Histologie en histopathologie van de orgaanstelsels
Hart
Functie van hart en bloedvaten
- Transport van zuurstof en voedingsstoffen
- Transport van kooldioxide en afvalstoffen
- Transport van hormonen
- Transport van immunocompetente cellen en eiwitten
- Transport van warmte
- Systeem van bloestolling
- Pompsysteem
Functie van de lymfevaten
- Drainage van lichaamsvocht
- Transport van immunocompetente cellen en eiwitten
Anatomie en histologie
- Atriaal syncytium
- Ventriculair syncytium
Geleidingssysteem
- Sinusknoop
- Atrioventriculaire knoop
- Bundel van His
- Purkinjevezels -> zijn gemodifieerde hartspiervezels in het geleidingssysteem van het hart
Innervatie
- Orthosympatisch – parasympatisch
- Sensibele banen
Regulatie
- Baro- en chemoreceptoren
Het hart is gelegen in de pericardiale ruimte, wat bekleed is met een visceraal blad en een parietaal
blad van het pericard. Het pericard bestaat uit afgeplatte cellen met daaronder een dun losmazig
bindweefsellaagje.
Het hart is opgebouwd uit drie lagen:
- Endocard
o Endotheel
o Dun subendotheliaal laagje van losmazig collageen
bindweefsel
- Myocard
o Hartspiercellen
o Bindweefselskelet
- Epicard
o Losmazig bindweefsel
o Pericardiale ruimte
o Dicht bindweefsel (pericard)
,Op de horizontale zijde zie je gap junctions, oftewel
nexusverbindingen. Op de verticale zijde zie je
hechtingsstructuren, oftewel desmosomen.
Het transversale systeem, de T-tubuli, zijn geen
organellen maar het zijn buisvormige instulpingen van
het sarcolemma.
Hartspierweefsel
- Een tot twee kernen
- Centraal gelegen kern
- Diaden ter hoogte van de Z-lijn
- Zeer rijk gevasculariseerd
- Mitochondria = 23% cytoplasma
- Vertakte cellen (cfr intercalaire schijven)
- Frequente aanwezigheid van gap junctions in het atriaal syncytium
- Atriale granulen die ANF bevatten (voornamelijk atriaal):
o Bloeddruk verlagend
o Elektrolietenhuishouding
Het hartgeleidingssysteem
- Nodus sinuatrialis (sinusknoop)
o Subepicardiaal gelegen ter hoogte van
overgang van vena cava cranialis in rechter
atrium
- Nodus atrioventricularis (atrioventriculaire knoop)
o Subendocardiaal gelegen in laagste deel van
interatriaal spetum
- Fasiculus atrioventricularis (bundel van His)
o Ontspringt uit atrioventriculaire knoop,
doorboort het atrioventriculair septum en
splitst in crus dexter en crus sinister
o Beide takken van de bundel van His verlopen endocardiaal of oppervlakkig in
myocard beiderzijds van het interventriculair septum en waaieren uit in de vezels
van Purkinje
Nodale cellen
- Liggen in beide nodi en in begin van fasciculus
- Gemodifieerde hartcellen, kleiner, rijker aan glycogeen
- Onduidelijke intercalaire schijven, onduidelijke dwarsstreping
- Niet altijd van fibroblasten te onderscheiden
- Vormen een weinig georiënteerd netwerk
Vezels van Purkinje
- In beide crura en eindvertakkingen
- Zwaarder dan gewone hartspiercellen
- Centrale zone van cel rijk aan glycogeen en MT – blekere aankleuring
- Myofibrillen enkel perifeer
- Onduidelijke intercalaire schijven
- Geen transversaal tubulair systeem
- Veel mitochondria
,Innervatie
- Parasympathicus (vertraging)
- Orthosympathicus (versnelling)
- Sensibele innervatie
Regulatie
- Carotis sinus en -lichaampjes
- Aortaboog
Baroreceptoren: bloeddruk
Chemoreceptoren: O2 – CO2 – H+
Cirkel: gewone hartspiercellen
Rechthoek: vezels van Purkinje
Carotislichaampjes bevatten glomuscellen
type I en type II. Type II zijn ondersteunende
cellen. Type I scheiden stoffen af.
