1. Longziekten
1.1 De longen
Zorgen voor lucht en zuurstof.
O²via luchtpijp naar 2 longen via kleine bronchiën naar longblaasjes die het O² afgeeft in het
bloed.
In 7 seconden is de O² verdeelt tot in de hersenen en tenen
1.1.1 Anatomie van de longen
Grootste deel van de borstkas= longen
Linkerlong= bovenste en onderste linkerlong lob (kleiner door het hart) Omgeven door
Rechterlong= bovenste, middelste en onderste rechterlong lob longvlies (=pleura)
Luchtwegen:
= buizen die de buitenlucht verbinden met de longblaasjes.
Trachea (luchtpijp) start aan strottenhoofd en loopt in de borstkas
o Opgesplitst in 2 primaire bronchi, luchtwegen die elke een long binnengaan
Bronchen splitsten in secundaire en tertiaire bronchi
o Omgeven door stevige ringen ban kraakbeen (functie= luchtwegen klappen niet
dicht)
o Tertiaire bronchi: ontspringen primaire bronchioli (kleine luchtwegen zonder
kraakbenige ringen)
Opengehouden door elasticiteit van omgeven longweefsel
Bronchioli vertakken in terminale bronchioli tot in de longzakjes
Elke vertakking= totale omtrek takken groter
Functie= groot oppervlakte voor uitwisseling gassen
Bronchiaalboom= het geheel van luchtwegvertakkingen, geeft longen sponsachtig aspect
Alle luchtwegen achter elkaar = 2.400 kilometer
Longblaasjes:
Terminale bronchioli eindigen in longzakjes (alveolaire zakjes)
Bestaan uit clusters van longblaasjes of alveoli
300 – 500 miljoen alveoli (opp. 100 vierkante meter)
Alveolus= zeer dunwandig zakje en wordt omgeven door een netwerk van bloedvaten (capillairen)
Dunne wand zodat er een minimale barrière is voor uitwisseling gassen.
O²arm bloed naar rechterhart, geeft in longcapillairen CO² af aan lucht en neemt O² uit de lucht.
O²rijk bloed afgevoerd naar linkerhart, naar de rest van het lichaam
Celwand alveoli zitten cellen die surfactant produceren: vloeistof die zorgt voor een lagere
oppervlaktespanning en die de gasuitwisseling vergemakkelijkt.
1
, Interstitiële weefsel= weefsel dat zich tussen de luchtwegen en de longblaasjes bevindt.
Bevat bloedvaten, bindweefsel en veel elastische vezels (zetten long uit bij inademen en
terug in bij uitademen)
1) Neusholte
2) Mondholte
3) Trachea
4) Pleura parietalis
5) Pleura visceralis
6) Vertakkingen van de brochus
7) Alveoli
8) Pleuraholte
9) Diafragma
10) Hoofdbronchus
11) (linker)long
12) Larynx
13) Farynx
1.1.2 Ademhalingsspieren
Diafragma: middenrif
spierachtige structuur die borstholte van buikholte scheidt.
Koepelvormig buigt naar boven toe
Samentrekking van spieren middenrif rechtgetrokken (naar beneden) volume vd borstholte
neemt toe druk erin verlaagt en de lucht via mond/neus wordt in longen gezogen.
Verantwoordelijk voor helft van lucht die in de longen treedt.
Intercostale spieren: tussenribspieren
Verhogen volume in borstkas door ribben omhoog te trekken
3 lagen spieren
o Buitenste laag: verhoogt volume in borstkas door ribben omhoog te trekken
o Binnenste laag: trekt ribben omlaag bij het uitademen
Verantwoordelijk voor ¼ lucht in de longen
Hulpademhalingsspieren:
Enkel gebruikt bij verhoogt O²nood (inspanning & ademnood)
Scalenus spieren/scheve spieren lopen van nekwervels tot bovenste ribben
Musculus sternocleidomastoideus/ borstbeen-sleutelbeen-tepelspier die aanhecht op borstbeen,
sleutelbeen en achter het oor op de schedel.
