Inleiding
Technieken:
Peddel- en boottechnieken
Vaardigheden:
Vaarbewegingen
Basismateriaal
1. Kajak
- Stern spiegel/staart
- Bow boeg
- Deck dek
- Hull romp
- Cockpit kuip
- Cockpit rim kuiprand
- Seat zit
- Backhand rugsteun
- Thighbrace dijsteun
- Foot braces voetensteun
- Grabloop grijplus
- Airbag luchtzak
- Drainplug hoosdopje
,De assen:
Vormkenmerken en vaareigenschappen van kajaks:
- Belangrijke eigenschappen: doorsnee van romp en lengte en vorm van waterlijn
Dwarse doorsnee:
- Breedte as
- Plat of rond → hoe platter, hoe meer stabiliteit en wendbaarheid, minder snelheid
Waterlijn:
- Omtrek van contactlijn van romp met watervlak
→ Capri
→ Shopper
- Hoe langer, rechter en smaller waterlijn → minder snel afwijken bij peddelen
Beschrijving
- Vlak en licht stromend water → bredere waterlijn en plattere romp → minder kans op
kantelen en voldoende wendbaar
- Materiaal: polyetheen (breekt niet bij eventuele botsingen)
- Goede zit (dij-, voet- en rugsteun helpen) → belangrijk voor technieken
- Kuiprand → spatzijl
- Grijplussen → boot dragen
- Hoosdopje → boot makkelijk legen
- Luchtzakken → na kantelen niet te veel gewicht bij naar kant halen en legen boot
, 2. Peddel
Beginnend → rechte steel, gekruiste
bladen (gekruist om luchtweerstand
luchtfase te beperken)
Steellengte= 1.70m – 2.00 m
Vorm= ovaal bladvorm= asymmetrisch Explosiever= kortere peddels
3. Spatzeil
- Elastiek moet voldoende aansluiten aan kuiprand, niet te
strak → moet gemakkelijk loskomen bij kantelen
- Neopreen → verschillende maten
- Nylon/pvc → minder passend → schouderlinten
- Treklus → altijd buitenkant
Opgebouwd uit: rompstuk, dek, elastiek, treklus
4. Zwemvest
Persoonlijk beschermingsmiddel (PBM) met minimaal drijfvermogen (=drijfmiddel → geen
reddingsvest)
Reddingsvest= heeft dikke kraag zodat hoofd (ook bij bewusteloosheid) boven blijft
Voldoende bewegingsvrijheid
5. Helm
PBM
Kwaliteitsnormen → voldoende schokdemping en stevig bevestigingssysteem
6. Kledij
Warme dagen: onderlaag
sluit aan tegen huid
- Nat → water opwarmen met lichaamswarmte en isoleren van koude
- Neopreenpak
Koude dagen: bovenlaag
water- en winddicht
- Beschermd tegen afkoeling opspattend water en koude omgevingstemp.
- Kajakvest → kraag en manchetten sluiten goed aan door neopreen rand
Tussenlaag:
vezels van minimale dikte die zo weinig mogelijk water opnemen
Conductie= bescherming voor afkoeling tegen water, water wordt warm in neopreen pak.
, Convectie= bescherming tegen lucht, warmte in pak houden.
Schoeisel:
stevig aan de voeten vast zit en niet loskomt
De basistechnieken
1. Optillen en dragen
Belang:
- Niet efficiënt dragen → kan lichaam belasten of onveilig zijn (omstaanders)
- Naast kuipopening staan → buigen door knieën en 2 handen op 2 kuipranden → strek benen
en draai kajak met bovenste op je schouder
Aandachtspunten:
- Gebruik benen om te tillen
- Zwaartepunt kajak zo dicht mogelijk tegen lichaam
- Beweging rustig doen → makkelijk evenwicht vinden
- Rekening houden met wind en achterzijde van kajak (nergens tegen botsen)
Variatie:
- Peddel in boot fixeren en op schouder laten rusten
- Kajak eerst optillen op achterpunt en dan naar voor kantelen met kuiprand op schouder
- 2 personen met draaglussen
Toepassing: Verplaatsen van kajak (opbergen, van niet bevaarbaar water, …)
Te vermijden: Slepen van kajak op harde ondergrond
2. In- en uitstappen
Belang:
- Kans op kenteren
- Techniek verschilt bij situatie
ACHTERWAARTS STEUNEN OP DE KUIPRAND: 20 cm
instappen:
- Leg kajak evenwijdig met oever
- Trek spatzeil achteraan naar boven, ga zitten op oever aan kuipopening. Grijp met 1 hand
achteraan kuiprand in kneukelgreep, andere hand op oever
- Duw lichaam opwaarts op beide handen, plaats 2 voeten op bodem van kajak voor je zit