Psychologie
Hoofdstuk 6: Denken en intelligentie
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
6.1 Wat zijn de bouwstenen van denken?
=> Denken heeft te maken met de manipulatie v mentale representaties zoals concepten, schema’s
en scripts --> oordelen, beslissen, verbeelden, oplossen v problemen...
• Adhv afbeeldingen (representaties) vd werkelijkheid
Concepten
• Natuurlijk concept
o Representatie ve voorwerp/gebeurtenis gebaseerd op onze directe ervaringen
o Vb: een vis of een boom
• Artificieel concept
o Gedefinieerd door regels, zoals de betekenis ve woord of de inhoud ve wiskundige
formule
o Vb: liefde
Conceptuele hiërarchie => niveaus v concepten (v zeer algemeen tot zeer specifiek) --> zie pg.207
(Meestal in grote mindmap waarbij verschillende categorieën verbonden zijn met elkaar)
Cultuur, concepten en gedachten
=> Crosscultureel onderzoek: is een expliciete, systematische vergelijking v psychologische
variabelen onder verschillende culturele condities om te specificeren wat voor processen verschil in
menselijk gedrag veroorzaken.
Voorstellingsvermogen en cognitieve plattegronden
• Vb: zicht voorstellen hoe vers gewassen laken ruiken, jouw lievelingslied
= sensorische beelden
• De weg vinden v ene lokaal naar de andere
Schema’s en scripts
• Script? Cluster v informatie over reeksen v gebeurtenissen en handelingen die je verwacht in
een specifieke situatie
o Verwachtingen
o Gevolgtrekkingen maken --> vb: vooroordelen
o Scripts als schema’s v gebeurtenissen
o Culturele invloeden op scripts
o Soms ook verwarringen --> vb: politieagent met hand omhoog is gn “goeiedag”
Denken en de hersenen
• Bepaalde gedachten – hersengolven: denken is zichtbaar in elk deel vd hersenen!
o PET-scan en MRI-scan
, Intuïtie
=> Vermogen een oordeel te vormen zonder bewust te redeneren
• Emoties spelen een rol in besluitvorming
• Snel denkproces: emotionele component + prefrontale cortex
• “Voorgevoel” --> informatie over behoeften, verlangens, emoties en ervaringen uit het
verleden bepalen mee onze beslissing
• Intuïtie nt altijd betrouwbaar (vb: bij sollicitatiegesprek)
• Betrouwbaarder in complexe situaties met beperkte tijd!
6.2 Over welke vaardigheden beschikken goede denkers?
Effectieve algoritmen en heuristieken en veel voorkomende hindernissen bij oplossen v problemen
en nemen v beslissingen kunnen vermijden.
Problemen oplossing --> probleem identificeren
Een strategie kiezen? Algoritmen (= vaste procedure, formules), heuristieken (flexibele strategie)
Enkele bruikbare heuristieken?
• Werk terug
• Zoek naar analogieën
• Deel een groot probleem op in kleinere problemen
Obstakels bij het oplossing v problemen
• Mental set --> vb: functionele gefixeerdheid
• Zelfopgelegde beperkingen
• Andere obstakels
o Te weinig kennis, te weinig belangstelling, te weinig zelfvertrouwen...
Oordelen en beslissen
Twee denkmodi:
• Rationelere denkprocessen = complexe problemen, mening herzien en controle
• Intuïtieve denkprocessen = snelle beslissingen
Confirmation Bias
=> bevestigingsbias
Hindsight Bias
=> neiging om na afloop ve gebeurtenis te twijfelen aan andermans beslissingen en te denken dat jij
die van tevoren hebt zien aankomen (vb: “ik heb het altijd geweten”).
Anchoring Bias
=> foutieve heuristiek waarbij je een schatting baseert op informatie die niets met het probleem te
maken heeft (je neemt de eerste beste informatie).
Hoofdstuk 6: Denken en intelligentie
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
6.1 Wat zijn de bouwstenen van denken?
=> Denken heeft te maken met de manipulatie v mentale representaties zoals concepten, schema’s
en scripts --> oordelen, beslissen, verbeelden, oplossen v problemen...
• Adhv afbeeldingen (representaties) vd werkelijkheid
Concepten
• Natuurlijk concept
o Representatie ve voorwerp/gebeurtenis gebaseerd op onze directe ervaringen
o Vb: een vis of een boom
• Artificieel concept
o Gedefinieerd door regels, zoals de betekenis ve woord of de inhoud ve wiskundige
formule
o Vb: liefde
Conceptuele hiërarchie => niveaus v concepten (v zeer algemeen tot zeer specifiek) --> zie pg.207
(Meestal in grote mindmap waarbij verschillende categorieën verbonden zijn met elkaar)
Cultuur, concepten en gedachten
=> Crosscultureel onderzoek: is een expliciete, systematische vergelijking v psychologische
variabelen onder verschillende culturele condities om te specificeren wat voor processen verschil in
menselijk gedrag veroorzaken.
Voorstellingsvermogen en cognitieve plattegronden
• Vb: zicht voorstellen hoe vers gewassen laken ruiken, jouw lievelingslied
= sensorische beelden
• De weg vinden v ene lokaal naar de andere
Schema’s en scripts
• Script? Cluster v informatie over reeksen v gebeurtenissen en handelingen die je verwacht in
een specifieke situatie
o Verwachtingen
o Gevolgtrekkingen maken --> vb: vooroordelen
o Scripts als schema’s v gebeurtenissen
o Culturele invloeden op scripts
o Soms ook verwarringen --> vb: politieagent met hand omhoog is gn “goeiedag”
Denken en de hersenen
• Bepaalde gedachten – hersengolven: denken is zichtbaar in elk deel vd hersenen!
o PET-scan en MRI-scan
, Intuïtie
=> Vermogen een oordeel te vormen zonder bewust te redeneren
• Emoties spelen een rol in besluitvorming
• Snel denkproces: emotionele component + prefrontale cortex
• “Voorgevoel” --> informatie over behoeften, verlangens, emoties en ervaringen uit het
verleden bepalen mee onze beslissing
• Intuïtie nt altijd betrouwbaar (vb: bij sollicitatiegesprek)
• Betrouwbaarder in complexe situaties met beperkte tijd!
6.2 Over welke vaardigheden beschikken goede denkers?
Effectieve algoritmen en heuristieken en veel voorkomende hindernissen bij oplossen v problemen
en nemen v beslissingen kunnen vermijden.
Problemen oplossing --> probleem identificeren
Een strategie kiezen? Algoritmen (= vaste procedure, formules), heuristieken (flexibele strategie)
Enkele bruikbare heuristieken?
• Werk terug
• Zoek naar analogieën
• Deel een groot probleem op in kleinere problemen
Obstakels bij het oplossing v problemen
• Mental set --> vb: functionele gefixeerdheid
• Zelfopgelegde beperkingen
• Andere obstakels
o Te weinig kennis, te weinig belangstelling, te weinig zelfvertrouwen...
Oordelen en beslissen
Twee denkmodi:
• Rationelere denkprocessen = complexe problemen, mening herzien en controle
• Intuïtieve denkprocessen = snelle beslissingen
Confirmation Bias
=> bevestigingsbias
Hindsight Bias
=> neiging om na afloop ve gebeurtenis te twijfelen aan andermans beslissingen en te denken dat jij
die van tevoren hebt zien aankomen (vb: “ik heb het altijd geweten”).
Anchoring Bias
=> foutieve heuristiek waarbij je een schatting baseert op informatie die niets met het probleem te
maken heeft (je neemt de eerste beste informatie).