Het revolutiejaar 1848
Hevige opstanden in verscheidene landen met sterkere socialistische component (wantoestanden zorgde voor
socialistische bewegingen)
o Polen (1846) aspiraties voor “Groot-Polen”
o Zwitserland (1847-’48 – kleine burgeroorlog)
o Sicilië, Napels
o Frankrijk (Februarirevolutie)
Burgerij en proletariaat eisen
Meer stemrecht
Betere sociale omstandigheden
Assertievere buitenlandse politiek, solidariteit met Polen (altijd onderdrukt en
bedreigd door omliggende grootmachten), Italianen (om later mss invloed te
krijgen)..
Koning Louis-Philippe afgezet Tweede Republiek onder Lamartine : voorzichtig
buitenlands beleid, maar grote verklaringen in pers
Eind 1848 verkiezingen: President Louis-Napoleon Bonaparte (neef) verkozen, veroorzaakt
onrust
1852: keizer Napoleon III
Reactionair repressief bewind, autocratisch gezag
Geen absolute macht want heeft steun van katholieken nodig
Wil 1815 ongedaan maken
Geen reactie grootmachten, men wil geen economische schade en slachtoffers
o Oostenrijk (Wenen, Hongarije, Bohemen, Venetië, Milaan) en Italië
Maart 1848: Metternich treedt af, maar Habsburgse monarchie blijft
Overal onrust – Hongaarse republiek 1848-’49 (beperkte periode)
Opstand in Sicilië, Napels, Toscane
Revolutie in Lombardije en Venetië: “republieken”
Revolutie in Rome: “republiek” van Mazzini & Garibaldi (rebellenleider)
o Duitse vorstendommen
Antecedenten: Franse dreiging tijdens Louis Philippe (1840) en oorlog met Denemarken
Ideologische gelijkheid met frankrijk, maar geopolitieke spanning: territoriale
agenda’s niet te verzoenen
Liberaal-nationalistische beweging voor eenmaking, mee aangewakkerd door Parijse
revolutie 1848 (vrees n.a.v. liberale opstand in F…!) D. eenmaking, als bescherming
tegen F en R
Her en der opstanden en revoluties in Duitse Bond
1848: Pruisische koning doet toegevingen aan liberale opstandelingen (acute situatie)
1848: Crisis met Denemarken omtrent Sleeswijk-Holstein (onverzoenbare Duitse en Deense
nationalismen)
Rusland en GB willen geen sterk eengemaakt Duitsland, maar hangt wel in de lucht
Pruisische koning onder druk
Pruisen en duitse bond olv Pruisen? Of Groot-Duitsland? (integratie oostenrijk met
Pruisen Duitse bond?)
o Pruisen
o Pauselijke staten
Betekenis van 1848: bom onder Weense orde
1. Transnationale beïnvloeding / domino-effect
2. Liberaal, nationalistisch en socialistisch – tegen Ancien Régime en sociale omstandigheden
3. Geen socialistische successen
4. Reactie
5. Pogingen tot Italiaanse en Duitse eenmaking
6. Einde van een politieke generatie
Geopolitieke consequenties
1. GB en Rusland vrezen instorting van Oostenrijk
a. GB vreest o.a. Russische expansie in Balkan en Midden-Oosten
b. Rusland houdt vast aan 1815 en Heilige Alliantie, vreest opstanden in eigen rijk (Polen!), vreest een
te sterk Pruisen
Hevige opstanden in verscheidene landen met sterkere socialistische component (wantoestanden zorgde voor
socialistische bewegingen)
o Polen (1846) aspiraties voor “Groot-Polen”
o Zwitserland (1847-’48 – kleine burgeroorlog)
o Sicilië, Napels
o Frankrijk (Februarirevolutie)
Burgerij en proletariaat eisen
Meer stemrecht
Betere sociale omstandigheden
Assertievere buitenlandse politiek, solidariteit met Polen (altijd onderdrukt en
bedreigd door omliggende grootmachten), Italianen (om later mss invloed te
krijgen)..
Koning Louis-Philippe afgezet Tweede Republiek onder Lamartine : voorzichtig
buitenlands beleid, maar grote verklaringen in pers
Eind 1848 verkiezingen: President Louis-Napoleon Bonaparte (neef) verkozen, veroorzaakt
onrust
1852: keizer Napoleon III
Reactionair repressief bewind, autocratisch gezag
Geen absolute macht want heeft steun van katholieken nodig
Wil 1815 ongedaan maken
Geen reactie grootmachten, men wil geen economische schade en slachtoffers
o Oostenrijk (Wenen, Hongarije, Bohemen, Venetië, Milaan) en Italië
Maart 1848: Metternich treedt af, maar Habsburgse monarchie blijft
Overal onrust – Hongaarse republiek 1848-’49 (beperkte periode)
Opstand in Sicilië, Napels, Toscane
Revolutie in Lombardije en Venetië: “republieken”
Revolutie in Rome: “republiek” van Mazzini & Garibaldi (rebellenleider)
o Duitse vorstendommen
Antecedenten: Franse dreiging tijdens Louis Philippe (1840) en oorlog met Denemarken
Ideologische gelijkheid met frankrijk, maar geopolitieke spanning: territoriale
agenda’s niet te verzoenen
Liberaal-nationalistische beweging voor eenmaking, mee aangewakkerd door Parijse
revolutie 1848 (vrees n.a.v. liberale opstand in F…!) D. eenmaking, als bescherming
tegen F en R
Her en der opstanden en revoluties in Duitse Bond
1848: Pruisische koning doet toegevingen aan liberale opstandelingen (acute situatie)
1848: Crisis met Denemarken omtrent Sleeswijk-Holstein (onverzoenbare Duitse en Deense
nationalismen)
Rusland en GB willen geen sterk eengemaakt Duitsland, maar hangt wel in de lucht
Pruisische koning onder druk
Pruisen en duitse bond olv Pruisen? Of Groot-Duitsland? (integratie oostenrijk met
Pruisen Duitse bond?)
o Pruisen
o Pauselijke staten
Betekenis van 1848: bom onder Weense orde
1. Transnationale beïnvloeding / domino-effect
2. Liberaal, nationalistisch en socialistisch – tegen Ancien Régime en sociale omstandigheden
3. Geen socialistische successen
4. Reactie
5. Pogingen tot Italiaanse en Duitse eenmaking
6. Einde van een politieke generatie
Geopolitieke consequenties
1. GB en Rusland vrezen instorting van Oostenrijk
a. GB vreest o.a. Russische expansie in Balkan en Midden-Oosten
b. Rusland houdt vast aan 1815 en Heilige Alliantie, vreest opstanden in eigen rijk (Polen!), vreest een
te sterk Pruisen