BIOLOGIE
THEMA 3 – ORDE BRENGEN IN DE VERSCHEIDENHEID AAN SOORTEN
Celkern met daarin een DNA aanwezig
3 domeinen in de ‘tree of life’ :
eukaryoten, archaea en Bacteriën
Archaea + bacteriën:
prokaryoten: het erfelijk materiaal
(DNA) ligt verspreid in het
cytoplasma. De celkern is afwezig.
de twee celtypes
Prokaryote cel = archaea, bacteriën omdat ze
geen celkern rond het erfelijk materiaal. Het
erfelijk materiaal ligt verspreid in het
cytoplasma.
eukaryoten = een eukaryote cel bezitten een
celkern.
3 meest essentiële
voorwaarden om
levensvormen te laten
ontwikkelen:
1. een beschermende atmosfeer
2. water
3. een ideale gemiddelde
temperatuur
de drie vaststellingen van Darwin
1) alle organismen binnen 1 soort zijn lichtjes verschillend ( variaties ). De hoeveelheid
vetreserve varieert van vrouw tot vrouw.
2) kinderen lijken op hun ouders ( overerving = kenmerk dat wordt dorgegeven van
generatie tot generatie) het komt bij alle vrouwen voor.
3) in de natuur is er voortduren strijd en een te kort aan middelen ( omgevingsdruk ).
Voldoende vetreserve is nodig als voedingsbron (voedselreserve) voor de
nakomelingen.
Groenwieren: organismen verwant aan planten. Groenwieren kunnen voorkomen als
eencelligen of in meercellige vorm.
THEMA 3 – ORDE BRENGEN IN DE VERSCHEIDENHEID AAN SOORTEN
Celkern met daarin een DNA aanwezig
3 domeinen in de ‘tree of life’ :
eukaryoten, archaea en Bacteriën
Archaea + bacteriën:
prokaryoten: het erfelijk materiaal
(DNA) ligt verspreid in het
cytoplasma. De celkern is afwezig.
de twee celtypes
Prokaryote cel = archaea, bacteriën omdat ze
geen celkern rond het erfelijk materiaal. Het
erfelijk materiaal ligt verspreid in het
cytoplasma.
eukaryoten = een eukaryote cel bezitten een
celkern.
3 meest essentiële
voorwaarden om
levensvormen te laten
ontwikkelen:
1. een beschermende atmosfeer
2. water
3. een ideale gemiddelde
temperatuur
de drie vaststellingen van Darwin
1) alle organismen binnen 1 soort zijn lichtjes verschillend ( variaties ). De hoeveelheid
vetreserve varieert van vrouw tot vrouw.
2) kinderen lijken op hun ouders ( overerving = kenmerk dat wordt dorgegeven van
generatie tot generatie) het komt bij alle vrouwen voor.
3) in de natuur is er voortduren strijd en een te kort aan middelen ( omgevingsdruk ).
Voldoende vetreserve is nodig als voedingsbron (voedselreserve) voor de
nakomelingen.
Groenwieren: organismen verwant aan planten. Groenwieren kunnen voorkomen als
eencelligen of in meercellige vorm.