LOGOPEDISCHE VAARDIGHEDEN: ACCENTMETHODE
Onderwijzen van de accentmethode
• Ademhalingsoefeningen + Ontspanningsoefeningen
o Voorbereiding op stemoefeningen
o Onvoldoende beheersen ⇨ nadelig therapie
o Ademhaling:
▪ Abdominale ademhaling
▪ Oefeningen al liggend, zittend & staand
o Ontspanning:
▪ Focus: relaxeren van de nek, de schouders & de articulatieorganen
• Stemoefeningen
Basiskennis notenleer
• Soorten muzieknoten en rusten
• Andere muzieknotaties
o Een stip achter de noot.
▪ Dat betekent: doe de helft van de noot erbij.
o Twee stippen achter de noot.
▪ Dat betekent: doe de helft plus 1/4 deel van de
noot erbij.
o Een verbindingsboogje.
▪ Dat betekent: speel de noten aan elkaar, als één
noot.
o Een fermate.
▪ Dat betekent: speel de noot iets langer.
• Een maat
1
, o
• De maatsoort
o Noemer: kwartnoten worden als 1 tel beschouwd
o Teller: 3 kwartnoten per maat
o Noemer: kwartnoten worden als 1 tel beschouwd
o Teller: 4 kwartnoten per maat
• Een opmaat
o Onvolledige maat
o Vaak aan het begin van een muziekstuk
o Toon wordt niet meteen op de eerste tel ingezet
o
Tempo I – Largo
• ‘langzaam’, breed
• Laagste tempo ⇨ 3 tellen per maat
• Rustige in- en uitademing
• Geen pauzes
• Doel:
o Optimale coördinatie tussen inademingsspieren en spierfuncties voor stemgeving
• Langzame ademritme beheerst?
o Zachte, diepe en gevoileerde stemgeving op een gesloten vocaal
o ‘Diepe zucht- oefening’
o GEEN [h]- klank of glottisslag
o Vaste steminzet
• Stemoefening
o Lage toonhoogte ⇨ stemplooien ontspannen
o Gevoileerde stemkwaliteit ⇨ Bernouilli-effect
o Vaste steminzet ⇨ spaart muceuze membraam rondom randen stemplooien
o Gesloten vocalen ⇨ articulatorische constrictie zal luchtdrukafname dwars over de
stemplooien verminderen
• LET OP: stemoefeningen moeten op normale ademritme
o Te snel = duizeligheid
o Te traag = te lage zuurstofopname
• Lichaams- en armbewegingen!
• 1. basisoefening
o Basishouding = ‘schaatsrijhouding’
▪ 1 voet naar voor
▪ Inademing = voorwaartse beweging
▪ Stemgeving = achterwaartse beweging
▪ Therapeut en patiënt = zij aan zij
▪ Armen = gekruist
• 2. Variatie op basisoefening
o Therapeut en patiënt wisselen elkaar af
o Beide personen tegenover elkaar
o Plaats het ene been voor het andere
2
Onderwijzen van de accentmethode
• Ademhalingsoefeningen + Ontspanningsoefeningen
o Voorbereiding op stemoefeningen
o Onvoldoende beheersen ⇨ nadelig therapie
o Ademhaling:
▪ Abdominale ademhaling
▪ Oefeningen al liggend, zittend & staand
o Ontspanning:
▪ Focus: relaxeren van de nek, de schouders & de articulatieorganen
• Stemoefeningen
Basiskennis notenleer
• Soorten muzieknoten en rusten
• Andere muzieknotaties
o Een stip achter de noot.
▪ Dat betekent: doe de helft van de noot erbij.
o Twee stippen achter de noot.
▪ Dat betekent: doe de helft plus 1/4 deel van de
noot erbij.
o Een verbindingsboogje.
▪ Dat betekent: speel de noten aan elkaar, als één
noot.
o Een fermate.
▪ Dat betekent: speel de noot iets langer.
• Een maat
1
, o
• De maatsoort
o Noemer: kwartnoten worden als 1 tel beschouwd
o Teller: 3 kwartnoten per maat
o Noemer: kwartnoten worden als 1 tel beschouwd
o Teller: 4 kwartnoten per maat
• Een opmaat
o Onvolledige maat
o Vaak aan het begin van een muziekstuk
o Toon wordt niet meteen op de eerste tel ingezet
o
Tempo I – Largo
• ‘langzaam’, breed
• Laagste tempo ⇨ 3 tellen per maat
• Rustige in- en uitademing
• Geen pauzes
• Doel:
o Optimale coördinatie tussen inademingsspieren en spierfuncties voor stemgeving
• Langzame ademritme beheerst?
o Zachte, diepe en gevoileerde stemgeving op een gesloten vocaal
o ‘Diepe zucht- oefening’
o GEEN [h]- klank of glottisslag
o Vaste steminzet
• Stemoefening
o Lage toonhoogte ⇨ stemplooien ontspannen
o Gevoileerde stemkwaliteit ⇨ Bernouilli-effect
o Vaste steminzet ⇨ spaart muceuze membraam rondom randen stemplooien
o Gesloten vocalen ⇨ articulatorische constrictie zal luchtdrukafname dwars over de
stemplooien verminderen
• LET OP: stemoefeningen moeten op normale ademritme
o Te snel = duizeligheid
o Te traag = te lage zuurstofopname
• Lichaams- en armbewegingen!
• 1. basisoefening
o Basishouding = ‘schaatsrijhouding’
▪ 1 voet naar voor
▪ Inademing = voorwaartse beweging
▪ Stemgeving = achterwaartse beweging
▪ Therapeut en patiënt = zij aan zij
▪ Armen = gekruist
• 2. Variatie op basisoefening
o Therapeut en patiënt wisselen elkaar af
o Beide personen tegenover elkaar
o Plaats het ene been voor het andere
2