Chromosome Mutations: Variation
in Number and Arrangement
Concepts of Genetics – Hoofdstuk 8
8.1
Aneuploïd van één of meer chromosomen verschilt het aantal met het normale
aantal
- Monosomie één kopie van een chromosoom
- Trisomie drie kopieën van een chromosoom
Euploïd alle chromosomen in gelijk aantal aanwezig, er is een complete
haploïde set.
Polyploïd drie of meer chromosoom sets.
- Autopolyploïd alle chromosomen sets van dezelfde soort
- Allopolyploïd chromosomen sets van twee of meer nauw verwante
soorten.
Non-disjunctie abnormale verdeling van chromosomen over de cellen tijdens
de meiose.
8.2
Haploinsufficiency letaal als één recessief gen niet genoeg is om de functie
voor het organisme te kunnen uitvoeren.
Down syndroom ontstaat vaker door non-disjunctie bij meiose in een vrouw dan
in een man, omdat alle eicellen van vrouwen sinds de geboorte in meiose 1
worden gehouden en vanaf de puberteit vindt meiose 2 plaats (1x per maand).
8.3
Colchicine zorgt ervoor dat de mitotic spindle niet goed gevormd kan worden,
waardoor de gerepliceerde chromosomen niet uit elkaar gaan tijdens de anafase
en dus niet naar de polen migreren. Hierdoor ontstaat een organisme met een
twee keer zo groot diploïd aantal van chromosomen en wordt dus 4n.
in Number and Arrangement
Concepts of Genetics – Hoofdstuk 8
8.1
Aneuploïd van één of meer chromosomen verschilt het aantal met het normale
aantal
- Monosomie één kopie van een chromosoom
- Trisomie drie kopieën van een chromosoom
Euploïd alle chromosomen in gelijk aantal aanwezig, er is een complete
haploïde set.
Polyploïd drie of meer chromosoom sets.
- Autopolyploïd alle chromosomen sets van dezelfde soort
- Allopolyploïd chromosomen sets van twee of meer nauw verwante
soorten.
Non-disjunctie abnormale verdeling van chromosomen over de cellen tijdens
de meiose.
8.2
Haploinsufficiency letaal als één recessief gen niet genoeg is om de functie
voor het organisme te kunnen uitvoeren.
Down syndroom ontstaat vaker door non-disjunctie bij meiose in een vrouw dan
in een man, omdat alle eicellen van vrouwen sinds de geboorte in meiose 1
worden gehouden en vanaf de puberteit vindt meiose 2 plaats (1x per maand).
8.3
Colchicine zorgt ervoor dat de mitotic spindle niet goed gevormd kan worden,
waardoor de gerepliceerde chromosomen niet uit elkaar gaan tijdens de anafase
en dus niet naar de polen migreren. Hierdoor ontstaat een organisme met een
twee keer zo groot diploïd aantal van chromosomen en wordt dus 4n.