en fundeert zijn visie op bewegingsonderwijs middels gesprekken met
mentoren en studenten.
• De student neemt het initiatief om het buitenspel van kinderen te stimuleren middels het
ondernemen van activiteiten op het schoolplein