ZSO 15 oudere vs geriatrische persoon
Gerontologie
: wetenschap die zich bezighoudt met biologische, sociale, psychologische en economische
processen tijdens veroudering
Geriatrie
: deel v geneeskunde dat zich bezighoudt met diagnose, behandeling en preventie v
aandoeningen bij ouderen
Oudere persoon
: persoon op oudere leeftijd een enkelvoudige welbepaalde aandoening heeft zonder enige
ander begleidende pathologie, is nog vitaal en actief
Geriatrische persoon
: gekenmerkt door begrippen frailty / kwetsbaarheid, hebben chronische aandoeningen met
multimorbideit en of sterk autonoom verlies
Gevoeliger voor nadelige effecten v bijkomende ziekte en voor schadelike
effecten medisch handelen
Grotere kans verdere functionele achteruitgang, afhankelijkheid v zorg en sterfte
Kenmerken geriatrisch profiel:
Verminderde homeostase
Homeostase : vermogen v lichaam om evenwicht te bewaren v alle lichaamsfuncties bv.
bloeddruk, t°, ademhaling, urologisch stelsel
Funcionele mogelijkheden v lichaam gaan verminderen wat homeostasemogelijkheden zal
verminderen -> ouderen toenemend kwetsbaar op lichamelijk en psychosociaal vlak.
Indivudele versch tssn ouderen door reservecapaciteit, ouderen met weinig reserve -> op
hogere leeftijd / verstoringen sneller uit balans -> kan ernstige gevolgen hebben zoals orgaan
falen -> complicaties gaan optreden -> kettingreactie -> hierdoor niet enkel lichamelijk
kwetsbaar maar ook op psychisch en sociaal vlak -> CASCADE BREAKDOWN (kettingreactie v
problemen)
Multipele, chronische pathologie
: meerdere aandoeningen tegelijk, vooral chronische aandoeningen v degeneratieve aard
(afnemende functies) -> niet meer te genezen -> medische interventies richten zich op acute
opflakkeringen, afremmen verder verloop, in stand houden overblijvende functies
Versch aandoeningen beïnvloeden elkaar en verhogen kwetsbaarheid
Aandoeningen met interactie tssn elkar die vaak voorkomen:
- Gevolgen arteriosclerose
- Hartfalen
- Artrose welvelkolom, heupen, knieën -> slechte mobiliteit -> spierzwakte en afh toenemen
- Osteoporose -> verhoogde kans fracturen en rugpijn, verminderde longfunctie door ingezkte wervels, verkorting thorax
- Diabetes type 2
, - Chronisch obstructief longlijden (tgv roken /vroegere arbeidsomstandigheden)
- Infecteis lucht / urinewegen (vaak tgv bedlerigheid / lokale factoren)
- Diverse aandoeningen maagdarmstelsel
- Slechte visus en gehoor
- Neurologisch lijden (na cva, ziekte v parkinson, evenwichtstoornissen,…)
- Delier, dementie, depressie
Medische zorgen gaan hiet niet om verlengen leven pt maar nastreven kwaliteit v leven pt
Behandeling gericht op:
- Accute opvlakkeringen opvangen
- Instandhouden lichaamsfuncties
- Afremmen verdere verloop
Bedreigde validiteit en zelfredzaamheid
: chronische aandoeningen verhogen kans op invaliditeit, acute aandoeningen verminderen
reservecapaciteit en zorgen dat oude niveau v functioneren niet terug bereikt kan worden
KATZ-schaal: zegt iets over de ADL-functies
Risico polyfarmacie
Kwalitatief: wanneer persoon > 1 gnm overbodig neemt
Kwantitatief: wanneer persoon > 5 gnm gelijktijdig gebruikt
Complicaties door polyfarmacie omdat bij ouderen farmacokinetiek en farmacodynamiek
verandert
- Farmacokinetiek
: onderzoekt wijze waarop stoffen uit gnm zich gedragen -> absorptie stoffen in
bloed, verdeling volgens organene en weefsels -> eliminatie via uitscheiding
- Farmacodynamiek
: bestudeert effect werkingsmechanisme medicijn op lichaam
- Makkelijker bijwerkingen
- Overdosering -> kans groot bij inname medicatie, therapieontrouw
- Interacties tssn gnm en veranderingen farmacokinetiek, farmacodynamiek
Bij ouderen:
- Gemakkelijk bijwerkingen door gnm
- Rekening houden met interacties tssn versch gnm, veranderingen farmacokinetiek en
dynamiek en risico op intoxicatie
- Als aantal voorgeschreven gnm toenment kans groter fouten bij inname
- Verminderde homeostase -> verminderde reserve -> verhoogde kweetsbaarheid
Vpk speelt belangrijke rol in preventie gnm problemen want komen vaak voor bij
geriatrische pt en zijn vaak oorzaak v zh opname
Gerontologie
: wetenschap die zich bezighoudt met biologische, sociale, psychologische en economische
processen tijdens veroudering
Geriatrie
: deel v geneeskunde dat zich bezighoudt met diagnose, behandeling en preventie v
aandoeningen bij ouderen
Oudere persoon
: persoon op oudere leeftijd een enkelvoudige welbepaalde aandoening heeft zonder enige
ander begleidende pathologie, is nog vitaal en actief
Geriatrische persoon
: gekenmerkt door begrippen frailty / kwetsbaarheid, hebben chronische aandoeningen met
multimorbideit en of sterk autonoom verlies
Gevoeliger voor nadelige effecten v bijkomende ziekte en voor schadelike
effecten medisch handelen
Grotere kans verdere functionele achteruitgang, afhankelijkheid v zorg en sterfte
Kenmerken geriatrisch profiel:
Verminderde homeostase
Homeostase : vermogen v lichaam om evenwicht te bewaren v alle lichaamsfuncties bv.
