Samenvatting spieren
1. Diepe fascie
1 van de hulpstructuren in het lichaam om spieren op hun plek te houden is de diepe fascie
→ is ook een aangrijpingspunt voor spieren
De diepe fascie aan de romp wordt ook wel de fascia trunci profundus genoemd,
onderverdeeld in 2 delen (door de ligging):
1. Fascia thoraco-lumbalis: rijk aan collageen weefsel
2. Tunica flava abdominis: rijk aan elastinevezels
1.1 Dwarse doorsende van de fascia thoraco-lumbalis
De fascia thoraco-lumbalis heeft verschillende
aanhechtingspunten en geeft verschillende
takken af:
1. Lig. supraspinale: als de diepe fascie van
kant verandert, hecht die aan de
spinaaluitsteeksels met een ligament
2. Fascia spinocostotransversarius: een tak
die naar de overgang van rib en ruggenwervel
gaat → spieren liggen nu in een kokertje
3. Inwendige schoftschouderband: extra
stevigheid om het schouderblad op zijn plek te
houden
1
, 1.2 Diepe fascie bij het voorbeen
De diepe fascie bij het voorbeen krijgt een specifieke benaming op basis van morfologie en
regio:
- Fascia omobrachialis lateralis: boven het ellebooggewricht lateraal
- Fascia omobrachialis subscapularis: boven het ellebooggewricht mediaal
- Fascia antebrachii: rondom de middenarm, super stevig
- Fascia dorsalis manus: ter hoogte van de ondervoet dorsaal, veel collageen
- Fascia palmaris manus: ter hoogte van de ondervoet palmair
- Retinaculum flexorum: verdikking van fascia manus aan de palmaire zijde ter hoogte
van de carpus → zal een canalis carpi vormen door de vorm van de carpus
- Retinaculum extensorum: verdikking van fascia manus aan de dorsale zijde ter
hoogte van de carpus
Klinische relevantie van de fascia antebrachii: compartiment syndroom
2
,We krijgen nu een heel schematische voorstelling van de onderarm om het compartiment-
syndroom aan te tonen → dus je hebt bot met daarrond spierbundels met daarrond de
fascia (de tekening is anatomisch niet correct!!) → als er nu een impact is geweest,
bijvoorbeeld een stomp dat een spier kapot is gemaakt (een scheur, aangeduid me een
kruisje op de tekening) → als die spier kapot gaat, dan zal er een bloeding ontstaan → door
die fascie kan dat bloed niet weg en ook geen bult vormen → dus dat bloed gaat zich
uitbreiden naar binnen, en zal de binnen structuren beschadigen → je kan dit oplossen door
een snee te maken, waardoor de druk weg kan en het bloed weg kan, daarna kan je dit terug
oplossen
2. Huidspieren
3 huidspieren:
1. M. cutaneus trunci: ter hoogte van de romp
2. M. sfincter colli: ter hoogte van de hals, loopt schuin
3. M. platysma: verdeelt de m. sfincter colli in een superficialis en profundus deel
3. Kopspieren
2 groepen:
1. Aangezichtspieren: niet kennen
2. Kauwspieren: wel kennen
→ mandibula moet enkel naar boven worden getrokken, want door zwaartekracht valt die
naar beneden
We hebben 4 kauwspieren, allemaal als
functie sluiten van de mond (2 mediaal
en 2 lateraal gelegen):
1. M. temporalis (lateraal)
2. M. masseter (lateraal)
3. M. digastricus (mediaal)
4. M.pterygoïdeus (mediaal)
3.1 musculus temporalis
origo: fossa temporalis
insertio: processus coronoïdeus
3.2 musculus masseter
origo: arcus zygomaticus en crista facialis
insertio: mandibula
3
, 3.3 musculus digastricus
2-buikige spier
origo: processus paracondylaris
insertio: binnenzijde mandibula
3.4 musculus pterygoïdeus
origo: schedelbasis (pterygoïdeus)
insertio: mandibula
4. Verbindingsspieren
De verbindingsspieren zullen zorgen voor een verbinding tussen voorbeen en romp
→ zijn extrinsieke spieren van het voorste lidmaat (geen aanhechting op asskelet)
