leer ook a.d.h.v. leerdoelen
Les 1
Inleiding in de psychologie
Leerdoelen: inleiding in de psychologie
Psychologie
iedereen beetje psycholoog
¨ Wie zijn de anderen?
¨ Wat zijn hun gedachten, gevoelens, beweegredenen?
¨ Wie ben ik? Wat voel ik? Wat wil ik?
¨ Voorspellen van gedrag
Wat is psychologie?
• Hoe nemen we de dingen waar? Hoe ervaren we?
• Hoe denken, leren, onthouden en vergeten we?
• Wat is intelligentie? Is dit beïnvloedbaar?
• Hoe kunnen we onze gevoelens begrijpen?
• Wie ben ik? Hoe kom ik over bij anderen?
• Hoe kunnen we onze begeleidingen en hulp professionaliseren?
psychologie
= de wetenschappelijke studie van het gedrag en van de mentale processen van individuen.
WETENSCHAPPELIJKE studie
• Verschil van mensenkennis!
• Wetenschappelijk verkregen gegevens
van het GEDRAG
• = waarneembaar
• Hoe pas je je aan aan de omgeving?
• Hoe pas je de omgeving aan?
en de MENTALE PROCESSEN
• = niet waarneembare, inwendige processen
van het INDIVIDU
• Menswetenschappen
• Verschillend van
o Sociologie, antropologie: grote groepen
• Sociale psychologie?
o Gedrag van mens ALS LID van een groep
o nvloed van sociale omgeving op individu
• Dierpsychologie?
Toepassingsgebieden: waar komen we de psychologie tegen?
, • Klinische psychologie
= onderzoek, de diagnose en behandeling van emotionele en gedragsproblemen.
Bv. fobieën, psychosen, depressies, maar ook jeugddelinquentie, verslaving,
mentale achterstand en andere gedragsproblemen.
• Schoolpsychologie
= gericht op opvoeding en onderwijs.
Bv. detecteren en behandelen van leermoeilijkheden, studie- en
beroepskeuze.
• Arbeidspsychologie
= gericht op het bedrijfsleven, een optimale overeenstemming van werknemers
en de organisatie waarbinnen ze werken
Bv. jobanalyse, personeelsselectie, ontwikkeling van opleidingsprogramma's,
leiderschapsstijlen, conflicten hanteren…
Deeldomeinen: welke verschillende studiegebieden zijn er?
• Algemene psychologie
Bestudeert algemeen geldende “regels” in het gedrag bij
o de normale
o volwassen mens
zonder rekening te houden met
o de verschillen tussen mensen
o de invloed die anderen op hen hebben
• Differentiële psychologie
Bestudeert de verschillen tussen mensen
met betrekking tot
o hun karakter
o hun vaardigheden
Verklaart deze a.d.h.v.
o Erfelijkheid: nature
o Opvoedinsfactoren: nurture
• Biologische of fysiologische psychologie
Onderzoekt de rol van biologische factoren
o Hersenen
o Zenuwstelsel
o Hormonen
bij de vorming en verandering van gedrag en mentale processen.
• Sociale psychologie
Bestudeert de invloed van anderen op gedachten, gevoelens en gedragingen.
• Ontwikkelingspsychologie
Bestudeert de ontwikkeling van de mens
o vanaf zijn geboorte tot aan levenseinde
, o Vanuit:
Biologische factoren: nature
Sociale vormingsprocessen: nurture
o subcategorie: gerontologie
• Kwantiatieve psychologie
Ontwikkelen van methoden en modellen om gegevens te verzamelen,
samenvatten, analyseren
Aanverwante studiedomeinen
• Psychiatrie
• Sociologie
• Pedagogiek
o Orthopedagogiek
BIO-PSYCHO-SOCIALE MODEL
Combinatie van factoren die menselijk functioneren beïnvloeden
• Biologische factoren Bv. leeftijd, ziektes, beperkingen, genen,…
Centrale zenuwstelsel
Erfelijkheid
Menselijke evolutie
Andere lichamelijke invloeden
• Psychologische factoren Bv. draagkracht, sociale vaardigheden, IQ,
persoonlijkheid, ontwikkelingsfase, motivatie …
Leerprocesse,
Denkprocessen
Intelegentie
Emoties
Geheugen
Motivatie
Persoonlijkheid
ontwikkeling
• Sociale factoren Bv. gezin, verleden, thuissituatie, sociale netwerk,
werkomstandigheden, cultuur,…
Deel van groep
Kleine schaal
Grote schaal
, alles hierboven niet kennen, wel begrijpen?
Vanaf nu kennen!
Leerdoelen: onderzoeksmethodes
• Kunnen uitleggen wat het verschil is tussen wetenschappelijke kennis en intuïtieve
kennis.
• De verschillende beschrijvende methodes in de psychologie kunnen uitleggen met
hun voor- en nadelen. Voorbeelden van beschrijvende methodes kunnen benoemen
of kunnen herkennen.
• De verschillende verklarende methodes in de psychologie kunnen uitleggen met hun
voor- en nadelen. Voorbeelden van verklarende methodes kunnen benoemen of
kunnen herkennen.
• Aan de hand van een onderzoeksvraag een gepaste methode kunnen voorleggen en
kunnen uitleggen hoe je deze uitwerkt en waarom je deze methode kiest.
• Weten wat correlatie is en wat de gevaren zijn. Aan de hand van een
correlatiecoëfficiënt een stelling herkennen of omgekeerd.
• Kunnen uitleggen waarom kennis van onderzoeksmethodes belangrijk is voor jou als
opvoeder.
Methoden in de psychologie
• Kunnen uitleggen wat het verschil is tussen wetenschappelijke kennis en intuïtieve
kennis.
WETENSCHAPPELIJKE KENNIS INTUÏTIEVE KENNIS
SYSTEMATISCH TOEVALLIGE ERVARINGEN
OBJECTIEF SUBJECTIEF
CONTROLEERBAAR NIET CONTROLEERBAAR
• POPULATIE = personen over wie men iets wil weten
• STEEKPROEF = personen die effectief meedoen aan onderzoek
• RESULTATEN STEEKPROEF -> GENERALISEREN -> POPULATIE
• REPRESENTATIVITEIT!
• Steekproefgrootte: https://nl.checkmarket.com/steekproefcalculator/
• De verschillende beschrijvende methodes in de psychologie kunnen uitleggen met
hun voor- en nadelen. Voorbeelden van beschrijvende methodes kunnen benoemen
of kunnen herkennen.
• Beschrijvende methoden