De oosterse kwestie: desintegratie van het Ottomaanse rijk 1821-1856
Ottomaanse rijk vroeger veel groter, ineengekrompen:
Opmars Habsburgse rijk
Russen namen delen in, daardoor ‘zieke man van
europa’ geworden in 19e eeuw
Perzië werd belangrijker
Intern: inefficiënt gedecentraliseerd politiek
beheer
Nog altijd forse controle over Balkan
Gaven grote vrijheid aan religieuze binnenlandse
volkeren, nationalistisch gevoel
Aftakeling: ook gevolgen voor Europese stabiliteit! in
1815 geen afspraken over gemaakt, want strategisch
vraagstuk
1. Rusland: wil toegang tot Middellandse zee en
controle over ‘Turkse zeestraten’ + Donau
monding voor export en toevoer
2. GB&O: machtsevenwicht tov Rusland, daarom
pro behoud Ottomaanse rijk. GB ook controle
oost-Middellandse zee omwille van India
3. Frankrijk: wil uit keurslijf 1815 breken, oost-
Middellandse Zee is belangrijke mogelijkheid,
worden er actief
4. (Pruisen minder betrokken)
Rusland solidariteit met christenen (leider orthodoxen en Slavische volkeren?)
Nu ideologische dimensie, voorheen met Metternich weinig interesse voor
Griekse onafhankelijkheidsoorlog 1821-1822
West Europa: sympathie met Grieken en Filhelleense comités die in opstand komen in Ottomaanse rijk en vechten
voor onafhankelijkheid
1821: Opstand van Alexander Ypsilantis (Filiki Eteria) snel onderdrukt
1821-22: Opstand in heel Griekenland, voor onafhankelijkheid. Grootschalig geweld aan beide kanten
Massamoorden op Turken (en joden) door nationalisten Grootscheepse Ottomaanse repressie tegen
Grieken
Forse humanitaire crisis, wat is reactie van grootmachten?
1. Rusland
a. sympathie voor de Griekse rebellen (adviseur Ioannis Capodistrias had veel invloed en gevoelig voor
Griekse zaak, stuurde zelfs aan op militaire interventie) (orthodoxe solidariteit)
b. Ottomaanse moordpartijen op Grieken (o.a. Chios), belemmering scheepvaart Turkse Straten
druk ↑
c. Geopolitieke opportuniteiten: langs humanitaire weg greep doen in Balkan en Griekenland als
marionetstaat instellen, controle nemen over Turkse zeestraten
d. Maar tsaar Alexander weigert interventie (Concert-logica, geen grote Europese oorlog) en zuivert
diplomatieke dienst uit van Griekse elementen. Kiest voor concert tegen Grieken
2. Groot-Brittannië
a. Rusland mag geopolitiek niet profiteren, dus Griekenland niet onafhankelijk
b. Regering weerstaat druk van Filhelleense comités
3. Oostenrijk: Idem + Griekse rebellen zijn illegaal, internationaal complot, Sultan steunen
Ottomaanse rijk vroeger veel groter, ineengekrompen:
Opmars Habsburgse rijk
Russen namen delen in, daardoor ‘zieke man van
europa’ geworden in 19e eeuw
Perzië werd belangrijker
Intern: inefficiënt gedecentraliseerd politiek
beheer
Nog altijd forse controle over Balkan
Gaven grote vrijheid aan religieuze binnenlandse
volkeren, nationalistisch gevoel
Aftakeling: ook gevolgen voor Europese stabiliteit! in
1815 geen afspraken over gemaakt, want strategisch
vraagstuk
1. Rusland: wil toegang tot Middellandse zee en
controle over ‘Turkse zeestraten’ + Donau
monding voor export en toevoer
2. GB&O: machtsevenwicht tov Rusland, daarom
pro behoud Ottomaanse rijk. GB ook controle
oost-Middellandse zee omwille van India
3. Frankrijk: wil uit keurslijf 1815 breken, oost-
Middellandse Zee is belangrijke mogelijkheid,
worden er actief
4. (Pruisen minder betrokken)
Rusland solidariteit met christenen (leider orthodoxen en Slavische volkeren?)
Nu ideologische dimensie, voorheen met Metternich weinig interesse voor
Griekse onafhankelijkheidsoorlog 1821-1822
West Europa: sympathie met Grieken en Filhelleense comités die in opstand komen in Ottomaanse rijk en vechten
voor onafhankelijkheid
1821: Opstand van Alexander Ypsilantis (Filiki Eteria) snel onderdrukt
1821-22: Opstand in heel Griekenland, voor onafhankelijkheid. Grootschalig geweld aan beide kanten
Massamoorden op Turken (en joden) door nationalisten Grootscheepse Ottomaanse repressie tegen
Grieken
Forse humanitaire crisis, wat is reactie van grootmachten?
1. Rusland
a. sympathie voor de Griekse rebellen (adviseur Ioannis Capodistrias had veel invloed en gevoelig voor
Griekse zaak, stuurde zelfs aan op militaire interventie) (orthodoxe solidariteit)
b. Ottomaanse moordpartijen op Grieken (o.a. Chios), belemmering scheepvaart Turkse Straten
druk ↑
c. Geopolitieke opportuniteiten: langs humanitaire weg greep doen in Balkan en Griekenland als
marionetstaat instellen, controle nemen over Turkse zeestraten
d. Maar tsaar Alexander weigert interventie (Concert-logica, geen grote Europese oorlog) en zuivert
diplomatieke dienst uit van Griekse elementen. Kiest voor concert tegen Grieken
2. Groot-Brittannië
a. Rusland mag geopolitiek niet profiteren, dus Griekenland niet onafhankelijk
b. Regering weerstaat druk van Filhelleense comités
3. Oostenrijk: Idem + Griekse rebellen zijn illegaal, internationaal complot, Sultan steunen