100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting BIAZ - zenuwstelsel

Beoordeling
5,0
(1)
Verkocht
2
Pagina's
98
Geüpload op
20-12-2022
Geschreven in
2022/2023

Hoi, hierbij mijn uitwerking van het hoofdstuk "centraal zenuwstelsel" van de BIAZ. Alle leerdoelen komen in deze samenvatting uitgebreid naar voren (anatomie en fysiologie, neurologische aandoeningen: bewustzijnsstoornissen, epilepsie en delier, pijn, pijnbestrijding, sedatie, zintuigen en endocrien stelsel ). Om alle stof beter te begrijpen, zitten er een hoop voorbeelden, foto's en aantekeningen bij. Succes met de BIAZ, je kan het!

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak













Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
20 december 2022
Aantal pagina's
98
Geschreven in
2022/2023
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

INHOUDSOPGAVE
Anatomie en fysiologie .......................................................................................................... 5
Leerdoel 1: anatomie en fysiologie benoemen van het centrale en perifere zenuwstelsel:
cerebrum en hersenkwabben, diencephalon, mesencephalon, pons, cerebellum, medulla
oblongata, ruggenmerg en hersenvliezen .......................................................................... 5
Algemeen ....................................................................................................................... 5
Cerebrum en hersenkwabben ........................................................................................ 7
Truncus cerebri: pons, medulla oblongata en mesencephalon ....................................... 8
Cerebellum, ruggenmerg, limbisch systeem en diencephalon .......................................10
Hersenvliezen ...............................................................................................................12
Leerdoel 2: anatomie en fysiologie benoemen van neuronen, gliacellen en grijze en witte
stof....................................................................................................................................13
Leerdoel 4: centrum van Broca en het centrum van Wernicke beschrijven ......................15
Leerdoel 5: bloedvoorziening van de hersenen beschrijven .............................................15
Leerdoel 6: hersenventrikels en de functie van het liquor beschrijven ..............................16
Leerdoel 7: sluitingsdefecten van de neurale buis benoemen ..........................................18
Leerdoel 8: beschrijven normaalwaarden en hersendruk: CPP, CBF en MAP, Monro Kellie
doctrine en papiloedeem ...................................................................................................19
Aantekeningen ................................................................................................................21
Neurologische aandoeningen – bewustzijnsstoornissen .......................................................23
Leerdoel 1: verschillende bewustzijnsstoornissen en hun oorzaken benoemen:
herseninfarct, hersenbloeding, SAB, cerebrale contusie, intracranieel hematoom en
neurotrauma: commotio cerebri, DAI, epiduraal en subduraal hematoom .........................23
Intracraniële druk en inklemming ...................................................................................23
Hersenletsel: commotio cerebri, DAI, cerebrale contusie en intracranieel hematoom,
epiduraal hematoom, subduraal hematoom en SAB ......................................................24
Externe ventrikeldrain en externe lumbaal drain ............................................................27
Leerdoel 2: verschillende oorzaken van bewustzijnsstoornissen benoemen in de
categorieën: respiratoir, hemodynamisch en systemisch ..................................................29
ARAS en DRAS.............................................................................................................30
Leerdoel 3: symptomen en invloed op vitale functies bij een (dreigende) inklemming
benoemen.........................................................................................................................31
Leerdoel 4: beschrijven SAB, symptomen en interventies................................................32
Leerdoel 5: beschrijven CVA, symptomen en interventies ...............................................33
Leerdoel 6: verschillen tussen slaap, delier en een coma benoemen ..............................35
Leerdoel 7: AVPU, EMV-score, pupilreactie en MRC-score toepassen............................38
AVPU ............................................................................................................................38
EMV ..............................................................................................................................38
Pupilcontrole .................................................................................................................40
MRC-schaal ..................................................................................................................42


