H5: regulatie van de celcyclus
1 CELINDELING EN CELCYCLUS
Mitosis:
Proces waarbij somatische cellen (niet-geslachtscellen) van een organisme delen zodat uit 1 cel
2 dochtercellen ontstaan
Doel: genetische informatie onveranderd doorgeven aan 2 dochtercellen (DNA eerst repliceren
dan verdelen worden over de dochtercellen)
4 fasen: groei cel replicatie DNA verdeling DNA over dochtercellen verdeling
cytoplasma
Meiosis:
Proces waarbij voorlopercellen van de geslachtscellen delen en het aantal chromosomen
gehalveerd wordt
Opeenvolging van 2 delingen
1 diploïde cel 4 haploïde cellen
1.1 FASEN VAN DE CELCYCLUS
4 fasen:
1. G1 fase: periode na vorige celdeling, cel maakt RNA en eiwitten en bereidt zich voor op DNA
replicatie tijdens de S fase
2. S fase: DNA synthese en chromosoomreplicatie, uit elk chromosoom ontstaan 2
zusterchromatiden die over hele lengte met elkaar verbonden waren door cohesin eiwitten
3. G2 fase: voorbereiding op mitose
4. M fase: mitose (deling kernmateriaal onmiddellijk gevolgd door splitsing cytoplasma
(cytokinesis))
G1 + S + G2 = interfase (duurt veel langer dan M fase en in interfase neemt cel langzaam toe in grootte)
Duur celcyclus afhankelijk van celtype:
Snel delende humane: 24 uur
Gisten: 90 minuten
Pas bevruchte eicellen die beginnen delen: 30 minuten (cellen groeien niet aan tussen delingen
originele cytoplasma wordt verdeeld over de 2 dochtercellen)
Sommige delen in volwassen organisme delen niet meer (bv. zenuwcellen). Andere delen enkel wanneer
nodig (bv. fibroblasten in de huid bij weefselbeschadiging).
Deze cellen verlaten G1 fase en komen in G0 fase terecht metabool actieve cellen die pas zullen
delen als daarvoor de juiste extracellulaire signalen aanwezig zijn
, 1.2 M-FASE
Chromosomen condenseren, spoelfiguur en afbraak kernmembraan. Kernmembraan herstelt na
verdeling chromosomen.
1. Profase:
Gerepliceerde chromosomen condenseren en zusterchromatiden worden enkel nog aan
elkaar gehecht door cohesin eiwit ter hoogte van centromeer (hieraan binden
kinetochooreiwitten) mitosespoelfiguur (hiervoor wordt centrosoom gedupliceerd op
einde S fase)
1. 2 centromeren uit elkaar naar tegengestelde polen cel
2. Elk centrosoom vormt eigen reeks microtubuli die uitstrekken in alle richtingen en zeer
snel polymeriseren/depolymeriseren
Sommige microtubuli van tegengestelde polen interageren met elkaar stabielere
structuur (polaire microtubuli)
2. Prometafase:
Nucleaire envelope wordt afgebroken
1. Fosforylatie intermediaire filamenten afbraak
2. Microtubuli (20-40) kunnen binden aan chromosomen via de kinetochoren op elk
zusterchromatide kinetochoor microtubuli
3. Metafase:
Alle chromosomen worden verzameld in centrum spoelfiguur + aligneren op de evenaar
halfweg de 2 polen)
Zeer dynamisch gebeuren waarbij voortdurend microtubuli aangroeien en afgebroken
worden
4. Anafase:
1. Proteolytische enzymen verbreken connectie zusterchromatiden
2. Elk dochterchromosoom wordt naar pool van spoelfiguur getrokken waaraan het
verbonden is door depolymerisatie van kinetochoor microtubuli
3. Polen verder uit elkaar door aangroei van polaire microtubuli en activiteit van
motoreiwitten
5. Telofase:
Nieuwe nucleaire envelope wordt gevormd in elke dochtercel
Intermediaire filamenten worden gedefosforyleerd kunnen opnieuw binden om
nucleaire lamina te vormen
Cytokinesis: tijdelijke contractionele ring van actinefilamenten vormt. Locatie bepaald door mitotische
spoelfiguur (gewoonlijk t.h.v. evenaar delende cellen dochtercellen zelfde grootte). Tijdens
embryonale ontwikkeling vaak asymmetrische celdelingen.
