Hoofdstuk 5 slaan we over, omdat er geen eindtermen over dit hoofdstuk gaan.
Hoofdstuk 6 – De Moderniteit en Vrijemarkteconomie
Introductie
De opkomst van de vrije markt is een grote factor geweest tijdens de ontwikkeling van de
moderne wereld, zoals te merken is uit de industriële revolutie. Technologie en economie
werken hier samen.
We gaan kijken naar drie filosofen die zich bezig hielden met de vrije markt: Adam Smith,
Karl Marx en Joan Tronto.
Adam Smith
Adam Smith is een filosoof die filosofeerde over de economie. Twee ideeën worden
verbonden met hem:
• De markt kan alleen werken als alle spelers op de markt bezig zijn met hun eigen belang
en dit willen maximaliseren.
• De markt werkt via het mechanisme van de ‘onzichtbare hand’, waardoor altijd de beste
uitkomst wordt gegarandeerd juist als iedereen met zijn eigenbelang bezig is.
De Onzichtbare Hand
Volgens Smith is het het beste voor iedereen als we niet handelen uit altruïsme, maar vanuit
eigen belang: men maakt meer winst maken door hard te werken – ze werken niet hard
omdat ze het doen uit goedaardigheid.
Dit levert we uiteindelijk het beste product op: zou een bakker niet zo zijn best doen dan
gaan we met zijn allen naar een andere bakker – het is dus voor zowel de klant als de
werklieden de beste optie om vanuit eigen belang te werken.
Dit is de onzichtbare hand van Smith: iedereen handelt naar zijn eigen belang, en dit brengt
welvaart voor een heel land.
Arbeid en Onderwijs
Smith merkte in zijn leven dat rijkdom mensen lui maakte en dat er veel armoede is. Hij
vraagt zich af: ‘’Hoe kan welvaart gecreëerd worden en hoe kan die terechtkomen bij de
verschillende lagen van de bevolking?’’.
Hij was de eerste die een antwoord had op hoe rijkdom in West-Europa was ontstaat,
namelijk door arbeid. Omdat iedereen arbeid kan verrichten kan dan ook iedereen
welvaardig worden.
Maar, zegt Smith, de arbeid moet wel georganiseerd worden om de welvaart zo efficiënt
mogelijk te maken. Maar, hogere efficiëntie betekent dat arbeid minder noodzakelijk zou zijn
– mensen zouden dan luier worden. Daarnaast kan de arbeid die verricht wordt extreem saai
zijn, waardoor mensen er sneller mee stoppen.
Smith zijn oplossing was onderwijs. Op die manier zouden mensen als privépersoon
menselijk en creatief blijven, ook al hebben ze geestdodend werk. Hiervoor dient de staat te
zorgen voor onderwijs.
26