lOMoARcPSD|16072111
Chemie: algemene concepten – Farmaceutische
wetenschappen
Hoofdstuk 1: De samenstelling van de materie (zie papier)
1.1
• chemische eigenschappen: omzettingen van een stof in een andere of
interacties tussen verschillende stoffen.
vb: verbranding van papier
• fysische eigenschappen: omkeerbaar proces, er wordt niks veranderd aan de
stof. vb: verdamping van water
1.2
• element: - 1 atoomsoort
- monoatomisch: individuele gebonden atomen: edelgassen
- diatomisch: 2 of meerdere gelijke atomen: halogenen
- groot aantel atomen: bv metalen
• verbinding: - materie die bestaat uit 2 of meerdere atoomsoorten
- kan door een chemisch proces worden ontbonden in de
samenstellende atomen
• mengsel: - 2 of meerdere zuivere stoffen
•
➔ elementen en verbindingen zijn zuivere stoffen: constante samenstelling,
altijd dezelfde atomen
, lOMoARcPSD|16072111
Hoofdstuk 2: De atoomstructuur en de periodieke
eigenschappen
2.1 Het kwantummechanisch atoommodel
2.1.1 De vergelijking van Schrodinger
- aantrekkingskracht van kern verandert met de afstand
- vergelijking van Schrodinger: golfbeweging van het elektron in een H-atoom
> elke oplossing: een toegelaten energiewaarde van het atoom: gedrag van elektron in deze
energietoestand: golffunctie
2.1.2 Golffuncties
- verschillende golffunctie als oplossing van vergelijking worden voorgesteld als: product
van een radiaal gedeelte en een angulair gedeelte. > R*Y
- radiaal gedeelte: afstand tot de kern
- angulair gedeelte: hoeken tov de assen
- kwadraat van golffunctie heeft betekenis: maat voor de waarschijnlijkheid om een
elektron aan te treffen op bepaalde plaats
- ruimte rond kern verdelen in sferische lagen > berekenen hoeveel kans er is om elektron
aan te treffen in deze laag
> R² * 4πr² (4πr² = opp laag)
> radiale waarschijnlijkheidsverdeling: max= meest waarschijnlijke afstand tussen elektron
en kern
- golffuncties: + en -, hiertussenin gaan ze door een
knoop 2.1.3 atoomorbitalen en kwamtumgetallen
- golffunctie van elektron in atoom: atoomorbitaal: 4 kwamtumgetallen
Hoofdkwamtumgetal (n):
- bepaalt bijdrage van een elektron in dat orbitaal tot de energie-inhoud van het atoom
- hoe groter n, hoe groter orbitaal
- n=1,2,3,4,.. letters: K,L,M,N,..
Nevenkwamtumgetal (l)
- zelfde n, andere vorm
- 0 en n-1
- orbitalen met zelfde n, maar verschillende l behoren tot verschillende subschillen
- l = 0,1,2,3 letters: s,p,d,f
, lOMoARcPSD|16072111
Magnetisch kwamtumgetal (m)
- zelfde schil, zelfde subschil, maar andere ruimtelijke oriëntatie
- +l en –l
Spinkwamtumgetal (ms)
- twee mogelijke oriëntaties van de elektronenspin (rotatie rond eigen as)
- +(1/2) en –(1/2)
2.2 De structuur van het H-atoom
2.2.1 de atoomorbitalen van het H-atoom
- 1s-orbitaal
- opname energie > geëxciteerd (naar ander orbitaal) > gedraagt zich volgens golffunctie
nieuw orbitaal
Fig 2.1:
- max als r=0: waarde neemt exponentieel af als r toeneemt
- wordt nooit 0
- angulair gedeelte: constante
- sferische symmetrie: zelfde waarden in alle punten die even ver van kern liggen
- 1sorbitaal: sfeer: ruimte waarin er 90% kans is een elektron te vinden
- 2s ook sferische symmetrie, maar is groter dan 1s
- radiale knoop: sfeer waarop alle punten liggen waarvoor de waarde van de golffunctie 0 is
> hier kan je geen elektron aantreffen
- s orbitalen: bolssymetrisch: n-1 radiale knopen
- 2p-orbitaal: geen sferische symmetrie: angulair gedeelte heeft niet dezelfde waarde in
alle richtingen
-2px grootste elektronendensiteit rond x-
as Fig 2.3!
-tussen 2 lobben: angulaire knoovlak
-3p: n-2 radiale knoop
Fig 2.4!
2.2.2 Het energiediagram
- golffunctie 1s-orbitaal: H: laagst mogelijke energie: grondtoestand
- energie is afh van waarde van hoofdkwamtumgetal
- gedegenereerd: orbitalen met dezelfde n, hebben dezelfde energie
- absorptie van licht > H-atoom geëxciteerd
- emissie van licht > terug naar lager energieniveau
- ionisatie-energie: energie geëxciteerde toestand – energie grondstoestand
2.2.3: radiale waarschijnlijkheidsverdeling
-1s-orbitaal: 0.053nm
-2s-orbitaal: 2 maxima, elektron bevindt zich op veel verdere afstand van de kern
- Hoe kleiner de gemiddelde afstand tussen het elektron en de kern, hoe groter de
interactie tussen die twee en hoe lager de energie.
