Algemene feedback eerste zittijd
De meeste studenten scoorden gelijkaardig op het gedeelte rond de lessen van Celien als het
gedeelte rond de lessen van Nicole.
Het examen stond op 55 en werd herleid naar een punt op 20. Dit betekent dat als je een
punt tekort komt, dit overeenkomt met meerdere punten tekort op 55.
Feedback deel 1, door Celien Van der Mispel
Vraag 1. Begrippen
- Als deze vraag moeilijk was, is de cursus vaak niet grondig genoeg gekend. Het ging om
basisbegrippen.
- Let op: een nieuw samengesteld gezin is niet volledig hetzelfde als een mikado-gezin.
- Deze vraag werd in de meeste gevallen wel goed opgelost!
Vraag 2. Begrippen AST koppelen aan korte casussen.
- Ondanks de waarschuwing toch vaak ‘redunantie’ gelezen en niet ‘redundantie’. Begrippen
moeten volledig juist zijn.
- Er wordt gevraagd naar begrippen uit de AST of structuurgerichte benadering, geef dan geen
begrippen uit het FCM of de contextuele theorie…
- Maak zeker de oefeningen uit de les opnieuw om de begrippen onder de knie te krijgen! Er
werden gelijkaardige casussen gevraagd.
- Als je het begrip ‘circulaire causaliteit’ opschrijft, moet je letterlijk een cirkel kunnen
beschrijven (A leidt tot B en B leidt tot A).
- Verlies het begrip ‘homeostase’ niet uit het oog. Dit is een erg belangrijk begrip in de cursus.
Feedbackmechanismes zijn dan het bijhorende gedrag van gezinsleden om dat evenwicht te
veranderen of behouden.
Vraag 3. Advies geven aan ouders die uit elkaar gaan en tips vragen rond hun twee kinderen.
- Deze vraag werd letterlijk in de cursus meegegeven (zie kader extra cursustekst) en uitgelegd
in de les. Het juiste antwoord op de vraag is dus specifiek advies voor elk van de kinderen
apart, geen algemene feiten.
- Het is belangrijk hier advies te geven dat past bij de leeftijd van de kinderen! Een 5-jarige is
nog geen lagere schoolkind, een 9-jarige is geen kleuter meer…
Vraag 4. Casus over een hulpverlener die doorverwees naar een lotgenotengroep. A. Geef aan wat
de hulpverlener in de eerste plaats verkeerd deed volgens het basiskader van het Family Centered
werken. B. Geef aan wat de hulpverlener goed/niet goed deed volgens de basisprincipes van het
Family Centered Model.
- Bij vraag A is het belangrijk om als antwoord mee te geven dat de hulpverlener zich opstelde
als expert, niet luisterde naar het gezin, niet zijn eerste gezicht gebruikte, meteen inhoudelijk
werkte, voorbijging aan de expertise van papa, … Dit waren allemaal mogelijke antwoorden
die je ook in het basiskader terugvindt. Het basiskader is echt de essentie van het FCM, toch
werd dit vaak niet of niet goed beantwoord!
- Bij vraag B leg je dan uit hoe de hulpverlener de vier hulpverleningsprincipes schaadde (bv.
hij bouwde duidelijk geen relatie op want hij verwees door, …). Betrek elk
hulpverleningsprincipe! Er werd wel vaker eentje vergeten.
De meeste studenten scoorden gelijkaardig op het gedeelte rond de lessen van Celien als het
gedeelte rond de lessen van Nicole.
Het examen stond op 55 en werd herleid naar een punt op 20. Dit betekent dat als je een
punt tekort komt, dit overeenkomt met meerdere punten tekort op 55.
Feedback deel 1, door Celien Van der Mispel
Vraag 1. Begrippen
- Als deze vraag moeilijk was, is de cursus vaak niet grondig genoeg gekend. Het ging om
basisbegrippen.
- Let op: een nieuw samengesteld gezin is niet volledig hetzelfde als een mikado-gezin.
- Deze vraag werd in de meeste gevallen wel goed opgelost!
Vraag 2. Begrippen AST koppelen aan korte casussen.
- Ondanks de waarschuwing toch vaak ‘redunantie’ gelezen en niet ‘redundantie’. Begrippen
moeten volledig juist zijn.
- Er wordt gevraagd naar begrippen uit de AST of structuurgerichte benadering, geef dan geen
begrippen uit het FCM of de contextuele theorie…
- Maak zeker de oefeningen uit de les opnieuw om de begrippen onder de knie te krijgen! Er
werden gelijkaardige casussen gevraagd.
- Als je het begrip ‘circulaire causaliteit’ opschrijft, moet je letterlijk een cirkel kunnen
beschrijven (A leidt tot B en B leidt tot A).
- Verlies het begrip ‘homeostase’ niet uit het oog. Dit is een erg belangrijk begrip in de cursus.
Feedbackmechanismes zijn dan het bijhorende gedrag van gezinsleden om dat evenwicht te
veranderen of behouden.
Vraag 3. Advies geven aan ouders die uit elkaar gaan en tips vragen rond hun twee kinderen.
- Deze vraag werd letterlijk in de cursus meegegeven (zie kader extra cursustekst) en uitgelegd
in de les. Het juiste antwoord op de vraag is dus specifiek advies voor elk van de kinderen
apart, geen algemene feiten.
- Het is belangrijk hier advies te geven dat past bij de leeftijd van de kinderen! Een 5-jarige is
nog geen lagere schoolkind, een 9-jarige is geen kleuter meer…
Vraag 4. Casus over een hulpverlener die doorverwees naar een lotgenotengroep. A. Geef aan wat
de hulpverlener in de eerste plaats verkeerd deed volgens het basiskader van het Family Centered
werken. B. Geef aan wat de hulpverlener goed/niet goed deed volgens de basisprincipes van het
Family Centered Model.
- Bij vraag A is het belangrijk om als antwoord mee te geven dat de hulpverlener zich opstelde
als expert, niet luisterde naar het gezin, niet zijn eerste gezicht gebruikte, meteen inhoudelijk
werkte, voorbijging aan de expertise van papa, … Dit waren allemaal mogelijke antwoorden
die je ook in het basiskader terugvindt. Het basiskader is echt de essentie van het FCM, toch
werd dit vaak niet of niet goed beantwoord!
- Bij vraag B leg je dan uit hoe de hulpverlener de vier hulpverleningsprincipes schaadde (bv.
hij bouwde duidelijk geen relatie op want hij verwees door, …). Betrek elk
hulpverleningsprincipe! Er werd wel vaker eentje vergeten.