Anatomie 2:
Functionele anatomie: Wervelkolom
1. Bekken(regio)
2. Herhaling algemene WK en lumbale wervelkolom
2e BACHELOR REVALIDATIEWETENSCHAPPEN EN KINESITHERAPIE
ACADEMIEJAAR 2020-2021
,Functionele anatomie onderste lidmaat: Wervelkolom
1. bekken(regio)
1.1 beenderige structuren
- 3 botstukken
- os coccygis hecht aan os sacrum = stuitbeen/ staartbeen
- heeft 3-4 vergroeide staartwervels
- door de cornua coccygea + rudimentaire wervellichamen staan ze in
contact met het os sacrum via art sacrococcygea ( dit gewricht is een
amphiartose = sacrale gewrichtsoppervlak is convex en het
coccygeale gewrichtsoppervlak is concaaf)
- flexie en extensie is mogelijk passief tijdens bevalling en
defecatie (= naar toilet gaan) tussen os sacrum en os coccygis
→ gewricht wordt in stand gehouden door het lig. interosseum ( is
binnen dat gewricht, tussen het os sacrum en staartbeentje)
→ die overeenkomt met discus intervertebralis
→het gewricht wordt ook nog eens verstevigd door ligamenten
rondom het gewricht ( lopen er rond), in 3 groepen:
- voorste groep = ligamenta sacrococcygeale ventralia
= uitloper van lig. longitudinale anterius
- achterste groep = ligamenta sacrococcygeale dorsale
- laterale groep = ligamenta sacrococcygeale laterale
- os sacrum
→ 5 vergroeide sacrale wervels
→ facies pelvina/ ventralis ( hierop kan verschillende vergroeide wervels zien)
- je kan lijntjes zien die de wervels onderscheiden = linea transversae
- foramina sacralia anteriora → aan beide zijden van linea transversae
- basis ossis sacri = craniale gedeelte van os sacrum + is in
bovenaanzicht het contactoppervlak met L5
- promontorium = voorste zijde van basis ossis sacri
- apex ossis sacri = meest caudale gedeelte van os sacrum
→ facies dorsalis
- crista sacralis mediana (vergroeiing van de processi spinosi), medialis
( 2x vergroeiing van gewrichtsuitsteeksels naast crista sacralis
mediana) en lateralis (2x vergroeiing van rudimentaire zij-uitsteeksels)
- hiatus sacralis → het einde van de crista sacralis mediana
= caudale opening van het wervelkanaal
- cornua sacralia = 2x uitsteekseltjes lateraal van de hiatus sacralis
- canalis sacralis = craniale opening van wervelkanaal
- processi articulares superior = lateraal van canalis facialis, die gaat
articuleren met de processus articularis inferior van L5
- foramina sacralis posteriora = komen paarsgewijs voor
→ facies auricularis (= articulatievlak voor os coxae aan beide zijkanten)
, - 2x (rechts en links) os coxae
= heupbeen, dat bestaat uit:
1. os ilium
2. os ischium
3. os pubis
sacro iliacale (SI) gewricht 2x:
→ als je dit als boek openslaat en de 2 botstukken over een verticale as krijg
je een goed beeld van de overeenkomsten tussen de 2 gewrichtsvlakken:
1. facies auricularis van os ilium
→ ligt op dorso-craniale binnenzijde van het os ilium
→ heeft de vorm van een halve maan
→ is concaaf in dorso-craniale richting
→ bestaat centraal uit een uitstekende richel ( is gebogen) die
begrensd is door 2 groeven en beschrijft de omtrek van een cirkel
waarvan het middelpunt gelegen is op de tuberositas iliaca ( dit is een
plek waar sterkte sacro iliacale ligamenten gaan aanhechten)
→ bestaat voornamelijk uit fibreus kraakbeen
2. facies auricularis van os sacrum
→ is qua vorm het negatief van deze op het os ilium
→ het heeft deze keer geen richel, maar wel een groeve die dezelfde
cirkel gaat beschrijven en die begrensd is door 2 richels
⇒ passen zo mooi in elkaar
→ bestaat voornamelijk uit hyalien kraakbeen
→ anterieur is dit een synoviaal gewricht ( = gewricht waarbij
gewrichtskapsel aanwezig is, vocht, ..)