4
1. Diepe fascie
1 van de hulpstructuren in het lichaam om spieren op hun plek te houden is de diepe fascie
→ is ook een aangrijpingspunt voor spieren
De diepe fascie aan de romp wordt ook wel de fascia trunci profundus genoemd,
onderverdeeld in 2 delen (door de ligging):
1. Fascia thoraco-lumbalis: rijk aan collageen weefsel
2. Tunica flava abdominis: rijk aan elastinevezels
1.1 Dwarse doorsende van de fascia thoraco-lumbalis
De fascia thoraco-lumbalis heeft verschillende
aanhechtingspunten en geeft verschillende
takken af:
1. Lig. supraspinale: als de diepe fascie van
kant verandert, hecht die aan de
spinaaluitsteeksels met een ligament
2. Fascia spinocostotransversarius: een tak
die naar de overgang van rib en ruggenwervel
gaat → spieren liggen nu in een kokertje
3. Inwendige schoftschouderband: extra
stevigheid om het schouderblad op zijn plek te
houden
1
, 1.2 Diepe fascie bij het voorbeen
De diepe fascie bij het voorbeen krijgt een specifieke benaming op basis van morfologie en
regio:
- Fascia omobrachialis lateralis: boven het ellebooggewricht lateraal
- Fascia omobrachialis subscapularis: boven het ellebooggewricht mediaal
- Fascia antebrachii: rondom de middenarm, super stevig
- Fascia dorsalis manus: ter hoogte van de ondervoet dorsaal, veel collageen
- Fascia palmaris manus: ter hoogte van de ondervoet palmair
- Retinaculum flexorum: verdikking van fascia manus aan de palmaire zijde ter hoogte
van de carpus → zal een canalis carpi vormen door de vorm van de carpus
- Retinaculum extensorum: verdikking van fascia manus aan de dorsale zijde ter
hoogte van de carpus
Klinische relevantie van de fascia antebrachii: compartiment syndroom
2
,We krijgen nu een heel schematische voorstelling van de onderarm om het compartiment-
syndroom aan te tonen → dus je hebt bot met daarrond spierbundels met daarrond de
fascia (de tekening is anatomisch niet correct!!) → als er nu een impact is geweest,
bijvoorbeeld een stomp dat een spier kapot is gemaakt (een scheur, aangeduid me een
kruisje op de tekening) → als die spier kapot gaat, dan zal er een bloeding ontstaan → door
die fascie kan dat bloed niet weg en ook geen bult vormen → dus dat bloed gaat zich
uitbreiden naar binnen, en zal de binnen structuren beschadigen → je kan dit oplossen door
een snee te maken, waardoor de druk weg kan en het bloed weg kan, daarna kan je dit terug
oplossen
2. Huidspieren
3 huidspieren:
1. M. cutaneus trunci: ter hoogte van de romp
2. M. sfincter colli: ter hoogte van de hals, loopt schuin
3. M. platysma: verdeelt de m. sfincter colli in een superficialis en profundus deel
3. Kopspieren
2 groepen:
1. Aangezichtspieren: niet kennen
2. Kauwspieren: wel kennen
→ mandibula moet enkel naar boven worden getrokken, want door zwaartekracht valt die
naar beneden
We hebben 4 kauwspieren, allemaal als
functie sluiten van de mond (2 mediaal
en 2 lateraal gelegen):
1. M. temporalis (lateraal)
2. M. masseter (lateraal)
3. M. digastricus (mediaal)
4. M.pterygoïdeus (mediaal)
3.1 musculus temporalis
origo: fossa temporalis
insertio: processus coronoïdeus
3.2 musculus masseter
origo: arcus zygomaticus en crista facialis
insertio: mandibula
3
, 3.3 musculus digastricus
2-buikige spier
origo: processus paracondylaris
insertio: binnenzijde mandibula
3.4 musculus pterygoïdeus
origo: schedelbasis (pterygoïdeus)
insertio: mandibula
4. Verbindingsspieren
De verbindingsspieren zullen zorgen voor een verbinding tussen voorbeen en romp
→ zijn extrinsieke spieren van het voorste lidmaat (geen aanhechting op asskelet)
4