bloeddruk, t°, ademhaling, urologisch stelsel
Funcionele mogelijkheden v lichaam gaan verminderen wat homeostasemogelijkheden zal
verminderen -> ouderen toenemend kwetsbaar op lichamelijk en psychosociaal vlak.
Indivudele versch tssn ouderen door reservecapaciteit, ouderen met weinig reserve -> op
hogere leeftijd / verstoringen sneller uit balans -> kan ernstige gevolgen hebben zoals orgaan
falen -> complicaties gaan optreden -> kettingreactie -> hierdoor niet enkel lichamelijk
kwetsbaar maar ook op psychisch en sociaal vlak -> CASCADE BREAKDOWN (kettingreactie v
problemen)
Multipele, chronische pathologie
: meerdere aandoeningen tegelijk, vooral chronische aandoeningen v degeneratieve aard
(afnemende functies) -> niet meer te genezen -> medische interventies richten zich op acute
opflakkeringen, afremmen verder verloop, in stand houden overblijvende functies
Versch aandoeningen beïnvloeden elkaar en verhogen kwetsbaarheid
Aandoeningen met interactie tssn elkar die vaak voorkomen:
- Gevolgen arteriosclerose
- Hartfalen
- Artrose welvelkolom, heupen, knieën -> slechte mobiliteit -> spierzwakte en afh toenemen
- Osteoporose -> verhoogde kans fracturen en rugpijn, verminderde longfunctie door ingezkte wervels, verkorting thorax
- Diabetes type 2
, - Chronisch obstructief longlijden (tgv roken /vroegere arbeidsomstandigheden)
- Infecteis lucht / urinewegen (vaak tgv bedlerigheid / lokale factoren)
- Diverse aandoeningen maagdarmstelsel
- Slechte visus en gehoor
- Neurologisch lijden (na cva, ziekte v parkinson, evenwichtstoornissen,…)
- Delier, dementie, depressie
Medische zorgen gaan hiet niet om verlengen leven pt maar nastreven kwaliteit v leven pt
Behandeling gericht op:
- Accute opvlakkeringen opvangen
- Instandhouden lichaamsfuncties
- Afremmen verdere verloop
Bedreigde validiteit en zelfredzaamheid
: chronische aandoeningen verhogen kans op invaliditeit, acute aandoeningen verminderen
reservecapaciteit en zorgen dat oude niveau v functioneren niet terug bereikt kan worden
KATZ-schaal: zegt iets over de ADL-functies
Risico polyfarmacie
Kwalitatief: wanneer persoon > 1 gnm overbodig neemt
Kwantitatief: wanneer persoon > 5 gnm gelijktijdig gebruikt
Complicaties door polyfarmacie omdat bij ouderen farmacokinetiek en farmacodynamiek
verandert
- Farmacokinetiek
: onderzoekt wijze waarop stoffen uit gnm zich gedragen -> absorptie stoffen in
bloed, verdeling volgens organene en weefsels -> eliminatie via uitscheiding
- Farmacodynamiek
: bestudeert effect werkingsmechanisme medicijn op lichaam
- Makkelijker bijwerkingen
- Overdosering -> kans groot bij inname medicatie, therapieontrouw
- Interacties tssn gnm en veranderingen farmacokinetiek, farmacodynamiek
Bij ouderen:
- Gemakkelijk bijwerkingen door gnm
- Rekening houden met interacties tssn versch gnm, veranderingen farmacokinetiek en
dynamiek en risico op intoxicatie
- Als aantal voorgeschreven gnm toenment kans groter fouten bij inname
- Verminderde homeostase -> verminderde reserve -> verhoogde kweetsbaarheid
Vpk speelt belangrijke rol in preventie gnm problemen want komen vaak voor bij
geriatrische pt en zijn vaak oorzaak v zh opname