H9: Elektrochemische energie en
transport
1 CHEMISCHE POTENTIAAL
Fick: Concentratiegradiënt drijft de diffusie van moleculen volgens de concentratiegradiënt
chemische kracht chemische potentiaal µS
Oplossing
o Hogere concentratie hogere potentiaal
o Ionen hebben lading elektrische potentiaal
o µs = µs0 + RTLn(S) + zFV =elektrochemische potentiaal
µs0=potentiaal bij 1M
V=potentiaal
Nernst
o Toepassing chemische potentiaal
o µion,i = µion,o omvormen Nernst
µion,i = µion0 + RTLn(S) + zFVm
µion,o= µion0 + RTLn(S) + zFVo en Vo=0
H10: Passief transport
Kanalen
o Directe verbinding ECM en ICM
o Selectivity filter bepaalt welke ionen passeren
o Hoge turnover rate (veel moleculen per seconde)
o Aquaporines
Relatieve permeabiliteit membraan voor water= f = #AQP/A
#AQP regelbaar via vasopressin (ADH) (meer meer AQP)
Carriers
o Trager dan kanalen
o Faciliteren diffusie in beide richtingen
o # regelbaar door intracellulaire vesikels die kunnen fusioneren met plasmamembraan
bv.GLUT4 geregeld door insuline
o Binding conformatieverandering open/toe transitietoestand (stof opgesloten)
conformatieverandering open/toe andere kant stof los
o Kunnen spontaan conformatieverandering ondergaan bv. GLUT1
, o GLUT
Verschillende vormen voor verschillende weefsels
GLUT1: BBB en gliacellen (mutatie hersenen te weinig glucose)
GLUT2: lever, β-cellen, proximale tubuli in nier en dunne darm
Fanconi-bickel syndroom te veel opname glucose (darm) + geen
gluconeogenese (lever) hypoglycemie + overmatige opslag glycogeen
in lever
GLUT4: spier, hart en vet
o Michaelis-Menten kinetiek
Competitief antagonisme Km ↑+ Vmax gelijk
Niet-competitief antagonisme Km gelijk + Vmax↓
2 GEKOPPELD TRANSPORT (CARRIERS)
Gekoppeld transport transport tegen gradiënt in mogelijk (Vaak Na gradiënt gebruiken (in
stand gehouden door Na/K pomp))
Secundair actief transport
Molecule met gradiënt energie energie voor molecule tegen gradiënt
Symporter: zelfde richting co-transport
o Na/Glucose co-transporter (SGLT): nier- en darmepitheel
Na bindt affiniteit glucose stijgt conformatieverandering (Na en glucose
blijven gebonden) Na vrij affiniteit glucose daalt glucose vrij
1:1 (SGLT2) glucose 100 keer geconcentreerder
1e deel proximale tubulus
Lage affiniteit, hoge capaciteit transporter
Reabsorptie bulk glucose
Defect glucosurie
2:1 (SGLT1) 10 000 keer geconcentreerder
Laatste deel proximale tubulus
Hoge affiniteit, lage capaciteit transporter
Verlies glucose in urine minimaliseren
Defect osmotische diarree, maar normale glucose door normale
SGLT2
o Na/serotonine cotransporter
Prozac inhibeert pre-synaptische heropname serotonine door inhibitie
Na/Serotonine carrier (meer serotonine blijft in synaptische spleet)
Antiporter: tegengestelde richting counter-transport
o Na/Ca antiporter (NCX): in plasmamembraan van vele cellen
3:1 netto 1 lading verplaatst
Forward mode (Vm < ENCX): Ca uit cytoplasma (plateau fase hart AP)
Reverse mode (Vm > ENCX): Ca in cytoplasma (signaal hart AP)
Cai↑ ECa ↓ ENCX↑
transport
1 CHEMISCHE POTENTIAAL
Fick: Concentratiegradiënt drijft de diffusie van moleculen volgens de concentratiegradiënt
chemische kracht chemische potentiaal µS
Oplossing
o Hogere concentratie hogere potentiaal
o Ionen hebben lading elektrische potentiaal
o µs = µs0 + RTLn(S) + zFV =elektrochemische potentiaal
µs0=potentiaal bij 1M
V=potentiaal
Nernst
o Toepassing chemische potentiaal
o µion,i = µion,o omvormen Nernst
µion,i = µion0 + RTLn(S) + zFVm
µion,o= µion0 + RTLn(S) + zFVo en Vo=0
H10: Passief transport
Kanalen
o Directe verbinding ECM en ICM
o Selectivity filter bepaalt welke ionen passeren
o Hoge turnover rate (veel moleculen per seconde)
o Aquaporines
Relatieve permeabiliteit membraan voor water= f = #AQP/A
#AQP regelbaar via vasopressin (ADH) (meer meer AQP)
Carriers
o Trager dan kanalen
o Faciliteren diffusie in beide richtingen
o # regelbaar door intracellulaire vesikels die kunnen fusioneren met plasmamembraan
bv.GLUT4 geregeld door insuline
o Binding conformatieverandering open/toe transitietoestand (stof opgesloten)
conformatieverandering open/toe andere kant stof los
o Kunnen spontaan conformatieverandering ondergaan bv. GLUT1
, o GLUT
Verschillende vormen voor verschillende weefsels
GLUT1: BBB en gliacellen (mutatie hersenen te weinig glucose)
GLUT2: lever, β-cellen, proximale tubuli in nier en dunne darm
Fanconi-bickel syndroom te veel opname glucose (darm) + geen
gluconeogenese (lever) hypoglycemie + overmatige opslag glycogeen
in lever
GLUT4: spier, hart en vet
o Michaelis-Menten kinetiek
Competitief antagonisme Km ↑+ Vmax gelijk
Niet-competitief antagonisme Km gelijk + Vmax↓
2 GEKOPPELD TRANSPORT (CARRIERS)
Gekoppeld transport transport tegen gradiënt in mogelijk (Vaak Na gradiënt gebruiken (in
stand gehouden door Na/K pomp))
Secundair actief transport
Molecule met gradiënt energie energie voor molecule tegen gradiënt
Symporter: zelfde richting co-transport
o Na/Glucose co-transporter (SGLT): nier- en darmepitheel
Na bindt affiniteit glucose stijgt conformatieverandering (Na en glucose
blijven gebonden) Na vrij affiniteit glucose daalt glucose vrij
1:1 (SGLT2) glucose 100 keer geconcentreerder
1e deel proximale tubulus
Lage affiniteit, hoge capaciteit transporter
Reabsorptie bulk glucose
Defect glucosurie
2:1 (SGLT1) 10 000 keer geconcentreerder
Laatste deel proximale tubulus
Hoge affiniteit, lage capaciteit transporter
Verlies glucose in urine minimaliseren
Defect osmotische diarree, maar normale glucose door normale
SGLT2
o Na/serotonine cotransporter
Prozac inhibeert pre-synaptische heropname serotonine door inhibitie
Na/Serotonine carrier (meer serotonine blijft in synaptische spleet)
Antiporter: tegengestelde richting counter-transport
o Na/Ca antiporter (NCX): in plasmamembraan van vele cellen
3:1 netto 1 lading verplaatst
Forward mode (Vm < ENCX): Ca uit cytoplasma (plateau fase hart AP)
Reverse mode (Vm > ENCX): Ca in cytoplasma (signaal hart AP)
Cai↑ ECa ↓ ENCX↑