HC de waarneming
Waarneming is zó belangrijk omdat het op heel directe manier info biedt over de actuele toestand &
levert materiaal waarop andere cognities (geheugen en denken) voortbouwen.
Het waarnemingsproces
Hersenen blijven continu op de hoogte door de ZINTUIGEN (gevoeligheid ontw voor bep fysische E), zij zorgen
voor een continue toevoer v info. Deze info komt bij de hersenen terecht door TRANSDUCTIE (= proces
waarbij fysische E omgezet wordt i neurale impulsen, taal v hersenen).
TRANSDUCTIE begint als sensorisch neuron fyische stimulus opvangt, als stimulus passend zintuig
bereikt activeert het receptoren. (= sensatie)
SENSATIE/GEWAARWORDING: proces waarbij receptor gestimuleerd wordt en prikkel omzet i
patroon v neurale impuslen. Sensatie is 1e gewaarwording v stimulus.
Receptoren zetten prikkeling om i zenuwimpuls. I eigen zintuigen wordt sensatie gecodeerd tot
neurale impuls. Signaal met gecodeerde info verplaatst zich v receptorcellen langs sensorische baan
via thalamus naar gespacialiseerde sensorische verwerking centra i hersenen. Uit neurale impulsen
via zenuwbaan aangevoerd worden halen hersenen info over elementaire kenmerken v stimulus. ->
ontstaan PERCEPTIE
PERCEPTIE / WAARNEMING: proces dat inkomende sensorische patronen bewerkt en betekenis aan
geeft
Wetmatigheden
1. Waarnemen is SELECTEREN
- Adequate prikkel: stimulus waarvoor receptor meest gevoelig is
- Waarneembaar spectrum: deel v prikkels dat daadwerkelijk wordt waargenomen
- Absolute drempel / detectiedrempel: minimumintensiteit die prikkel moet hebben om te
worden waargenomen
- Pijndrempel: zeer intense prikkels
- Juiste waarneembare verschil: kleinste verandering i signaal dat nog net waarneembaar
is
- Selectieve aandacht: verscherping v aandacht op gebeurtenis waardoor andere niet of
verminderd worden waargenomen
Invloed op aandacht selectie bepaald door:
Invloed op aandacht selectie bepaald door
Externe factoren Interne factoren
-
Intensiteit / grootte v - Behoeftes
prikkel - Interesses
- Contrast - Verwachtingen
- Verandering - Emoties
- Beweging
- Habituatie: constante prikkels worden natijdje genegeerd door bewustzijn
Waarneming is zó belangrijk omdat het op heel directe manier info biedt over de actuele toestand &
levert materiaal waarop andere cognities (geheugen en denken) voortbouwen.
Het waarnemingsproces
Hersenen blijven continu op de hoogte door de ZINTUIGEN (gevoeligheid ontw voor bep fysische E), zij zorgen
voor een continue toevoer v info. Deze info komt bij de hersenen terecht door TRANSDUCTIE (= proces
waarbij fysische E omgezet wordt i neurale impulsen, taal v hersenen).
TRANSDUCTIE begint als sensorisch neuron fyische stimulus opvangt, als stimulus passend zintuig
bereikt activeert het receptoren. (= sensatie)
SENSATIE/GEWAARWORDING: proces waarbij receptor gestimuleerd wordt en prikkel omzet i
patroon v neurale impuslen. Sensatie is 1e gewaarwording v stimulus.
Receptoren zetten prikkeling om i zenuwimpuls. I eigen zintuigen wordt sensatie gecodeerd tot
neurale impuls. Signaal met gecodeerde info verplaatst zich v receptorcellen langs sensorische baan
via thalamus naar gespacialiseerde sensorische verwerking centra i hersenen. Uit neurale impulsen
via zenuwbaan aangevoerd worden halen hersenen info over elementaire kenmerken v stimulus. ->
ontstaan PERCEPTIE
PERCEPTIE / WAARNEMING: proces dat inkomende sensorische patronen bewerkt en betekenis aan
geeft
Wetmatigheden
1. Waarnemen is SELECTEREN
- Adequate prikkel: stimulus waarvoor receptor meest gevoelig is
- Waarneembaar spectrum: deel v prikkels dat daadwerkelijk wordt waargenomen
- Absolute drempel / detectiedrempel: minimumintensiteit die prikkel moet hebben om te
worden waargenomen
- Pijndrempel: zeer intense prikkels
- Juiste waarneembare verschil: kleinste verandering i signaal dat nog net waarneembaar
is
- Selectieve aandacht: verscherping v aandacht op gebeurtenis waardoor andere niet of
verminderd worden waargenomen
Invloed op aandacht selectie bepaald door:
Invloed op aandacht selectie bepaald door
Externe factoren Interne factoren
-
Intensiteit / grootte v - Behoeftes
prikkel - Interesses
- Contrast - Verwachtingen
- Verandering - Emoties
- Beweging
- Habituatie: constante prikkels worden natijdje genegeerd door bewustzijn