1

, FAST-score ...................................................................................................................42
Leerdoel 8: toepassing van de FOUR-score kunnen beschrijven .....................................43
Aantekeningen ................................................................................................................44
Neurologische aandoeningen – epilepsie .............................................................................46
Leerdoel 1, 2 en 3: benoemen epilepsie, verschillende soorten aanvallen, diagnostiek en
behandeling ......................................................................................................................46
Partiële aanval ..............................................................................................................47
Gegeneraliseerde aanval ..............................................................................................48
Postictale fase ...............................................................................................................49
Leerdoel 4: verpleegkundige aandachtspunten tijdens een epileptisch insult benoemen .49
Leerdoel 4: diagnostiek bij epilepsie benoemen...............................................................50
Leerdoel 5, 6 en 7: benoemen status epilepticus, verschillende vormen en complicaties 50
Leerdoel 8: werking van continue EEG monitoring beschrijven ........................................51
Aantekeningen ................................................................................................................51
Neurologische aandoeningen – delier ..................................................................................52
Leerdoel 1, 2, 3 en 4: benoemen delier: vormen, beïnvloedende factoren, symptomen en
aandachtspunten ..............................................................................................................52
Pijn .......................................................................................................................................54
Leerdoel 1: benoemen definitie en ontstaan van pijn .......................................................54
Leerdoel 2: benoemen nociceptoren: A- en C-vezels.......................................................54
Leerdoel 3: uitleggen van de poorttheorie van Malzack: sensorische en motorische banen
.........................................................................................................................................55
Leerdoel 4: benoemen van de onderdelen van het pijnmodel van Loeser ........................55
Leerdoel 5: benoemen van de verschillende soorten pijn en de kenmerken: nociceptief,
neuropathisch, visceraal, vasculair en oncologisch ...........................................................56
Leerdoel 6 en 7: benoemen acute en chronische pijn: definitie, behandeling en
voorbeelden ......................................................................................................................56
Leerdoel 8 en 9: benoemen van het belang van het uitvoeren van de pijnscore en
meetinstrumenten: NRS, VAS en VRS..............................................................................57
Leerdoel 10 en 11: benoemen van het belang van goede pijnbestrijding en beschrijven
opbouw van WHO-pijnladder ............................................................................................57
Postoperatieve, viscerale, oncologische en chronische pijn..................................................59
Leerdoel 1: definitie van postoperatieve pijn ....................................................................59
Leerdoel 2: basismedicatie bij postoperatieve pijn ...........................................................59
Leerdoel 3: PCA: indicatie, werking en contra-indicaties ..................................................60
Leerdoel 4: uitleggen esketamine: indicatie, werking en bijwerkingen ..............................60
Leerdoel 5: epidurale pijnbestrijding: indicaties, samenstelling, epidurale ruimte,
verpleegkundige controles en complicaties .......................................................................61
Leerdoel 6: perifere zenuwblokkade: indicaties, voorbeelden, werking, verpleegkundige
controles en complicaties ..................................................................................................63




2

, Leerdoel 7 en 8: benoemen viscerale, oncologische en chronische pijn en hun oorzaken,
symptomen en behandeling ..............................................................................................64
Oncologische pijn ..........................................................................................................64
Viscerale pijn .................................................................................................................66
Chronische pijn .............................................................................................................67
Opioïden...............................................................................................................................69
Leerdoel 1: benoemen wat opioïden zijn, hun indicatie en hun werking: tramadol,
oxycodon, fentanyl, morfine en methadon.........................................................................69
Tramadol .......................................................................................................................69
Oxycodon ......................................................................................................................70
Fentanyl ........................................................................................................................70
Morfine ..........................................................................................................................70
Methadon ......................................................................................................................71
Leerdoel 2: benoemen van het verschil tussen zwakke en sterke opioïden .....................71
Leerdoel 3: behandeling met opioïden: toedieningsvormen en bijwerkingen ....................71
Leerdoel 4 en 5: benoemen addictie en gewenning en klachten bij onttrekkingssyndroom
.........................................................................................................................................72
Leerdoel 6: uitleggen opioïdenintoxicatie: symptomen en complicaties............................73
Leerdoel 7: benoemen van de indicaties en contra-indicaties voor PSA ..........................73
Leerdoel 8: benoemen van de methoden voor PSA: sedativa en analgetica,
sedatieniveaus ..................................................................................................................74
Leerdoel 9: benoemen van de aandachtspunten bij het monitoren van een patiënt met
PSA ..................................................................................................................................75
Leerdoel 10: benoemen van de complicaties bij PSA: onder- en oversedatie ..................75
Leerdoel 11: benoemen wat de BIS-index inhoudt ...........................................................76
Zintuigen ..............................................................................................................................77
Leerdoel 1: beschrijven weg die een prikkel aflegt die door de sensorische functies
worden geregistreerd ........................................................................................................77
Leerdoel 2: verschillende soorten sensoren en hun functie benoemen ............................78
Leerdoel 3: beschrijven gezichtsvermogen, gehoorzin, evenwichtszin, smaakzin, reukzin
en tastzin ..........................................................................................................................78
Leerdoel 4: algemene en de speciale zintuigen beschrijven ............................................80
Leerdoel 5: verschillende receptoren beschrijven ............................................................81
Leerdoel 8: stoornissen in sensorische functies en de oorzaken hiervan beschrijven ......81
Leerdoel 9: verouderingsproces van de reukzin, de smaakzin, het gezichtsvermogen en
de gehoorzin beschrijven ..................................................................................................82
Endocrien stelsel ..................................................................................................................83
Leerdoel 1: ligging, hormonen en functies beschrijven van de centrale regulatie door de
hypofyse en hypothalamus ...............................................................................................83
Hypothalamus ...............................................................................................................83
Hypofyse .......................................................................................................................84


