Hoofdstuk 1: geschiedenis van de anesthesie
1. Geschiedenis van de inhalatie anesthesie
a. PRE 1846
- In middeleeuwen: pijn = onoverkomelijke leed
o Toch al eeuwenlang op zoek naar middelen die pijn konden reduceren
▪ Analgetisch cement: vullen van pijnlijke gaatjes in tanden
▪ Papaver en alruin: bereiden van slaapverwekkende drankjes
- In renaissance: alles uit middeleeuwen werd vernietigd
o Niet medicamenteuze pijnbestrijding
▪ Koude
▪ Lokale druk
▪ Carotiscompressie
▪ Zenuwcompressie
- Chirurgie in 1850:
o Enkel bij ondraaglijke pijn, deformiteiten en nakende dood
o Ervaring: geen asepsis, hoge mortaliteit, traumatische beleving
- Industriële en wetenschappelijke revolutie
o 1540: ether synthese
o 1628: bloedcirculatie
o 1744: ether inhalatie als pijnbehandeling
o 1770: research naar CO2
o 1771: ontdekking van O2
o 1773: ontdekking van N20
o 1800: ontdekking van anesthetische eigenschappen door Davy
o 1842: verdoving met ether voor verwijderen van nekgezwel
o 1844: tandextractie onder lachgas sedatie
o 1846: anesthesie door Morton, operatie door Warren
b. 1846-1900
- Algemene anesthesie
o Ether
▪ Snelle spreiding van gebruik over Europa
o Lachgas
▪ Hernieuwde interesse bij tandheelkunde & bevalling
o Chloroform
▪ 1831: synthese van chloroform
▪ 1847: James Simpson
▪ 1853: John Snow
- Tot 1960: ether was standaard
o Maar groot ontploffingsgevaar → stilaan vervangen
o Inhalatie anesthesie bleef risicovol
▪ Concentratie van gassen was moeilijk te regelen
▪ Gebruikte stoffen waren toxisch
1
, • Risico op leverschade, hypotensie & ademhalingsproblemen
- Lokale anesthesie
o Pas einde van 19de eeuw
o Anesthesie zonder bewustzijnsverlies
2. Lokale & regionale anesthesie
- Coca bladeren bij Inca indianen
o Bevatten cocaïne
- Ontwikkeling van naald en spuit
- 1884: cocaïne door Koller (oogarts)
o Oftalmologie
- 1885: spinale pijnstilling
- 1891: tropocaïne
- 1892: lokale infiltratie van LA
- 1898: spinale anesthesie voor heelkunde
- 1908: bier’s block (IV regionale anesthesie)
o Knelband aanleggen → bloed in veneus systeem wordt verwijderd & vervangen door
oplossing met anestheticum
- Groot succes door groot risico van algemene narcose
o Moeilijk te regelen dosis
o Toxiciteit van toegediende gassen
o Ademhalingsproblemen door achterovervallen van tong
3. Anesthesie in 20e eeuw
- Algemene vooruitgang
- Ontwikkeling van intraveneuze hypnotica, opiaten en neuromusculaire blokkers
o IV anesthesie
- Monitoring:
o Invasieve BP, ECG, saturatie
- Rol van WO: intubatie- en luchtwegmateriaal
- Rol polio epidemie: ontwikkeling ventilatoren
4. Anesthesie in 21e eeuw
- 5 jaar specialisatie na opleiding geneeskunde
- Operatiezaal: anesthesie
o Klassiek: narcose in operatiezaal
o Dagziekenhuis
o Diagnostische/interventionele procedures
o Materniteit: arbeid en bevalling
- Intensieve geneeskunde
- Spoedgevallen
- Chronisch pijncentrum
2
, Hoofdstuk 2: perioperatieve stress respons
1. Inleiding
- Heelkunde veroorzaakt acuut een reeks van hormonale, metabole en fysiologische
veranderingen
o = acute stress respons
o Verhoogde secretie van hypofysaire hormonen
o Activatie van het sympathisch zenuwstelsel
o Activatie stolling en inhibitie van fibrinolyse
o Verhoogde katabolisme mobiliseert substraten voor energievoorziening
