Hoofdstuk 6 Breuken
Kinderen verwerven het inzicht dat:
● Breuken ontstaan uit verdeelsituaties en meetsituaties
● breuken een verhouding van 2 getallen weergeven
6.1 Breuken in verdeel en meetsituaties
De formele notatie van breuken, met teller en noemer en horizontale breukstreep wordt
meestal geïntroduceerd in groep 6.
Een strook is handig hulpmiddel voor het rekenen met breuken. Dit moet in gelijke stukken
ingedeeld zijn, zo is het meetnauwkeurig.
Het zoeken naar handige verdelingen met stroken kan leiden tot het ontdekken van
gelijkwaardigheid van breuken.
Een breuk is een deel van een geheel.
Gelijkwaardigheid: breuken die er verschillend uitzien maar dezelfde waarde hebben. 6/8 =
3/4
Gelijknamigheid: breuken die dezelfde naam dragen, deze noemer.
6 VERSCHIJNINGSVORMEN (FUNCTIES) VAN BREUKEN:
1. Een deel van een geheel
● De breuk als resultaat van het verdelen van één voorwerp (bijv. Één taart
verdelen)
● 1 object wordt in een aantal stukken verdeeld van gelijke grootte.
2. Een deel van een hoeveelheid/ operator (=vermenigvuldiger)
● Deel van een hoeveelheid (bijv. 1/3 deel van 150 euro= 1/3 x 150).
● Van een aantal wordt een deel genomen als bewerking.
3. Een meetgetal
● De uitkomst van een meting (bijv. lengte van mensen meten)
● Een (gebroken) getal in combinatie met een maat (bijv. ¼ liter)
4. De uitkomst van een verdeling
● De breuk als resultaat voor het eerlijk verdelen van meerdere voorwerpen (bijv.3
pizza's verdelen onder 8 mensen).
5. Breuk als verhouding
● Een vergelijking van 2 gegevens (bijv. 360 kinderen; 1 op de 4 komt met de
auto).
● De verhouding zegt nog niets over het absolute aantal .
6. Een rekengetal
6.2. Een breuk als een verhouding van twee getallen
Kinderen verwerven het inzicht dat:
● Breuken ontstaan uit verdeelsituaties en meetsituaties
● breuken een verhouding van 2 getallen weergeven
6.1 Breuken in verdeel en meetsituaties
De formele notatie van breuken, met teller en noemer en horizontale breukstreep wordt
meestal geïntroduceerd in groep 6.
Een strook is handig hulpmiddel voor het rekenen met breuken. Dit moet in gelijke stukken
ingedeeld zijn, zo is het meetnauwkeurig.
Het zoeken naar handige verdelingen met stroken kan leiden tot het ontdekken van
gelijkwaardigheid van breuken.
Een breuk is een deel van een geheel.
Gelijkwaardigheid: breuken die er verschillend uitzien maar dezelfde waarde hebben. 6/8 =
3/4
Gelijknamigheid: breuken die dezelfde naam dragen, deze noemer.
6 VERSCHIJNINGSVORMEN (FUNCTIES) VAN BREUKEN:
1. Een deel van een geheel
● De breuk als resultaat van het verdelen van één voorwerp (bijv. Één taart
verdelen)
● 1 object wordt in een aantal stukken verdeeld van gelijke grootte.
2. Een deel van een hoeveelheid/ operator (=vermenigvuldiger)
● Deel van een hoeveelheid (bijv. 1/3 deel van 150 euro= 1/3 x 150).
● Van een aantal wordt een deel genomen als bewerking.
3. Een meetgetal
● De uitkomst van een meting (bijv. lengte van mensen meten)
● Een (gebroken) getal in combinatie met een maat (bijv. ¼ liter)
4. De uitkomst van een verdeling
● De breuk als resultaat voor het eerlijk verdelen van meerdere voorwerpen (bijv.3
pizza's verdelen onder 8 mensen).
5. Breuk als verhouding
● Een vergelijking van 2 gegevens (bijv. 360 kinderen; 1 op de 4 komt met de
auto).
● De verhouding zegt nog niets over het absolute aantal .
6. Een rekengetal
6.2. Een breuk als een verhouding van twee getallen