Anatomie 2:
Hoofdstuk 6 (inclusie spierkaartjes onderbeen)
1. Voorste loge
2. Laterale loge
3. Diepe achterste loge
4. Oppervlakkige achterste loge
5. M. triceps surae
6. Fascien van het onderbeen en ligamenten van de enkel
7. Doorsnede van het onderbeen
2e BACHELOR REVALIDATIEWETENSCHAPPEN EN KINESITHERAPIE
ACADEMIEJAAR 2020-2021
, Hoofdstuk 6: spieren van het onderbeen
voorste loge
M. tibialis
anterior
oorsprong
1. De condylus lateralis en facies fibularis (bovenste 2/3) van de tibia
2. De membrana interossea (halve breedte over bovenste 2/3)
3. De fascia cruris die versterkt wordt door de insertie van M. biceps
femoris
insertie
op de plantaire zijde van het eerste cuneiforme en de basis van het eerste
metatarsaal beentje
→ De insertiepees wordt bedekt door de korte voetspieren
werking
1. Op de losse voet: dorsiflexie (enkel, dan is ze ook zichtbaar) met
zwakkere adductie en supinatie van het talotarsaal (subtalair)
gewricht
2. Met de voet op de grond: naar voor brengen van het been
3. Bij het gaan wordt deze spier sterk aangesproken
uitzicht
= spoelvormige spierbuik + heeft een vlezige oorsprong met een
insertiepees die verschijnt in het distale 1/3 van het been.
Deze wordt door versterkingen van de fascia (retinacula extensorum)
tegen de tarsus gehouden. Daar is ook een peesschede.
Ze verloopt aan de mediale rand van de voet.
De spier is de meest mediale en ligt vlak tegen de margo anterior van de
tibia. Aan de diepe en laterale zijde ligt de N. fibularis profundus.
innervatie
N. fibularis profundus, L4 en vooral L5
Hoofdstuk 6 (inclusie spierkaartjes onderbeen)
1. Voorste loge
2. Laterale loge
3. Diepe achterste loge
4. Oppervlakkige achterste loge
5. M. triceps surae
6. Fascien van het onderbeen en ligamenten van de enkel
7. Doorsnede van het onderbeen
2e BACHELOR REVALIDATIEWETENSCHAPPEN EN KINESITHERAPIE
ACADEMIEJAAR 2020-2021
, Hoofdstuk 6: spieren van het onderbeen
voorste loge
M. tibialis
anterior
oorsprong
1. De condylus lateralis en facies fibularis (bovenste 2/3) van de tibia
2. De membrana interossea (halve breedte over bovenste 2/3)
3. De fascia cruris die versterkt wordt door de insertie van M. biceps
femoris
insertie
op de plantaire zijde van het eerste cuneiforme en de basis van het eerste
metatarsaal beentje
→ De insertiepees wordt bedekt door de korte voetspieren
werking
1. Op de losse voet: dorsiflexie (enkel, dan is ze ook zichtbaar) met
zwakkere adductie en supinatie van het talotarsaal (subtalair)
gewricht
2. Met de voet op de grond: naar voor brengen van het been
3. Bij het gaan wordt deze spier sterk aangesproken
uitzicht
= spoelvormige spierbuik + heeft een vlezige oorsprong met een
insertiepees die verschijnt in het distale 1/3 van het been.
Deze wordt door versterkingen van de fascia (retinacula extensorum)
tegen de tarsus gehouden. Daar is ook een peesschede.
Ze verloopt aan de mediale rand van de voet.
De spier is de meest mediale en ligt vlak tegen de margo anterior van de
tibia. Aan de diepe en laterale zijde ligt de N. fibularis profundus.
innervatie
N. fibularis profundus, L4 en vooral L5