Leerdoel: De student heeft kennis van, inzicht in en/of toepassingsvaardigheid met
betrekking tot: algemene regels aangaande belastingen
Waarom belastingen?
Belangrijk gedeelte van overheidsinkomen (naast premies sociale verzekeringen/
overige bijdragen)
Belastingen om te financieren, te ontmoedigen en te stimuleren
Belastingen hebben voor de overheid een
1. Budgettaire functie
- Financieren overheidstaken
2. Regelende/regulerende functie
- Stimuleren van bepaald gedrag (aftrekposten)
- Ontmoedigen van bepaald gedrag (verbruiksheffingen)
- Bereiken van een rechtvaardige inkomensverdeling (progressief tarief)
Belastingen zijn gedwongen afdrachten aan de overheid die berusten op een
publiekrechtelijke regeling en waartegenover geen rechtstreekse prestatie van de
overheid staat.
Wie heffen belastingen?
Overheid
- Rijksoverheid: inkomensbelasting
- Provincies: wegenbelasting
- Gemeenten: onroerendezaakbelasting, hondenbelasting,
toeristenbelasting
- Schappen (waterschappen): watersysteemheffing
Beginselen van belastingheffing
Belastingdienst dient zich in de uitvoering van haar werkzaamheden te gedragen als
een behoorlijk bestuurder.
Algemene beginselen behoorlijk bestuur (abbb)
- Vertrouwensbeginsel
Een belastingplichtige moet erop kunnen vertrouwen dat de
belastingdienst zijn toezeggingen nakomt.
- Gelijkheidsbeginsel
Gelijke behandeling door de belastingdienst in gelijke gevallen.
- Motiveringsbeginsel
De gronden voor een bepaald besluit van de inspecteur van de
belastingdienst dienen te worden vermeld.
Naast de abbb zijn er ook een aantal beginselen te onderscheiden waar de
belastingheffing op gestoeld is
- Legaliteitsbeginsel
Is iets legaal. Er moet een wettelijke grondslag zijn voor belastingheffing
, - Beginsel van fiscale neutraliteit
Het is niet van belang voor de belastingdienst of de belastingplicht zijn
inkomen heeft verworven op rechtens geoorloofde wijze. Amoreel:
neutraal. Eerste schuldeiser zijn criminelen is de overheid.
- Draagkrachtbeginsel
Er wordt bij belastingheffing rekening gehouden met de draagkracht van
de belastingplichtige (sterke schouders dragen zwaarste lasten)
- Profijtbeginsel
naarmate een belastingplichtige meer voordeel heeft van zaken die de
overheid voor haar rekening neemt, moet hij daar meer belasting voor
betalen dan iemand die daar geen of minder gebruik van maakt.
- Idemniteitsbeginsel
Wie meer schade veroorzaakt moet hier ook meer belasting voor betalen.
- Beginsel van de minste pijn
Door de manier waarop de heffing van bepaalde belastingen plaatsvindt,
merkt de belastingplichtige niet dat er belasting wordt geheven.
- Beginsel van de bevoorrechte verkrijging
als een belastingplichtige een financiële meevaller heeft, wil de fiscus daar
in meedelen door belasting te heffen.
Soorten belastingen
- Inkomstenbelasting
- Vennootschapsbelasting
- Loonbelasting
- Omzetbelasting
- Erfbelasting
- Schenkbelasting
- Kansspelbelasting
- Overdrachtsbelasting
- Motorrijtuigenbelasting
1. Directe & indirecte belastingen
Directe belasting: belastingplichtige betaalt belasting over winst, vermogen en
inkomen zelf, deze is niet af te wentelen op een ander (IB en VpB)
Indirecte belasting: Degene bij wie de belasting wordt geheven belast zijn betaling
door aan een ander; belastingplichtige wentelt belasting af op een ander
(bijvoorbeeld omzetbelasting (=BTW). Wentel je af op een ander
2. Subjectieve & objectieve belastingen
Subjectief: er wordt rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de
persoon (“het subject”) die de belasting verschuldigd is. Voorbeeld:
inkomstenbelasting.
Objectief: alleen kijken naar object van belastingheffing. Er wordt geen rekening
gehouden met persoonlijke omstandigheden (overdrachtsbelasting)
3. Verbruiksbelasting
Het verbruik van goederen of diensten worden belast
Onderscheid tussen:
- Algemene verbruiksbelasting: BTW
- Bijzondere verbruiksbelasting: accijnzen
, 4. Tijdvak - & tijdstipbelasting
Belasting over voordelen die zich in een bepaald tijdvak of op een bepaald tijdstip
voordoen
Tijdvak: inkomstenbelasting over 2021, vennootschapsbelasting over 2021,
omzetbelasting per maand of kwartaal
Tijdstip: erfbelasting bij overlijden, overdrachtsbelasting bij verkrijgen onroerend
goed.
Inkomstenbelasting:
direct, je kunt het niet afwentelen op een ander
subjectief: er wordt rekening gehouden met je persoonlijke omstandigheden
Plaats van het belastingrecht
blz 2259
Bronnen/vindplaatsen van het belastingrecht
1. Belastingwetgeving
- Belastingwetten
- Uitvoeringsbesluiten (AMVB)
- Uitvoeringsregelingen (ministeriële regeling)
2. Jurisprudentie
3. Internationale belastingafspraken
4. Europese richtlijnen
5. Resoluties
6. Gewoonterecht
Materieel en formeel belastingrecht
Belastingwetgeving is te onderscheiden in:
Materieel belastingrecht
- Algemene, ieder bindende voorschriften
- Materieel belastingrecht = heffingswetten
- Inhoudelijke vaststellen belastingplichtige, te betalen bedrag
- Voorbeeld: inkomsten-, overdrachtsbelasting