Wat is het verschil tussen een prikkel en een impuls?
Bij een prikkel ontvang je informatie uit je omgeving bijvoorbeeld: licht, warmte, geluid,
smaak en geur. En een impuls is een elektrisch stroompje dat via zenuwcellen wordt
geleid.
De zenuwcellen (neuronen):
Het zenuwstelsel is opgebouwd uit zenuwcellen, die worden ook wel een neuron
genoemd. Er zijn drie verschillende soorten die allemaal hun eigen functie hebben en
allemaal op een bepaalde plaats in het zenuwstelsel voorkomen.
Dit zijn de drie soorten neuronen:
- Motorische zenuwcel
- Sensorische zenuwcel
- Schakelcel
Motorische zenuwcel:
Een motorische zenuwcel activeert spiercellen en/of kliercellen.
Sensorische zenuwcel:
Een sensorische zenuwcel ontvangt signalen van een zintuig
Schakelcel:
Een schakelcel maakt verbinding tussen zenuwcellen. Het centrale zenuwstelsel bestaat
alleen maar uit schakelcellen.
, Een zenuwcel is sowieso opgebouwd uit een
dendriet, een cellichaam en een axon. In het
cellichaam is ook de celkern aanwezig
Dendriet en axon:
Een dendriet vervoert het signaal altijd naar
het cellichaam toe, en een axon vervoert juist
het signaal van het cellichaam af.
Cellichaam:
Het cellichaam bevat alle organellen, die zijn
erg belangrijk want die zorgen ervoor dat de cel goed kan functioneren. Zo zitten er
bijvoorbeeld veel mitochondriën in, die zorgt voor de voorziening van energie.
Celkern:
Bevat DNA
Axon:
De axon is een lange ‘sliert’ die vanuit het cellichaam loopt. Het axon geeft een impuls
door vanuit het cellichaam, die uiteindelijk uitkomt bij de synaps.
Synaps:
Een synaps zorgt ervoor dat het signaal (impuls) van het ene zenuwcel naar het andere
zenuwcel kan.