Boot, Louelle
, Hoofdstuk 1: inleiding
Strafrecht: houdt zich bezig met het bestraffen van personen die een
strafbaar feit hebben gepleegd. Het strafrecht regelt wie straf kan krijgen
en waarvoor.
Het straffen gebeurt niet door de burgers zelf maar door de overheid. De
staat heeft het monopolie op straffen.
Burger pleegt strafbaar feit > verantwoording afleggen aan de overheid
> overheid kan namens verantwoording straf opleggen.
Strafrecht is niet het enige rechtsgebied dat de verhoudingen tussen de
burgers en de staat regelt. Deze verhouding wordt zelfs voor een groot
gedeelte beheerst door het bestuursrecht.
Bestuursrecht: regelt de wijze waarop het openbaar bestuur moet
functioneren bij het nemen van beslissingen die de burger direct of
indirect raken.
Doel van straffen:
1. Vergelding
2. Preventie
1. Vergelding: het kwaad dat de dader van een strafbaar feit
veroorzaakt bij het slachtoffer of aan de maatschappij als geheel, wordt
door het opleggen van straf in de eerste plaats vergolden door
leedtoevoeging.
- Dit vergeldingsaspect kan zorgen voor een morele genoegdoening: de
dader heeft kwaad afgeroepen over de samenleving en daarom roept
de samenleving kwaad af over hem.
2. Preventie: wordt minder intuïtief aangevoeld. Deze gaat uit van een
eenvoudig principe, mensen willen geen straf krijgen, dus zullen zij
gedrag dat mogelijk tot straf leidt, zoveel mogelijk proberen te
voorkomen.
- Het opleggen van straf zou er zo toe moeten leiden dat minder mensen
strafbare feiten plegen.
Preventie kan worden onderverdeelt in 2 soorten:
- Speciale preventie
- Generale preventie
Speciale preventie: een dader die een strafrechtelijke norm heeft
overtreden, de volgende keer wel twee keer zal nadenken voordat hij nog
iets dergelijks doet.
- Speciale preventie moet dus: voorkomen of ontmoedigen dat de
gestrafte nog een keer de fout in gaat.