o Water- en zoutretentie voor behoud van intravasculair volume en cardiovasculaire
homeostasis
- Doel van anesthesie = modifiëren van stress respons voor, tijdens en na heelkundige en
negatieve gevolgen voor patiënt beperken
o Want stress respons heeft ook negatieve effecten
2. Stress respons
- = lichaamsreactie op externe stimulus
o Lokaal en veralgemeend
o Grootte is afhankelijk van:
▪ Intensiteit
▪ Ernst
▪ Duur van de stimulus
- Neurale respons = hormonaal gemedieerd
o Katabolisme
o Vasoconstrictie
o Hypertensie
o Anti-diurese
- Humoraal gemedieerd
o Immunomodulatie
o Hypercoagulatie
3. Endocriene stress respons
- Hogere productie van (nor)adrenaline in bijniermerg
o Versterken effecten van directe orthosympatische activatie via alfa en bèta
receptoren
▪ °gluconeogenese en glycogenolyse
- Hogere productie van cortisol in bijnierschors door ACTH (adrenocorticotroop hormoon) en
CRH (corticotropine releasing hormoon) in hypofyse
o Cortisol: negatieve feedback op productie van ACTH → wordt geïnhibeerd bij
chirurgie
o Effecten cortisol: gluconeogenese, proteolyse, lipolyse & anti-inflammatoir effect
met onderdrukking van immuunsysteem
▪ + inhibitie van accumulatie van macrofagen & neutrofielen
▪ + verhinderd productie van prostaglandines
3
, - Uitgesproken metabole toestand om voldoende substraat te mobiliseren en energie ter
beschikking te stellen in weefsels
o Verminderde productie van insuline
o Ontstaan van insuline resistentie
o Verhoogde productie van glucagon
- Verhoogde productie van ADH in posterieure hypofyse & renine
o Retentie van water en zout + vasoconstrictie
▪ Behoud van intravasculair volume
- Verhoogde productie van groeihormoon in anterieure hypofyse
o Stimulatie van eiwitsynthese, glycogenolyse & lipolyse
o Inhibitie van proteolyse
o Anti-insuline effect
- Catecholamines:
o Cardiovasculaire effecten
o Glycogenolyse
o Gluconeogenese
o Minder perifeer glucoseverbruik
- Bèta adrenerge inhibitie van bèta-cellen → minder secretie van insuline
o °Verhoogde glucosespiegels + verhoogd katabolisme & lipolyse
▪ Door verminderde glucose opname en verminderde omzetting van glucose
naar glycogeen
o Ook perifere insulineresistentie → cellen zijn minder gevoelig aan circulerend
insuline
- Alfa cellen van pancreas verhogen productie van glucagon met lipolyse, gluconeogenese en
glycogenolyse tot gevolg
4. Stress respons en metabolisme
- Koolhydraten: ontstaan van hyperglycemie
o Meer glucose aanmaak door cortisol en catecholamines
o Relatief tekort aan insuline
o Perifere insulineresistentie
o Cave diabetici
- Eiwitten: proteïne afbraak voor energie, acute fase eiwitten, glucose en vetten
o Verlies aan spiermassa
o Meetbaar via urinaire stikstof excretie
- Vetten: vetafbraak naar glycerol + vetzuren
o Glycerol → glucose
o Vetzuren → ketonen
5. Immunologische stress respons
- Lokale en veralgemeende ontstekingsreactie door:
o Verhoogde productie van pro- en anti-inflammatoire cytokines
▪ IL-1, TNF-alfa, IL-6
▪ In geactiveerde leukocyten, fibroblasten en endotheel
▪ IL-1 + TNF-alfa: geven aanleiding tot productie van IL-6
▪ IL-6 = cytokine verantwoordelijk voor acute fase reactie
• Koorts
• Granulocytose: neutrofiele granulocyten
4