ALGEMEEN TE KENNEN WETTEN!!!
- 1532: Constitutio Criminalis Carlinae
- Verbod op kinderarbeid 1889
- 1ste kinderbeschermingswet van 15 mei 1912
- Wet op leerplicht 1914
- Wet op jeugdbescherming van 8 april 1965
- Gecoördineerde decreten van 1990 en 1994
- Decreet rechtspositie minderjarige 2004 ~ tradt in werking 2006
- Jeugdwet van 13 juni 2006
- Nieuwe jeugddelinquentiedecreet 2019
HOOFDSTUK 1: INLEIDING ROND ONTSTAAN VAN DE JEUGDBESCHERMING IN BELGIË
Cultuur w- overgedragen ® Socialisatie = het eigen maken van waarden en normen die in een
door 2 processen maatschappij aanwezig zijn en gelden als de norm van die maatschappij
o Verschilt van tijd en plaats: socialisatie buiten het kerngezin,
familiewaarden in bepaalde culturen zijn sterker aanwezig dan bij
ons
o Vicieuze cirkel: mensen hebben bepaalde W&N nooit meegekregen
dus dan ga je ze ook moeilijker doorgeven -> als opvoeder verschil
maken door dat ene kind net extra aandacht te geven zodat die
toch enkele W&N meekrijgt
® Sociale controle = straffen en bestraffen als de norm van een
maatschappij niet w- nageleefd
o Informeel: ouders die bestraffen, afkeurende blikken, reageren op
gebeurtenissen
o Formeel: strafrecht
Belang van: ð Verlichting: Godheid staat n- meer centraal & regelt n- meer alles van
buitenaf, gebruiken verstand en vergaren kennis om te zoeken naar
oorzaken à toekomst is !!! en kind = de toekomst.
o Volwassenen: wist naar waar die moest en wat het dagelijks
leven was
o Kind: kneden en maken en vormen om de verlichte
maatschappij door te geven
ð Criminologie = leer vd strafbare feiten die als strafwaardig &
afwijkend kunnen benoemd w-, richten zich op de dader want dat is
de schuldige -> geëvolueerd naar een maatschappij die invloed kan
hebben op het al dan n- stellen van criminele feiten
ð Penologie = studie van de straffen en hoe deze een invloed kunnen
hebben
2 manieren om 1. Chronocentrisme: start van nu en gaat systematisch zoeken naar het
geschiedenis te verleden, we nemen alles van nu als een maatstaf om het verleden te
onderzoeken/ begrijpen verklaren
, voordelen: vergelijken met het nu en alleen zoeken wat het nu verklaard
& enkel de W v nu verklaren
2. Geschiedschrijving: vertrekt van vroeger en gaat naar het nu
voordelen: alles overwegen want je weet n- naar wat je naartoe gaat en
neemt dus alles in overweging, je ziet waarom een bepaalde visie het n-
gehaald heeft
Mensbeelden in de - Volwassene: kent zijn lot
verlichting - Kind: kneedbaar, maakbaar, evolueerbaar
Visies die aantonen dat ® Moralisten: kind w- ‘slecht’ geboren en de opvoeding hoort het kind
kinderen !! werden ‘goed’ te maken
® Romantici: het kind is inherent goed maar de invloed van buitenaf
beïnvloedt het kind negatief ~ Rousseau
Vroege tijden tot Oud-Romeins recht: wet der XII tafelen
Verlichting ® Uitzondering mbt onmondigen = niet-huwbare kinderen
® Onderscheid opzettelijke en onopzettelijke daden ~ oordeel des
onderscheids
Klassieke tijdvak
® Onderscheid verduidelijken door fysiologische toestand kinderen ~
geslachtsrijpheid
® Oordeel des onderscheids = het aanvoelen van het goede en het
kwade
Val van het Romeinse Rijk
® Beroep op familiale solidariteit en pater familias bepaalde of er een
onderscheid w- gemaakt
® Recht spreken is verschillend van stam-stam, gewoonte bepaald hoe
men recht spreekt
11de eeuw
® Heropflakkering Romeins Recht = aandacht onderscheid kind kwam
terug
13de eeuw
® Opkomst vd staten