Trekken ribben omhoog en verhogen volume in borstkas
2
1.1 De longen
Zorgen voor lucht en zuurstof.
O²via luchtpijp naar 2 longen via kleine bronchiën naar longblaasjes die het O² afgeeft in het
bloed.
In 7 seconden is de O² verdeelt tot in de hersenen en tenen
1.1.1 Anatomie van de longen
Grootste deel van de borstkas= longen
Linkerlong= bovenste en onderste linkerlong lob (kleiner door het hart) Omgeven door
Rechterlong= bovenste, middelste en onderste rechterlong lob longvlies (=pleura)
Luchtwegen:
= buizen die de buitenlucht verbinden met de longblaasjes.
Trachea (luchtpijp) start aan strottenhoofd en loopt in de borstkas
o Opgesplitst in 2 primaire bronchi, luchtwegen die elke een long binnengaan
Bronchen splitsten in secundaire en tertiaire bronchi
o Omgeven door stevige ringen ban kraakbeen (functie= luchtwegen klappen niet
dicht)
o Tertiaire bronchi: ontspringen primaire bronchioli (kleine luchtwegen zonder
kraakbenige ringen)
Opengehouden door elasticiteit van omgeven longweefsel
Bronchioli vertakken in terminale bronchioli tot in de longzakjes
Elke vertakking= totale omtrek takken groter
Functie= groot oppervlakte voor uitwisseling gassen
Bronchiaalboom= het geheel van luchtwegvertakkingen, geeft longen sponsachtig aspect
Alle luchtwegen achter elkaar = 2.400 kilometer
Longblaasjes:
Terminale bronchioli eindigen in longzakjes (alveolaire zakjes)
Bestaan uit clusters van longblaasjes of alveoli
300 – 500 miljoen alveoli (opp. 100 vierkante meter)
Alveolus= zeer dunwandig zakje en wordt omgeven door een netwerk van bloedvaten (capillairen)
Dunne wand zodat er een minimale barrière is voor uitwisseling gassen.
O²arm bloed naar rechterhart, geeft in longcapillairen CO² af aan lucht en neemt O² uit de lucht.
O²rijk bloed afgevoerd naar linkerhart, naar de rest van het lichaam
Celwand alveoli zitten cellen die surfactant produceren: vloeistof die zorgt voor een lagere
oppervlaktespanning en die de gasuitwisseling vergemakkelijkt.
1
, Interstitiële weefsel= weefsel dat zich tussen de luchtwegen en de longblaasjes bevindt.
Bevat bloedvaten, bindweefsel en veel elastische vezels (zetten long uit bij inademen en
terug in bij uitademen)
1) Neusholte
2) Mondholte
3) Trachea
4) Pleura parietalis
5) Pleura visceralis
6) Vertakkingen van de brochus
7) Alveoli
8) Pleuraholte
9) Diafragma
10) Hoofdbronchus
11) (linker)long
12) Larynx
13) Farynx
1.1.2 Ademhalingsspieren
Diafragma: middenrif
spierachtige structuur die borstholte van buikholte scheidt.
Koepelvormig buigt naar boven toe
Samentrekking van spieren middenrif rechtgetrokken (naar beneden) volume vd borstholte
neemt toe druk erin verlaagt en de lucht via mond/neus wordt in longen gezogen.
Verantwoordelijk voor helft van lucht die in de longen treedt.
Intercostale spieren: tussenribspieren
Verhogen volume in borstkas door ribben omhoog te trekken
3 lagen spieren
o Buitenste laag: verhoogt volume in borstkas door ribben omhoog te trekken
o Binnenste laag: trekt ribben omlaag bij het uitademen
Verantwoordelijk voor ¼ lucht in de longen
Hulpademhalingsspieren:
Enkel gebruikt bij verhoogt O²nood (inspanning & ademnood)
Scalenus spieren/scheve spieren lopen van nekwervels tot bovenste ribben
Musculus sternocleidomastoideus/ borstbeen-sleutelbeen-tepelspier die aanhecht op borstbeen,
sleutelbeen en achter het oor op de schedel.
Trekken ribben omhoog en verhogen volume in borstkas
2