Biologie
§1.1 Reducenten
Schimmels en bacteriën horen tot reducenten.
Reducenten: Breken organische stoffen van de dode organismen af tot
anorganische stoffen zoals koolstofdioxide, water en mineralen.
Reducenten zijn het meest actief als ze genoeg zuurstof en vocht krijgen.
Temperatuur moet niet te laag zijn, maar ook in de hitte gaan reducenten dood.
Omdat reducenten ook voedsel afbreken, kunnen ze ook voedselbederf veroorzaken.
§1.2 Schimmels
Schimmels zijn 1 cellig of meercellig. Meercellige schimmels bestaan meestal uit
schimmeldraden. Schimmels zijn eukaryoten micro-organismen, dat betekent dat hun
cellen 1 celkern hebben. Een schimmelcel heeft ook 1 celwand, maar geen
bladgroenkorrels.
Voortplanting
Schimmels planten zich voort door sporen. De sporen ontstaan aan het einde van
schimmeldraden of in paddenstoelen. Gisten planten zich voort door te delen.
Verspreiding
Schimmelsporen worden verspreid door wind en komen daardoor overal terecht. Uit
sporen ontstaan schimmels die overal tot ontwikkeling komen als er vocht en voedsel
voor die sporen aanwezig zijn.
Bestrijding
Met schimmeldodende zalf kunnen voetschimmel en ringworm
worden behandeld. Zaden en voedingsmiddelen worden ook
vaak met schimmelwerende middelen behandeld.
§1.3 Bacteriën
Bacteriën zijn altijd eencellig, en hun cellen zijn kleiner dan die
van de dieren, planten en schimmels. Bacteriën zijn de kleinste
levende wezens. Een bacterie is opgebouwd uit cytoplasma
met 1 celwand. Een bacterie heeft geen kern en ook geen
bladgroenkorrels.
Sommige soorten kunnen zich voortbewegen met een flagel.
Flagel: Zwemstaartje
Bacteriën planten zich voort door te delen.