3

,Leerdoel 2: ligging, hormonen en functies beschrijven van de lagere endocriene organen:
(bij)schildklier, bijnieren, epifyse, pancreas en nieren .......................................................86
Glandula thyroidea ........................................................................................................86
Glandula parathyroideae ...............................................................................................87
Nieren ...........................................................................................................................88
Bijnieren ........................................................................................................................89
Pancreas .......................................................................................................................89
Epifyse ..........................................................................................................................91
Leerdoel 3: belangrijkste groepen hormonen benoemen .................................................91
Leerdoel 4 en 5: werking van de hormonen op doelorganen uitleggen en
terugkoppelingsmechanisme beschrijven..........................................................................92
Leerdoel 6: benoemen endocriene ontregelingen: hyperthyreoïdie en thyreotoxische
crisis, diabetes mellitus en hyperglycemie, diabetische keto-acidose en hyperosmolair
hyperglycemisch syndroom, ziekte van Addison en Addison crisis en syndroom van
Cushing ............................................................................................................................93
Hyperthyreoïdie en thyreotoxische crisis .......................................................................93
Diabetes mellitus, hyperglycemie en hypoglycemie .......................................................93
Diabetische keto-acidose en hyperosmolair hyperglycemisch syndroom .......................94
Ziekte van Addison, Addison crisis en syndroom van Cushing ......................................96
Aantekeningen ................................................................................................................98




4

,ANATOMIE EN FYSIOLOGIE


LEERDOEL 1: ANATOMIE EN FYSIOLOGIE BENOEMEN VAN HET CENTRALE
EN PERIFERE ZENUWSTELSEL: CEREBRUM EN HERSENKWABBEN,
DIENCEPHALON, MESENCEPHALON, PONS, CEREBELLUM, MEDULLA
OBLONGATA, RUGGENMERG EN HERSENVLIEZEN


ALGEMEEN

3 functies zenuwstelsel:
- Interne en externe milieu meten
- Informatie integreren van de zintuigen
- Coördineren van gewilde en ongewilde reacties van de orgaanstelsels
• Zenuwstelsel bestaat uit 2 delen en die bestaan uit andere delen:
- Centrale zenuwstelsel (CZS): hersenen en ruggenmerg → functies:
o Integreren en coördineren de verwerking van sensorische informatie
o Doorgeven van impulsen naar de spieren
o Hogere functies → emoties, intelligentie en geheugen
- Perifeer zenuwstelsel (PZS): al het zenuwweefsel buiten het CZS → functie:
o Communicatie regelen tussen CZS en rest van het lichaam

2 soorten spiercontracties:
- Willekeurig = onder bewuste controle → bijv. een boek op tafel leggen
- Onwillekeurig = onbewuste gereguleerde bewegingen → bijv. wegtrekken van de
hand als je deze op een hete kachel legt, zelfs voordat je pijn hebt opgemerkt → deze
automatische reactie = reflex

PZS bestaat uit 2 delen:
- Afferente deel → functie: geleiden sensorische (zowel intern als extern) informatie
vanuit lichaam naar CZS
- Efferente deel → functie: geleiden motorische opdrachten vanuit CZS naar spieren en
klieren → bestaat uit:
o Somatisch zenuwstelsel (SZS)
- Willekeurige bewegingen
- Functie: reguleert alle bewuste contracties van skeletspieren → bijv:
lopen omdat je ergens naartoe wilt
o Autonome / vegetatieve zenuwstelsel (AZS)
- Onwillekeurige bewegingen
- Functie: reguleert onbewust gladde spierweefsel, hartspierweefsel,
kliersecretie en vetweefsel → bijv: vasoconstrictie (vaatwand is
gladspierweefsel)
- Bestaat weer uit: sympathicus en parasympathicus

Sympathicus en parasympathicus:
- Sympathicus:
o Functie: brengt in bepaalde situatie lichaam in actiestand ( = fight or flight)
o Hierbij: wordt er plotseling veel inspanning gevraagd → gevolg: verhoging
hartslag, stopzetten spijsvertering, verhoging bloedsuikerspiegel, etc.
- Parasympathicus:
o Functie: brengt lichaam in ruststand ( = rest and digest)
o Hierbij: zorgt bijv. voor vertraagde hartslag bij tv kijken, stimulering van
digestivus en meer opname van voedingsstoffen



5

, Figuur hierboven
• Beschadiging van afferente deel PZS (die dus sensorische informatie naar CZS geleidt),
zou het vermogen om uiteenlopende sensorische prikkels te ervaren, verstoren
• Fysiologie is eigenlijk simpel:
1. Zintuigen nemen iets waar:
o Somatisch → dus: milieu extern
o Visceraal → dus: milieu intern
2. Informatie komt PZS binnen en gaat via afferente gedeelte naar CZS
3. Informatie wordt verwerkt en geregistreerd in CZS
4. CZS geeft motorische impulsen (dus: opdrachten aan het lichaam) via PZS en het
daarin liggende efferente gedeelte
5. Opdracht is bestemd voor SZS of AZS:
a. SZS → skeletspier beweegt
b. AZS → sympathicus of parasympathicus wordt ingezet → dus:
gladspierweefsel, hartspier, klieren en vetweefsel worden ingezet

Hersenen
• Bestaan uit verschillende delen:
- Cerebrum
- Diencephalon = tussenhersenen
- Cerebellum = kleine hersenen
- Truncus cerebri = hersenstam → bestaat uit:
o Mesencephalon = middenhersenen
o Pons
o Medulla oblongata = verlengde merg




6
€22,49
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
1 jaar geleden

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
byzmrs Hogeschool Rotterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
56
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
44
Documenten
0
Laatst verkocht
1 jaar geleden

3,8

10 beoordelingen

5
4
4
2
3
3
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen