LES 1: WAT IS RECHT?
1. WAT IS RECHT?
Recht = het geheel der regels die op een bepaald tijdstip, in een bepaalde gemeenschap
gelden en op haar gezag zijn vastgesteld
Recht ≠ moraal
Moraal = gericht op de geestelijke vervolmaking van de mens als individu
Niet afdwingbaar
Juridische regels soms moreel
Recht ≠ godsdienstige regels
Godsdienstige regels = regels die de relatie tussen God en de mensen moeten regelen
Godsdienstige regels worden soms als wet ingesteld
Subjectief recht = recht dat je hebt om een bepaald doel te bereiken
2. KENMERKEN VAN HET RECHT
2.1 HET RECHT IS EEN GEHEEL VAN REGELS, REGELINGEN EN INSTELLINGEN
Gebodsbepalingen ("je moet"):
- Opkomstplicht
- Leerplicht
- Aangifteplicht van geboorte
- Dienstplicht
- Belastingplicht
Verbodsbepalingen (dingen die je niet mag doen):
- Verbod op bigamie
- Oneerlijke handelspraktijken
- Strafrecht
Verlofbepalingen (je mag kiezen of je het gebruikt):
- Indexering van woninghuur
- Huwelijksrecht
Technisch regels (leggen plichten op met het oog op uniformiteit):
- Dagvaarding, identiteitskaart, akten van de burgerlijke stand
Individuele beslissingen (geen algemene draagwijdte):
- Vonnissen of arresten, bouwvergunningen, benoemingen
, 2.2 VARIËREN IN TIJD EN PLAATS
Recht en regels = instrument in handen van machthebbers om ons in een bepaalde richting
te sturen om samenleving op een bepaalde manier te ordenen, volgens hun inzichten
1789 Franse Revolutie (afrekening met de middelleeuwen)
3. LIBERTÉ, ÉGALITÉ ET FRATERNITÉ ALS POLITIEKE IDEOLOGIE
Liberté:
- Liberalisme = streven naar zoveel mogelijk vrijheid van het individu
Vb. Open vld, MR, LDD
- 1831 hoofdstuk ‘rechten en vrijheden’ in Grondwet
- Stokpaardje doorheen jaren van liberalen belastingverlaging (niet goed voor
zwakkere in samenleving)
Fraternité:
- Christen democratie = christelijke opvattingen, oog voor gemeenschapszin en
naastenliefde
1. WAT IS RECHT?
Recht = het geheel der regels die op een bepaald tijdstip, in een bepaalde gemeenschap
gelden en op haar gezag zijn vastgesteld
Recht ≠ moraal
Moraal = gericht op de geestelijke vervolmaking van de mens als individu
Niet afdwingbaar
Juridische regels soms moreel
Recht ≠ godsdienstige regels
Godsdienstige regels = regels die de relatie tussen God en de mensen moeten regelen
Godsdienstige regels worden soms als wet ingesteld
Subjectief recht = recht dat je hebt om een bepaald doel te bereiken
2. KENMERKEN VAN HET RECHT
2.1 HET RECHT IS EEN GEHEEL VAN REGELS, REGELINGEN EN INSTELLINGEN
Gebodsbepalingen ("je moet"):
- Opkomstplicht
- Leerplicht
- Aangifteplicht van geboorte
- Dienstplicht
- Belastingplicht
Verbodsbepalingen (dingen die je niet mag doen):
- Verbod op bigamie
- Oneerlijke handelspraktijken
- Strafrecht
Verlofbepalingen (je mag kiezen of je het gebruikt):
- Indexering van woninghuur
- Huwelijksrecht
Technisch regels (leggen plichten op met het oog op uniformiteit):
- Dagvaarding, identiteitskaart, akten van de burgerlijke stand
Individuele beslissingen (geen algemene draagwijdte):
- Vonnissen of arresten, bouwvergunningen, benoemingen
, 2.2 VARIËREN IN TIJD EN PLAATS
Recht en regels = instrument in handen van machthebbers om ons in een bepaalde richting
te sturen om samenleving op een bepaalde manier te ordenen, volgens hun inzichten
1789 Franse Revolutie (afrekening met de middelleeuwen)
3. LIBERTÉ, ÉGALITÉ ET FRATERNITÉ ALS POLITIEKE IDEOLOGIE
Liberté:
- Liberalisme = streven naar zoveel mogelijk vrijheid van het individu
Vb. Open vld, MR, LDD
- 1831 hoofdstuk ‘rechten en vrijheden’ in Grondwet
- Stokpaardje doorheen jaren van liberalen belastingverlaging (niet goed voor
zwakkere in samenleving)
Fraternité:
- Christen democratie = christelijke opvattingen, oog voor gemeenschapszin en
naastenliefde