Type I cellen
Bloedvaten
Algemene opbouw bloedvaten
Tunica intima
- Aaneengesloten endotheel op lamina basalis
- Subendotheliaal bindweefsel
- [Membrana (lamina) elastica interna]
Tunica media = spierlaag
- Circulair gerangschikte gladde spiercellen
- Extracellulaire matrix: rijk aan proteoglycanen, collageen en elastische bindweefselvezels;
geproduceerd door gladde spiercellen
- [Membrana (lamina) elastica externa]
Tunica adventitia = bindweefsellaag
- Bindweefselvezels
- Zenuwbundels, vetweefsel, bloedvaten (vasa vasorum)
, Macrocirculatie = blote oog
- Elastische arterie
- Musculeuze arterie
Microcirculatie = microscoop
- Arteriolen
- Metarteriolen
- Capillairen
- Postcapillaire venulen
- Vezamelvenulen
- Musculeuze venulen
Capillairen = haarvaten
- Capillairbed = anastomoserend netwerk tussen terminale arteriolen en postcapillaire venulen
- Meestal niet volledig met bloed doorstroomt
Endotheel = eenlagig plaveiselepitheel van het volledige
circulatiesysteem
- Zeer platte cellen; kern puilt uit in het lumen
- Cytoplasma met ER en intermediaire filamenten
- Golgi, centriolen, transportvesikels en weinig
mitochondriën
- Onderling weinig adherenscontacten, wel
occludensverbindingen (tight junction)
- Pericyten zitten rondom het endotheel (zie grote kern
linksonder)
- Continu of gefenestreerd endotheel: endotheel is
aaneengesloten of er zitten kleine fenestrae tussen
- Heeft adhesiemoleculen (bijvoorbeeld selectines) aan
het oppervlak voor adhesie van witte bloedcellen
- Bij ontsteking verhoogde expressie van ICAM-I zodat
adhesie en extravasatie wordt bevordert
Endotheel functie
- Permeabiliteitsbarrière!
- Synthese van elementen voor lamina basalis
- Productie stollingsfactoren
- Productie van factoren die thrombusvorming promoten
- Productie en secretie van moleculen die pathologische thrombusvorming tegengaan
- Produceert vasoactieve stoffen die invloed hebben op gladde spieren
- Productie van moleculen die betrokken zijn bij inflammatoire reacties
- Productie groeifactoren
- Inactiveert bradykinine, serotonine, prostaglandinen, noradrenaline, thrombine
Grotere moleculen passeren endotheel via
1. Pericellulaire passage: intercellulaire spleten tussen de occuldensverbindingen
2. Diacytose of transcytose voor grotere moleculen
Hart
Functie van hart en bloedvaten
- Transport van zuurstof en voedingsstoffen
- Transport van kooldioxide en afvalstoffen
- Transport van hormonen
- Transport van immunocompetente cellen en eiwitten
- Transport van warmte
- Systeem van bloestolling
- Pompsysteem
Functie van de lymfevaten
- Drainage van lichaamsvocht
- Transport van immunocompetente cellen en eiwitten
Anatomie en histologie
- Atriaal syncytium
- Ventriculair syncytium
Geleidingssysteem
- Sinusknoop
- Atrioventriculaire knoop
- Bundel van His
- Purkinjevezels -> zijn gemodifieerde hartspiervezels in het geleidingssysteem van het hart
Innervatie
- Orthosympatisch – parasympatisch
- Sensibele banen
Regulatie
- Baro- en chemoreceptoren
Het hart is gelegen in de pericardiale ruimte, wat bekleed is met een visceraal blad en een parietaal
blad van het pericard. Het pericard bestaat uit afgeplatte cellen met daaronder een dun losmazig
bindweefsellaagje.
Het hart is opgebouwd uit drie lagen:
- Endocard
o Endotheel
o Dun subendotheliaal laagje van losmazig collageen
bindweefsel
- Myocard
o Hartspiercellen
o Bindweefselskelet
- Epicard
o Losmazig bindweefsel
o Pericardiale ruimte
o Dicht bindweefsel (pericard)
,Op de horizontale zijde zie je gap junctions, oftewel
nexusverbindingen. Op de verticale zijde zie je
hechtingsstructuren, oftewel desmosomen.
Het transversale systeem, de T-tubuli, zijn geen
organellen maar het zijn buisvormige instulpingen van
het sarcolemma.
