Hoofdstuk 7
koningen, heren en denkers
Woordenlijst:
Absolutisme
Een regeringsvorm waarin de koning alle macht heeft en zelf boven de wet staat.
Burgerlijke cultuur
Een cultuur die wordt bepaald door burgers (en niet door hof, adel of kerk).
Droit divin
Het goddelijk recht op grond waarvan de koning met absolute macht regeert.
Empirisme
De overtuiging dat je de werkelijkheid het beste leert kennen door waarneming via de
zintuigen en door experimenteren.
Hofcultuur
Een cultuur die wordt bepaald door de vorst en zijn adellijke hof.
Mechanistisch wereldbeeld
Een kijk op God en de wereld die ervan uitgaat dat de werkelijkheid is te vergelijken
met een machine (mechaniek) die door God in werking is gezet en daarna zelfstandig
functioneert volgens natuurwetten. Volgens deze visie speelt God geen rol meer in
het verloop van de dagelijkse gebeurtenissen op aarde.
Mercantilisme
De economische leer volgens welke de staat de eigen economie kan stimuleren door
de export te bevorderen en de import te beperken.
Natuurrecht
Het geheel van regels over goed en kwaad die ieder mens kan doorgronden vanuit
zijn geweten (behorend tot de menselijke natuur); het natuurrecht zou uitgaan boven
de geschreven wetten en elk mens het recht geven op vrijheid en gelijkwaardigheid,
ook al voorzien bestaande wetten daar niet in.
Rationalisme
De overtuiging dat logisch en verstandelijk redeneren de zuiverste bron van kennis is.
Tolerantie
Verdraagzaamheid tegenover andersdenkenden, met name tegenover mensen met
een ander geloof.
Wetenschappelijke revolutie
De ontwikkeling in de 16een 17e-eeuwse wetenschap waarbij onderzoekers niet
langer afgingen op wat de Bijbel, de kerk of auteurs in de klassieke oudheid vonden,
maar zelf tot een mening kwamen door middel van zelfstandig denken, observeren en
redeneren.
koningen, heren en denkers
Woordenlijst:
Absolutisme
Een regeringsvorm waarin de koning alle macht heeft en zelf boven de wet staat.
Burgerlijke cultuur
Een cultuur die wordt bepaald door burgers (en niet door hof, adel of kerk).
Droit divin
Het goddelijk recht op grond waarvan de koning met absolute macht regeert.
Empirisme
De overtuiging dat je de werkelijkheid het beste leert kennen door waarneming via de
zintuigen en door experimenteren.
Hofcultuur
Een cultuur die wordt bepaald door de vorst en zijn adellijke hof.
Mechanistisch wereldbeeld
Een kijk op God en de wereld die ervan uitgaat dat de werkelijkheid is te vergelijken
met een machine (mechaniek) die door God in werking is gezet en daarna zelfstandig
functioneert volgens natuurwetten. Volgens deze visie speelt God geen rol meer in
het verloop van de dagelijkse gebeurtenissen op aarde.
Mercantilisme
De economische leer volgens welke de staat de eigen economie kan stimuleren door
de export te bevorderen en de import te beperken.
Natuurrecht
Het geheel van regels over goed en kwaad die ieder mens kan doorgronden vanuit
zijn geweten (behorend tot de menselijke natuur); het natuurrecht zou uitgaan boven
de geschreven wetten en elk mens het recht geven op vrijheid en gelijkwaardigheid,
ook al voorzien bestaande wetten daar niet in.
Rationalisme
De overtuiging dat logisch en verstandelijk redeneren de zuiverste bron van kennis is.
Tolerantie
Verdraagzaamheid tegenover andersdenkenden, met name tegenover mensen met
een ander geloof.
Wetenschappelijke revolutie
De ontwikkeling in de 16een 17e-eeuwse wetenschap waarbij onderzoekers niet
langer afgingen op wat de Bijbel, de kerk of auteurs in de klassieke oudheid vonden,
maar zelf tot een mening kwamen door middel van zelfstandig denken, observeren en
redeneren.