Financiële markten 1 17.02
VORIGE WEEK
- Financieel systeem gezien, hoofdstuk 1 doorgenomen, ratings
DEZE WEEK
1. Structuur van een bank Activa en Passiva dus kredieten en eigen vermogen
(3%), vreemd vermogen (97%) Een vraag of er te weinig EV was kwam op in 1988.
“misschien moeten we de banken forceren om nog meer kapitaal te houden”
2. Leverage multiplier Rev = Rtv x LM – hoe hoger de Leverage multiplier, hoe
hoger de rendement voor de aandeelhouder.
3. Bazel comité (1974) of Basel I - club die opgericht was om dergelijke problemen op
te lossen na een faillissement van een Duitse bank. Na deze comité is er besloten
dat voor elk krediet dat een bank geeft, moet je 8% eigen vermogen hebben. Dus
voor 100€ krediet, EV=8€. Als we een krediet gaan klasseren, dan kunnen we
Bazel I toepassen omdat niet elk krediet hetzelfde is. D.w.z. dat er altijd een risico
is, moeten we een risicogewicht toekennen. Dus voor overheid zal het 0% zijn
maar voor een bedrijf kan 100% zijn en een lening met een hypotheek garantie zal
50% zijn. Bazel I gaat over kredietrisico.
4. Risk weighted assets (risico gewogen activa) – m.a.w. moet je 8% houden maar
niet van de activa maar van de risico dan die lening. Voor overheid zal het 0% zijn
want 0%* 8% = 0%. Maar voor een bedrijf uit het vorige voorbeeld is gaat dat 8%
zijn en voor het derde voorbeeld met een hypotheek zal het 4% zijn. We kunnen
ook een rentetransformatie doen om in overheid te investeren. In dit geval moeten
we er geen activa hebben omdat de risico 0% bedraagt.
5. EU heeft daarvan een richtlijn gemaakt. Bazel I was alleen een voorstel wat ze
konden doen, maar EU wou iedereen verplichten om dit te doen, zelfs de grote en
de kleine banken. Dus ze hebben een nationale wetgeving en sinds dan moesten
alle lidstaten dit volgen. Van een soft loan naar een hard loan.
6. Kapitaalarbitrage – we gaan dingen anders structureren zodat we minder kapitaal
nodig hebben of gaat dat goedkoper zijn. Vb is in plaats van investeren in
hypotheekleningen waar we 4% activa moeten hebben, gaan we dit obligaties
noemen en dan moeten we 0% activa hebben.
7. Kritiek op bazel I
a. te ruw elke corporate is risico verbonden
b. risico’s zijn niet afgedekt
c. Kapitaalarbitrage
Wat ging met doen? Ze gingen kijken naar marktrisico. Doorgekomen in 1996
met een amendement op Bazel I. Daar had men kwantums ongemaakt. Als we
naar een grafiek gaan kijken zijn we dat vanaf 1900 tot 2016 de grafiek
exponentieel groeide. Er zijn veel schommelingen maar als we algemeen
kijken, is het echt hard gegroeid.
8. Als we investeren moeten we niet alleen dagelijks kijken op de rendement, maar
op een langere periode zoals een jaar. Voor een obligatie van 10% rendement
jaarlijks zien we dat het dagelijks bijna niets opbrengt.
9. Value@risk – geeft een bedrag hoeveel gaat die bankier kunnen verliezen zodanig
dat de 99% van de gevallen kan overleven. Geeft een statistische maat. Je moet
nakijken in je portfolio aan wie je leningen geeft, wat is de risico, hoeveel risico
gewogen activa moet je hebben.
10. Backtesten – werkt je model goed, slecht, redelijk? In 99% ga je 20M verlies
maken (dagelijks) dus die 99% als die betrouwbaarheid is zou op 200d winst
maken. Dus met de model (mathematische modellen) moet je goed bijhouden
zodat het betrouwbaar is, als niet dan gaat de toezichter zeggen dat de bank meer
kapitaal (EV) moet houden. Als je in risk management wil werken dan ga je
dagelijks met modellen werken.
11. Basel II – Had jaren geduurd, min of meer vanaf jaren 00’, kwam tot stand met QIS
approach (Quantitative Impact Study). Originele voorstel van 50p. Groeide tot
~500 pagina’s. Dit toonde hoe het nieuwe systeem moest eruitzien. Basel comité
VORIGE WEEK
- Financieel systeem gezien, hoofdstuk 1 doorgenomen, ratings
DEZE WEEK
1. Structuur van een bank Activa en Passiva dus kredieten en eigen vermogen
(3%), vreemd vermogen (97%) Een vraag of er te weinig EV was kwam op in 1988.
“misschien moeten we de banken forceren om nog meer kapitaal te houden”
2. Leverage multiplier Rev = Rtv x LM – hoe hoger de Leverage multiplier, hoe
hoger de rendement voor de aandeelhouder.
3. Bazel comité (1974) of Basel I - club die opgericht was om dergelijke problemen op
te lossen na een faillissement van een Duitse bank. Na deze comité is er besloten
dat voor elk krediet dat een bank geeft, moet je 8% eigen vermogen hebben. Dus
voor 100€ krediet, EV=8€. Als we een krediet gaan klasseren, dan kunnen we
Bazel I toepassen omdat niet elk krediet hetzelfde is. D.w.z. dat er altijd een risico
is, moeten we een risicogewicht toekennen. Dus voor overheid zal het 0% zijn
maar voor een bedrijf kan 100% zijn en een lening met een hypotheek garantie zal
50% zijn. Bazel I gaat over kredietrisico.
4. Risk weighted assets (risico gewogen activa) – m.a.w. moet je 8% houden maar
niet van de activa maar van de risico dan die lening. Voor overheid zal het 0% zijn
want 0%* 8% = 0%. Maar voor een bedrijf uit het vorige voorbeeld is gaat dat 8%
zijn en voor het derde voorbeeld met een hypotheek zal het 4% zijn. We kunnen
ook een rentetransformatie doen om in overheid te investeren. In dit geval moeten
we er geen activa hebben omdat de risico 0% bedraagt.
5. EU heeft daarvan een richtlijn gemaakt. Bazel I was alleen een voorstel wat ze
konden doen, maar EU wou iedereen verplichten om dit te doen, zelfs de grote en
de kleine banken. Dus ze hebben een nationale wetgeving en sinds dan moesten
alle lidstaten dit volgen. Van een soft loan naar een hard loan.
6. Kapitaalarbitrage – we gaan dingen anders structureren zodat we minder kapitaal
nodig hebben of gaat dat goedkoper zijn. Vb is in plaats van investeren in
hypotheekleningen waar we 4% activa moeten hebben, gaan we dit obligaties
noemen en dan moeten we 0% activa hebben.
7. Kritiek op bazel I
a. te ruw elke corporate is risico verbonden
b. risico’s zijn niet afgedekt
c. Kapitaalarbitrage
Wat ging met doen? Ze gingen kijken naar marktrisico. Doorgekomen in 1996
met een amendement op Bazel I. Daar had men kwantums ongemaakt. Als we
naar een grafiek gaan kijken zijn we dat vanaf 1900 tot 2016 de grafiek
exponentieel groeide. Er zijn veel schommelingen maar als we algemeen
kijken, is het echt hard gegroeid.
8. Als we investeren moeten we niet alleen dagelijks kijken op de rendement, maar
op een langere periode zoals een jaar. Voor een obligatie van 10% rendement
jaarlijks zien we dat het dagelijks bijna niets opbrengt.
9. Value@risk – geeft een bedrag hoeveel gaat die bankier kunnen verliezen zodanig
dat de 99% van de gevallen kan overleven. Geeft een statistische maat. Je moet
nakijken in je portfolio aan wie je leningen geeft, wat is de risico, hoeveel risico
gewogen activa moet je hebben.
10. Backtesten – werkt je model goed, slecht, redelijk? In 99% ga je 20M verlies
maken (dagelijks) dus die 99% als die betrouwbaarheid is zou op 200d winst
maken. Dus met de model (mathematische modellen) moet je goed bijhouden
zodat het betrouwbaar is, als niet dan gaat de toezichter zeggen dat de bank meer
kapitaal (EV) moet houden. Als je in risk management wil werken dan ga je
dagelijks met modellen werken.
11. Basel II – Had jaren geduurd, min of meer vanaf jaren 00’, kwam tot stand met QIS
approach (Quantitative Impact Study). Originele voorstel van 50p. Groeide tot
~500 pagina’s. Dit toonde hoe het nieuwe systeem moest eruitzien. Basel comité