DE FRANSE REVOLUTIE (1789-1799/1815)
OORZAKEN:
1. Politieke situatie:
FR politieke systeem AR: Absolutisme: koning heeft alle macht, volk heeft geen inspraak
Problemen: Lodewijk XVI = zwakke, aarzelende, beïnvloedbare figuur
+ met Marie- Antoinette van Oostenrijk
2. Ontevredenheid in alle lagen van de bevolking
Adel + hoge clerus
2 % v/d bevolking en bezitten 2/3 v/d gronden
Monopolie over hoge functies (administratie, het leger en de kerk)
Duidelijk bevoorrecht MAAR toch ontevreden?
Geen inspraak in de politiek, koning beslist niet…
Derde stand
De top: burgerij
Protesteren tegen de voorrechten van de adel en clerus en pleitten voor vrijheid en politieke macht
Verlichtingsideeën: volledige gelijkheid, standenmaatschappij verdwijnt
Zij willen:
-Rechtsgelijkheid : juridische gelijkheid
-De belastingen verdelen over de 3 standen
-Meer macht voor de Staten-Generaal (= het parlement)
, De arbeiders: ontevreden verarmd ten gevolgen van de economische crisis
De boeren: ongeveer 80% v/d bevolking
1/10 van oogst afstaan + alle belastingen betalen
FR -> standenmaatschappij : veel kritiek!
De adel en clerus profiteren v/d 3de stand.
3de stand moet bijna alle belastingen betalen + werden strenger gestraft al ze iets verkeer deden…
3. Economische ontevredenheid
FR vrijhandelspolitiek met Eng
Eng staat al verder in de industrie. Eng fabrieken maken goedkopere producten dan Franse ambachtslui.
(vb: stof van Eng goedkoper dan Fr stoffen => FR ambachtslui => Problemen)
1788: Hagelramp
Graan, vlas en druiven oogst mislukt + geen overschotten meer+ strenge winter
Gevolg 1789: De graanprijzen => volk heeft honger
Mensen sneller geneigd om mee te doen met revolutie (niets meer te verliezen want mensen sterven van honger)
OORZAKEN:
1. Politieke situatie:
FR politieke systeem AR: Absolutisme: koning heeft alle macht, volk heeft geen inspraak
Problemen: Lodewijk XVI = zwakke, aarzelende, beïnvloedbare figuur
+ met Marie- Antoinette van Oostenrijk
2. Ontevredenheid in alle lagen van de bevolking
Adel + hoge clerus
2 % v/d bevolking en bezitten 2/3 v/d gronden
Monopolie over hoge functies (administratie, het leger en de kerk)
Duidelijk bevoorrecht MAAR toch ontevreden?
Geen inspraak in de politiek, koning beslist niet…
Derde stand
De top: burgerij
Protesteren tegen de voorrechten van de adel en clerus en pleitten voor vrijheid en politieke macht
Verlichtingsideeën: volledige gelijkheid, standenmaatschappij verdwijnt
Zij willen:
-Rechtsgelijkheid : juridische gelijkheid
-De belastingen verdelen over de 3 standen
-Meer macht voor de Staten-Generaal (= het parlement)
, De arbeiders: ontevreden verarmd ten gevolgen van de economische crisis
De boeren: ongeveer 80% v/d bevolking
1/10 van oogst afstaan + alle belastingen betalen
FR -> standenmaatschappij : veel kritiek!
De adel en clerus profiteren v/d 3de stand.
3de stand moet bijna alle belastingen betalen + werden strenger gestraft al ze iets verkeer deden…
3. Economische ontevredenheid
FR vrijhandelspolitiek met Eng
Eng staat al verder in de industrie. Eng fabrieken maken goedkopere producten dan Franse ambachtslui.
(vb: stof van Eng goedkoper dan Fr stoffen => FR ambachtslui => Problemen)
1788: Hagelramp
Graan, vlas en druiven oogst mislukt + geen overschotten meer+ strenge winter
Gevolg 1789: De graanprijzen => volk heeft honger
Mensen sneller geneigd om mee te doen met revolutie (niets meer te verliezen want mensen sterven van honger)