Chemie: algemene concepten – Farmaceutische
wetenschappen
Hoofdstuk 1: De samenstelling van de materie (zie papier)
1.1
• chemische eigenschappen: omzettingen van een stof in een andere of
interacties tussen verschillende stoffen.
vb: verbranding van papier
• fysische eigenschappen: omkeerbaar proces, er wordt niks veranderd aan de
stof. vb: verdamping van water
1.2
• element: - 1 atoomsoort
- monoatomisch: individuele gebonden atomen: edelgassen
- diatomisch: 2 of meerdere gelijke atomen: halogenen
- groot aantel atomen: bv metalen
• verbinding: - materie die bestaat uit 2 of meerdere atoomsoorten
- kan door een chemisch proces worden ontbonden in de
samenstellende atomen
• mengsel: - 2 of meerdere zuivere stoffen
•
➔ elementen en verbindingen zijn zuivere stoffen: constante samenstelling,
altijd dezelfde atomen
, lOMoARcPSD|16072111
Hoofdstuk 2: De atoomstructuur en de periodieke
eigenschappen
2.1 Het kwantummechanisch atoommodel
2.1.1 De vergelijking van Schrodinger
- aantrekkingskracht van kern verandert met de afstand
- vergelijking van Schrodinger: golfbeweging van het elektron in een H-atoom
> elke oplossing: een toegelaten energiewaarde van het atoom: gedrag van elektron in deze
energietoestand: golffunctie
2.1.2 Golffuncties
- verschillende golffunctie als oplossing van vergelijking worden voorgesteld als: product
van een radiaal gedeelte en een angulair gedeelte. > R*Y
- radiaal gedeelte: afstand tot de kern
- angulair gedeelte: hoeken tov de assen
- kwadraat van golffunctie heeft betekenis: maat voor de waarschijnlijkheid om een
elektron aan te treffen op bepaalde plaats
- ruimte rond kern verdelen in sferische lagen > berekenen hoeveel kans er is om elektron
aan te treffen in deze laag
> R² * 4πr² (4πr² = opp laag)
> radiale waarschijnlijkheidsverdeling: max= meest waarschijnlijke afstand tussen elektron
en kern
- golffuncties: + en -, hiertussenin gaan ze door een
knoop 2.1.3 atoomorbitalen en kwamtumgetallen
- golffunctie van elektron in atoom: atoomorbitaal: 4 kwamtumgetallen
Hoofdkwamtumgetal (n):
- bepaalt bijdrage van een elektron in dat orbitaal tot de energie-inhoud van het atoom
- hoe groter n, hoe groter orbitaal
- n=1,2,3,4,.. letters: K,L,M,N,..
Nevenkwamtumgetal (l)
- zelfde n, andere vorm
- 0 en n-1
- orbitalen met zelfde n, maar verschillende l behoren tot verschillende subschillen
- l = 0,1,2,3 letters: s,p,d,f
, lOMoARcPSD|16072111
Magnetisch kwamtumgetal (m)
- zelfde schil, zelfde subschil, maar andere ruimtelijke oriëntatie
- +l en –l
Spinkwamtumgetal (ms)
- twee mogelijke oriëntaties van de elektronenspin (rotatie rond eigen as)
- +(1/2) en –(1/2)
2.2 De structuur van het H-atoom
2.2.1 de atoomorbitalen van het H-atoom
- 1s-orbitaal
- opname energie > geëxciteerd (naar ander orbitaal) > gedraagt zich volgens golffunctie
nieuw orbitaal
Fig 2.1:
- max als r=0: waarde neemt exponentieel af als r toeneemt
- wordt nooit 0
- angulair gedeelte: constante
- sferische symmetrie: zelfde waarden in alle punten die even ver van kern liggen
- 1sorbitaal: sfeer: ruimte waarin er 90% kans is een elektron te vinden
- 2s ook sferische symmetrie, maar is groter dan 1s
- radiale knoop: sfeer waarop alle punten liggen waarvoor de waarde van de golffunctie 0 is
> hier kan je geen elektron aantreffen
- s orbitalen: bolssymetrisch: n-1 radiale knopen
- 2p-orbitaal: geen sferische symmetrie: angulair gedeelte heeft niet dezelfde waarde in
alle richtingen
-2px grootste elektronendensiteit rond x-
as Fig 2.3!
-tussen 2 lobben: angulaire knoovlak
-3p: n-2 radiale knoop
Fig 2.4!
2.2.2 Het energiediagram
- golffunctie 1s-orbitaal: H: laagst mogelijke energie: grondtoestand
- energie is afh van waarde van hoofdkwamtumgetal
- gedegenereerd: orbitalen met dezelfde n, hebben dezelfde energie
- absorptie van licht > H-atoom geëxciteerd
- emissie van licht > terug naar lager energieniveau
- ionisatie-energie: energie geëxciteerde toestand – energie grondstoestand
2.2.3: radiale waarschijnlijkheidsverdeling
-1s-orbitaal: 0.053nm
-2s-orbitaal: 2 maxima, elektron bevindt zich op veel verdere afstand van de kern
- Hoe kleiner de gemiddelde afstand tussen het elektron en de kern, hoe groter de
interactie tussen die twee en hoe lager de energie.