→ posterieur is het gewricht een syndesmose dankzij de ligamenta
sacro-iliaca interossea die zich binnen in het gewricht bevinden
symphysis pubica:
= kraakbenige verbinding
= mediale deel van elk os pubis = facies symphysialis + is bekleed met
kraakbeen → beide uiteinden vormen het articulatievlakje voor het symphysis
pubica en zijn verbonden door vezelig kraakbeen met daartussen de discus
interpubicus
→ aan het craniale gedeelte vinden we het lig. pubicum superius en aan de
onderzijde vinden we het lig. pubicum arcuatum/ lig. inferius
→ = amphiartrose, net zoals art. sacrococcygea, waardoor het dus een
geringe beweeglijkheid heeft ( bijna niets), maar naar einde van
zwangerschap/ bij de bevalling zorgt de opname van water in de weke delen
ervoor dat er meer beweeglijkheid zal mogelijk zijn → beide ossa pubis
kunnen dan licht tov elkaar verschuiven (nodig om de foetus door te laten)
Functionele anatomie: Wervelkolom
1. Bekken(regio)
2. Herhaling algemene WK en lumbale wervelkolom
2e BACHELOR REVALIDATIEWETENSCHAPPEN EN KINESITHERAPIE
ACADEMIEJAAR 2020-2021
,Functionele anatomie onderste lidmaat: Wervelkolom
1. bekken(regio)
1.1 beenderige structuren
- 3 botstukken
- os coccygis hecht aan os sacrum = stuitbeen/ staartbeen
- heeft 3-4 vergroeide staartwervels
- door de cornua coccygea + rudimentaire wervellichamen staan ze in
contact met het os sacrum via art sacrococcygea ( dit gewricht is een
amphiartose = sacrale gewrichtsoppervlak is convex en het
coccygeale gewrichtsoppervlak is concaaf)
- flexie en extensie is mogelijk passief tijdens bevalling en
defecatie (= naar toilet gaan) tussen os sacrum en os coccygis
→ gewricht wordt in stand gehouden door het lig. interosseum ( is
binnen dat gewricht, tussen het os sacrum en staartbeentje)
→ die overeenkomt met discus intervertebralis
→het gewricht wordt ook nog eens verstevigd door ligamenten
rondom het gewricht ( lopen er rond), in 3 groepen:
- voorste groep = ligamenta sacrococcygeale ventralia
= uitloper van lig. longitudinale anterius
- achterste groep = ligamenta sacrococcygeale dorsale
- laterale groep = ligamenta sacrococcygeale laterale
- os sacrum
→ 5 vergroeide sacrale wervels
→ facies pelvina/ ventralis ( hierop kan verschillende vergroeide wervels zien)
- je kan lijntjes zien die de wervels onderscheiden = linea transversae
- foramina sacralia anteriora → aan beide zijden van linea transversae
- basis ossis sacri = craniale gedeelte van os sacrum + is in
bovenaanzicht het contactoppervlak met L5
- promontorium = voorste zijde van basis ossis sacri
- apex ossis sacri = meest caudale gedeelte van os sacrum
→ facies dorsalis
- crista sacralis mediana (vergroeiing van de processi spinosi), medialis
( 2x vergroeiing van gewrichtsuitsteeksels naast crista sacralis
mediana) en lateralis (2x vergroeiing van rudimentaire zij-uitsteeksels)
- hiatus sacralis → het einde van de crista sacralis mediana
= caudale opening van het wervelkanaal
- cornua sacralia = 2x uitsteekseltjes lateraal van de hiatus sacralis
- canalis sacralis = craniale opening van wervelkanaal
- processi articulares superior = lateraal van canalis facialis, die gaat
articuleren met de processus articularis inferior van L5
- foramina sacralis posteriora = komen paarsgewijs voor
→ facies auricularis (= articulatievlak voor os coxae aan beide zijkanten)
, - 2x (rechts en links) os coxae
= heupbeen, dat bestaat uit:
1. os ilium
2. os ischium
3. os pubis
sacro iliacale (SI) gewricht 2x:
→ als je dit als boek openslaat en de 2 botstukken over een verticale as krijg
je een goed beeld van de overeenkomsten tussen de 2 gewrichtsvlakken:
1. facies auricularis van os ilium
→ ligt op dorso-craniale binnenzijde van het os ilium
→ heeft de vorm van een halve maan
→ is concaaf in dorso-craniale richting
→ bestaat centraal uit een uitstekende richel ( is gebogen) die
begrensd is door 2 groeven en beschrijft de omtrek van een cirkel
waarvan het middelpunt gelegen is op de tuberositas iliaca ( dit is een
plek waar sterkte sacro iliacale ligamenten gaan aanhechten)
→ bestaat voornamelijk uit fibreus kraakbeen
2. facies auricularis van os sacrum
→ is qua vorm het negatief van deze op het os ilium
→ het heeft deze keer geen richel, maar wel een groeve die dezelfde
cirkel gaat beschrijven en die begrensd is door 2 richels
⇒ passen zo mooi in elkaar
→ bestaat voornamelijk uit hyalien kraakbeen
→ anterieur is dit een synoviaal gewricht ( = gewricht waarbij
gewrichtskapsel aanwezig is, vocht, ..)
→ posterieur is het gewricht een syndesmose dankzij de ligamenta
sacro-iliaca interossea die zich binnen in het gewricht bevinden
symphysis pubica:
= kraakbenige verbinding
= mediale deel van elk os pubis = facies symphysialis + is bekleed met
kraakbeen → beide uiteinden vormen het articulatievlakje voor het symphysis
pubica en zijn verbonden door vezelig kraakbeen met daartussen de discus
interpubicus
→ aan het craniale gedeelte vinden we het lig. pubicum superius en aan de
onderzijde vinden we het lig. pubicum arcuatum/ lig. inferius
→ = amphiartrose, net zoals art. sacrococcygea, waardoor het dus een
geringe beweeglijkheid heeft ( bijna niets), maar naar einde van
zwangerschap/ bij de bevalling zorgt de opname van water in de weke delen
ervoor dat er meer beweeglijkheid zal mogelijk zijn → beide ossa pubis
kunnen dan licht tov elkaar verschuiven (nodig om de foetus door te laten)