Lovett Abbeel 2022
Mogelijke vragen voor het examen van GECO:
1. “Gezinsstructuur lokt geen pathologie uit.” Verklaar.
Een gezinsstructuur veroorzaakt geen pathologie. Het gezin is niet de oorzaak van een
probleem maar het is wel een onderdeel van complexe interacties.
2. Wat is het parallelproces van Baert?
In een parallelproces heeft de hulpverlener 2 blikken: blik van deskundigheid (theorieën) en
blik van het welzijn en relatie (proberen band op te bouwen met de ouders). Men moet het
eerste en het meeste kijken via de blik van welzijn en relatie door vertrouwen op te bouwen
en dan pas via de blik van deskundigheid door tips en tricks te laten vallen zodat ze zich
ondersteund voelen in waar ze zoekende zijn.
3. Geef de 4 hulpverleningsprincipes om family centered te werken.
De hulp richt zich op de behoeften en de vragen van het HELE gezin. (1)
De hulp sluit aan bij de STERKE kanten van het gezin en maakt het gezin sterker. (2)
De hulp is gericht op het uitbouwen en verstevigen van het NETWERK. (3)
Een goede RELATIE tussen gezin en hulpverlener is belangrijk. (4)
4. Geef 2 uitgangspunten van FQOL. (Hiermee bedoelen ze waarschijnlijk de 3 componenten?)
Verwezenlijking attainment
Voldoening satisfaction
Empowerment initiatives en opportunities
5. Geef de 6 dimensies van FQOL. (toepassen op casus)
Verwezenlijking
Tevredenheid
Belang
Initiatief
Stabiliteit
Mogelijkheden
6. Geef de 9 domeinen van FQOL. (toepassen op casus)
Financieel welbevinden
1
Mogelijke vragen voor het examen van GECO:
1. “Gezinsstructuur lokt geen pathologie uit.” Verklaar.
Een gezinsstructuur veroorzaakt geen pathologie. Het gezin is niet de oorzaak van een
probleem maar het is wel een onderdeel van complexe interacties.
2. Wat is het parallelproces van Baert?
In een parallelproces heeft de hulpverlener 2 blikken: blik van deskundigheid (theorieën) en
blik van het welzijn en relatie (proberen band op te bouwen met de ouders). Men moet het
eerste en het meeste kijken via de blik van welzijn en relatie door vertrouwen op te bouwen
en dan pas via de blik van deskundigheid door tips en tricks te laten vallen zodat ze zich
ondersteund voelen in waar ze zoekende zijn.
3. Geef de 4 hulpverleningsprincipes om family centered te werken.
De hulp richt zich op de behoeften en de vragen van het HELE gezin. (1)
De hulp sluit aan bij de STERKE kanten van het gezin en maakt het gezin sterker. (2)
De hulp is gericht op het uitbouwen en verstevigen van het NETWERK. (3)
Een goede RELATIE tussen gezin en hulpverlener is belangrijk. (4)
4. Geef 2 uitgangspunten van FQOL. (Hiermee bedoelen ze waarschijnlijk de 3 componenten?)
Verwezenlijking attainment
Voldoening satisfaction
Empowerment initiatives en opportunities
5. Geef de 6 dimensies van FQOL. (toepassen op casus)
Verwezenlijking
Tevredenheid
Belang
Initiatief
Stabiliteit
Mogelijkheden
6. Geef de 9 domeinen van FQOL. (toepassen op casus)
Financieel welbevinden
1