Hoofdstuk 1.1, De Agrarische Revolutie
Kenmerken levenswijze jagers en verzamelaars:
- Nomaden, trokken verder als er geen voedsel meer was.
- Leefden in groepen van 20 tot 30 mensen.
- Sociale verschillen niet groot.
- Woonden in tenten, hutten of grotten.
- Onderlinge handel.
- Mogelijke taakverdeling tussen mannen en vrouwen.
In vergelijking van de Homo sapiens en zijn voorgangers, maakten de Homo sapiens meer
gespecialiseerde gereedschappen en wapens. Ze gebruikten hiervoor meer verschillende materialen.
Ook maakten ze grotschilderingen. Jagers en verzamelaars leefden In de prehistorie, want zij maakte
nog geen gebruik van schrift.
Mogelijke verklaringen voor de overgang op landbouw:
- Klimaatverandering. Doordat het koud en droog werd, groeide er minder voedsel, waardoor
een Voedsel tekort ontstond. Ze wilden niet meer wegtrekken en gingen daarom zelf voedsel
verbouwen.
- Plotselinge droogte. Waardoor wilde granen uitstierven.
- De bevolking groeide zo snel, dat de natuur het niet kon bijbenen. Ze wilden niet meer
wegtrekken, waardoor de natuur in de omgeving uitgeput raakte en ze zelf moesten gaan
produceren.
Gevolgen agrarische revolutie:
- Een snelle bevolkingsgroei doordat ze meer voedsel konden maken en vrouwen sneller
achter elkaar kinderen konden krijgen, want ze trokken niet meer door en het doortrekken
was fysiek erg zwaar.
- Ontwikkeling van de veeteelt doordat ze op één plek bleven wonen dit was vervanging voor
het jagen.
- Uitvinding van nieuwe technieken doordat ze op één plek bleven en daarom hun eigen
huizen, kleding en eten moesten produceren.
- Sociale ongelijkheid, omdat sommige boeren succesvoller waren.
- Infectieziekten, doordat ze dicht op elkaar woonden en ook het vee bracht ziekte mee. Ook
hadden mensen sneller last van ondervoeding en ze aten heel eenzijdig.
- Er was meer kans op een hongersnood.
Kenmerken levenswijze jagers en verzamelaars:
- Nomaden, trokken verder als er geen voedsel meer was.
- Leefden in groepen van 20 tot 30 mensen.
- Sociale verschillen niet groot.
- Woonden in tenten, hutten of grotten.
- Onderlinge handel.
- Mogelijke taakverdeling tussen mannen en vrouwen.
In vergelijking van de Homo sapiens en zijn voorgangers, maakten de Homo sapiens meer
gespecialiseerde gereedschappen en wapens. Ze gebruikten hiervoor meer verschillende materialen.
Ook maakten ze grotschilderingen. Jagers en verzamelaars leefden In de prehistorie, want zij maakte
nog geen gebruik van schrift.
Mogelijke verklaringen voor de overgang op landbouw:
- Klimaatverandering. Doordat het koud en droog werd, groeide er minder voedsel, waardoor
een Voedsel tekort ontstond. Ze wilden niet meer wegtrekken en gingen daarom zelf voedsel
verbouwen.
- Plotselinge droogte. Waardoor wilde granen uitstierven.
- De bevolking groeide zo snel, dat de natuur het niet kon bijbenen. Ze wilden niet meer
wegtrekken, waardoor de natuur in de omgeving uitgeput raakte en ze zelf moesten gaan
produceren.
Gevolgen agrarische revolutie:
- Een snelle bevolkingsgroei doordat ze meer voedsel konden maken en vrouwen sneller
achter elkaar kinderen konden krijgen, want ze trokken niet meer door en het doortrekken
was fysiek erg zwaar.
- Ontwikkeling van de veeteelt doordat ze op één plek bleven wonen dit was vervanging voor
het jagen.
- Uitvinding van nieuwe technieken doordat ze op één plek bleven en daarom hun eigen
huizen, kleding en eten moesten produceren.
- Sociale ongelijkheid, omdat sommige boeren succesvoller waren.
- Infectieziekten, doordat ze dicht op elkaar woonden en ook het vee bracht ziekte mee. Ook
hadden mensen sneller last van ondervoeding en ze aten heel eenzijdig.
- Er was meer kans op een hongersnood.