1 CELINDELING EN CELCYCLUS
Mitosis:
Proces waarbij somatische cellen (niet-geslachtscellen) van een organisme delen zodat uit 1 cel
2 dochtercellen ontstaan
Doel: genetische informatie onveranderd doorgeven aan 2 dochtercellen (DNA eerst repliceren
dan verdelen worden over de dochtercellen)
4 fasen: groei cel replicatie DNA verdeling DNA over dochtercellen verdeling
cytoplasma
Meiosis:
Proces waarbij voorlopercellen van de geslachtscellen delen en het aantal chromosomen
gehalveerd wordt
Opeenvolging van 2 delingen
1 diploïde cel 4 haploïde cellen
1.1 FASEN VAN DE CELCYCLUS
4 fasen:
1. G1 fase: periode na vorige celdeling, cel maakt RNA en eiwitten en bereidt zich voor op DNA
replicatie tijdens de S fase
2. S fase: DNA synthese en chromosoomreplicatie, uit elk chromosoom ontstaan 2
zusterchromatiden die over hele lengte met elkaar verbonden waren door cohesin eiwitten
3. G2 fase: voorbereiding op mitose
4. M fase: mitose (deling kernmateriaal onmiddellijk gevolgd door splitsing cytoplasma
(cytokinesis))
G1 + S + G2 = interfase (duurt veel langer dan M fase en in interfase neemt cel langzaam toe in grootte)
Duur celcyclus afhankelijk van celtype:
Snel delende humane: 24 uur
Gisten: 90 minuten
Pas bevruchte eicellen die beginnen delen: 30 minuten (cellen groeien niet aan tussen delingen
originele cytoplasma wordt verdeeld over de 2 dochtercellen)
Sommige delen in volwassen organisme delen niet meer (bv. zenuwcellen). Andere delen enkel wanneer
nodig (bv. fibroblasten in de huid bij weefselbeschadiging).
Deze cellen verlaten G1 fase en komen in G0 fase terecht metabool actieve cellen die pas zullen
delen als daarvoor de juiste extracellulaire signalen aanwezig zijn
, 1.2 M-FASE
Chromosomen condenseren, spoelfiguur en afbraak kernmembraan. Kernmembraan herstelt na
verdeling chromosomen.
1. Profase:
Gerepliceerde chromosomen condenseren en zusterchromatiden worden enkel nog aan
elkaar gehecht door cohesin eiwit ter hoogte van centromeer (hieraan binden
kinetochooreiwitten) mitosespoelfiguur (hiervoor wordt centrosoom gedupliceerd op
einde S fase)
1. 2 centromeren uit elkaar naar tegengestelde polen cel
2. Elk centrosoom vormt eigen reeks microtubuli die uitstrekken in alle richtingen en zeer
snel polymeriseren/depolymeriseren
Sommige microtubuli van tegengestelde polen interageren met elkaar stabielere
structuur (polaire microtubuli)
2. Prometafase:
Nucleaire envelope wordt afgebroken
1. Fosforylatie intermediaire filamenten afbraak
2. Microtubuli (20-40) kunnen binden aan chromosomen via de kinetochoren op elk
zusterchromatide kinetochoor microtubuli
3. Metafase:
Alle chromosomen worden verzameld in centrum spoelfiguur + aligneren op de evenaar
halfweg de 2 polen)
Zeer dynamisch gebeuren waarbij voortdurend microtubuli aangroeien en afgebroken
worden
4. Anafase:
1. Proteolytische enzymen verbreken connectie zusterchromatiden
2. Elk dochterchromosoom wordt naar pool van spoelfiguur getrokken waaraan het
verbonden is door depolymerisatie van kinetochoor microtubuli
3. Polen verder uit elkaar door aangroei van polaire microtubuli en activiteit van
motoreiwitten
5. Telofase:
Nieuwe nucleaire envelope wordt gevormd in elke dochtercel
Intermediaire filamenten worden gedefosforyleerd kunnen opnieuw binden om
nucleaire lamina te vormen
Cytokinesis: tijdelijke contractionele ring van actinefilamenten vormt. Locatie bepaald door mitotische
spoelfiguur (gewoonlijk t.h.v. evenaar delende cellen dochtercellen zelfde grootte). Tijdens
embryonale ontwikkeling vaak asymmetrische celdelingen.