Hartspierweefsel
- Een tot twee kernen
- Centraal gelegen kern
- Diaden ter hoogte van de Z-lijn
- Zeer rijk gevasculariseerd
- Mitochondria = 23% cytoplasma
- Vertakte cellen (cfr intercalaire schijven)
- Frequente aanwezigheid van gap junctions in het atriaal syncytium
- Atriale granulen die ANF bevatten (voornamelijk atriaal):
o Bloeddruk verlagend
o Elektrolietenhuishouding
Het hartgeleidingssysteem
- Nodus sinuatrialis (sinusknoop)
o Subepicardiaal gelegen ter hoogte van
overgang van vena cava cranialis in rechter
atrium
- Nodus atrioventricularis (atrioventriculaire knoop)
o Subendocardiaal gelegen in laagste deel van
interatriaal spetum
- Fasiculus atrioventricularis (bundel van His)
o Ontspringt uit atrioventriculaire knoop,
doorboort het atrioventriculair septum en
splitst in crus dexter en crus sinister
o Beide takken van de bundel van His verlopen endocardiaal of oppervlakkig in
myocard beiderzijds van het interventriculair septum en waaieren uit in de vezels
van Purkinje
Nodale cellen
- Liggen in beide nodi en in begin van fasciculus
- Gemodifieerde hartcellen, kleiner, rijker aan glycogeen
- Onduidelijke intercalaire schijven, onduidelijke dwarsstreping
- Niet altijd van fibroblasten te onderscheiden
- Vormen een weinig georiënteerd netwerk
Vezels van Purkinje
- In beide crura en eindvertakkingen
- Zwaarder dan gewone hartspiercellen
- Centrale zone van cel rijk aan glycogeen en MT – blekere aankleuring
- Myofibrillen enkel perifeer
- Onduidelijke intercalaire schijven
- Geen transversaal tubulair systeem
- Veel mitochondria
,Innervatie
- Parasympathicus (vertraging)
- Orthosympathicus (versnelling)
- Sensibele innervatie
Regulatie
- Carotis sinus en -lichaampjes
- Aortaboog
Baroreceptoren: bloeddruk
Chemoreceptoren: O2 – CO2 – H+
Cirkel: gewone hartspiercellen
Rechthoek: vezels van Purkinje
Carotislichaampjes bevatten glomuscellen
type I en type II. Type II zijn ondersteunende
cellen. Type I scheiden stoffen af.
Type I cellen
Bloedvaten
Algemene opbouw bloedvaten
Tunica intima
- Aaneengesloten endotheel op lamina basalis
- Subendotheliaal bindweefsel
- [Membrana (lamina) elastica interna]
Tunica media = spierlaag
- Circulair gerangschikte gladde spiercellen
- Extracellulaire matrix: rijk aan proteoglycanen, collageen en elastische bindweefselvezels;
geproduceerd door gladde spiercellen
- [Membrana (lamina) elastica externa]
Tunica adventitia = bindweefsellaag
- Bindweefselvezels
- Zenuwbundels, vetweefsel, bloedvaten (vasa vasorum)
, Macrocirculatie = blote oog
- Elastische arterie
- Musculeuze arterie
Microcirculatie = microscoop
- Arteriolen
- Metarteriolen
- Capillairen
- Postcapillaire venulen
- Vezamelvenulen
- Musculeuze venulen
Capillairen = haarvaten
- Capillairbed = anastomoserend netwerk tussen terminale arteriolen en postcapillaire venulen
- Meestal niet volledig met bloed doorstroomt
Endotheel = eenlagig plaveiselepitheel van het volledige
circulatiesysteem
- Zeer platte cellen; kern puilt uit in het lumen
- Cytoplasma met ER en intermediaire filamenten
- Golgi, centriolen, transportvesikels en weinig
mitochondriën
- Onderling weinig adherenscontacten, wel
occludensverbindingen (tight junction)
- Pericyten zitten rondom het endotheel (zie grote kern
linksonder)
- Continu of gefenestreerd endotheel: endotheel is
aaneengesloten of er zitten kleine fenestrae tussen
- Heeft adhesiemoleculen (bijvoorbeeld selectines) aan
het oppervlak voor adhesie van witte bloedcellen
- Bij ontsteking verhoogde expressie van ICAM-I zodat
adhesie en extravasatie wordt bevordert
Endotheel functie
- Permeabiliteitsbarrière!
- Synthese van elementen voor lamina basalis
- Productie stollingsfactoren
- Productie van factoren die thrombusvorming promoten
- Productie en secretie van moleculen die pathologische thrombusvorming tegengaan
- Produceert vasoactieve stoffen die invloed hebben op gladde spieren
- Productie van moleculen die betrokken zijn bij inflammatoire reacties
- Productie groeifactoren
- Inactiveert bradykinine, serotonine, prostaglandinen, noradrenaline, thrombine
Grotere moleculen passeren endotheel via
1. Pericellulaire passage: intercellulaire spleten tussen de occuldensverbindingen
2. Diacytose of transcytose voor grotere moleculen