® Centralisatie
® Openbare orde
® Openbare rust à bestraffen & opsporen v misdrijven = !!! thema
o Staatsfunctie die regels oplegde
o Accusatoir berechten (meer rechten beklaagde)
o Aanstellen van rechters
1532 ~ Constitutio Criminalis Carlinae
® Verzachting straf voor kinderen w- ingevoerd
® !!! of een persoon had gebruik gemaakt vd rede “l’usage de raison” =
1ste verwijzing naar verlichtingsperiode die de rede als essentieel zag
Tendensen vanaf de - Klassieke criminologische school (18de eeuw)
verlichting - Het positivisme (19de eeuw)
- Crimineel-antropologische school (19de – 20ste eeuw)
- Crimineel-sociologische school (19de – 20ste eeuw)
- School van het sociaal verweer (eind 19de, begin 20ste eeuw)
, 5 kenmerken/ axioma’s 1) Wilsautonomie = de mens als rationeel wezen kiest bewust voor het
klassieke criminologische goede of het kwade, zelfstandige wil om een keuze te maken ->
school afweging lusten & lasten
2) Morele aansprakelijkheid = in de keuze is men persoonlijk & volledig
verantwoordelijk
3) Legaliteitsbeginsel = geen misdrijf/ straf zonder wet, als het strafrecht
efficiënt/ effectief wilt zijn dan moet men de strafbare feiten
vermelden in een wet
4) Proportionaliteitsbeginsel = straffen mogen niet zwaarder zijn dan
noodzakelijk om de dader moreel te beïnvloeden, zware feiten =
zware straffen, lichte feiten = lichtere straffen
5) Gelijkheidsbeginsel = het strafrecht moet toegepast w- op alle leden
van de maatschappij, ongeacht rang, stand of klasse
3 functies v straf in de KCS 1) Vergelding = genoegdoening, lasten zijn zwaarder dan lusten
2) Afschrikking = andere misdrijven voorkomen
3) Morele verbetering = door straf komt dader tot inzicht en kan zijn
gedrag veranderen
Ontstaan empirische ® Criminaliteit is een sociaal gegeven & eigen aan de maatschappij
criminologie ® Dader is een mens en delict een menselijke handeling
® Observatie v criminelen in gevangenissen
® Dader verschilt van niet-dader
® Resocialisering = aanpassen aan maatschappij & behandeling vd dader
Lombroso = vader vd criminologie
ð Vertegenwoordiger crimineel antropologische school
ð Als je enkele biologische kenmerken beschikt dan ben je een crimineel
ð Lijkschouwingen & observaties
ð Ontkennen vrije wil & deterministische beschrijving van misdadigers
(je w- zo geboren
ð Beschrijvingen schedel (frenologie) & primaire kenmerken ve persoon
= atavisme (haargroei, scheve neus..) à kenmerken die
overeenkwamen met typische delinquente gedragingen
ð Lot als je zo geboren bent
Lacassagne = beweerde dat de maatschappij criminelen maakt
ð Verantwoordelijkheid vd maatschappij als er veel delinquenten zijn
ð Door observatie invloed van milieu bestuderen op criminele feiten
ð !!! preventie à naar dader kijken vanuit verschillende visies
3 grote delen DEEL 1: Ontzetting ouderlijke macht (algemeen): rechtbank van eerste aanleg
kinderbeschermingswet (burgerrechtelijk), burgerrechterlijke sanctie en wil ouders n- straffen maar
1912 wijziging aanbrengen in burgerrechterlijk statuur
DEEL 2: Maatregelen tov mndrjg (- 16 jaar) voor prédelinquentie en
delinquentie (Kinderrechtbank)
DEEL 3: Misdrijven gepleegd door volwassen tegen zedelijkheid en zwakheid
van mndrjg (Strafrechtbank) strengere straffen voor misdaden en
wanbedrijven
Maatregelen o Berisping
kinderrechtbank o Toevertrouwen aan een persoon, vereniging of openbare/private instelling
o Terbeschikkingstelling van de regering