Recht en Onderneming – SEM 1
RECHT EN ONDERNEMING
BOEK 1
DEEL 1
INLEIDING TO HET RECHT
p6 HOOFDSTUK 1: WAT IS RECHT?
DEFINITIE VAN HET RECHT
= “recht is het geheel van bindende regels tot ordening van de samenleving
in beginsel opgelegd, minstens bekrachtigd door de maatschappij en als zodanig
afdwingbaar gesteld”
• Bestaan: is overal aanwezig
Vb: de lijn
• Definitie: 3 componenten
o Gedrag ordenen van de maatschappij
o Regels die afdwingbaar zijn (sancties) = RECHTSREGELS*
o Regels die je kan wijzigen / aanpassen
• Onderscheidt tussen 2 soorten: OBJECTIEF vs SUBJECTIEF
o Objectief: recht zoals het bestaat = geheel van rechtsregels
(regering, wetten)
o Subjectief: rechten die je ontleent aan objectief recht WANT
iedereen is een rechtssubject
Vb: recht op vrijemeningsuiting
*RECHTSREGELS
• Afdwingbaar met “de sterke arm” = politionele macht
• Garandeert naleving
• Sanctie niet bij elke overtreding gelijk: beperken tot burgerlijke gevolgen
(schadevergoeding) of kleine strafsancties (geldboetes)
• Onvermijdelijk en fundamenteel
• Staat à monopolie van geweld
p9
HOOFDSTUK 2
INDELING VAN HET NATIONAAL RECHT
NATIONAAL RECHT = recht met Belgische oorsprong
INTERNATIONAAL RECHT = Europees recht !!!
1 Onderscheid: privaat- en publiekrecht
1.1 Belang van het onderscheid
Onderscheidt = fundamenteel + basis indeling recht
• PRIVAATRECHT: relaties tss burgers onderling (traditie & vrijheid)
• PUBLIEKRECHT: relaties tss burgers – overheid of overheden onderling
(eenzijdige dwingende overheidsbeslissingen) Vb: België is federaal
1
, Recht en Onderneming – SEM 1
1.2 PRIVAATRECHT - inhoud
a) BURGERLIJK RECHT
= fundamentele regels voor iedere burger (regelt ons functioneren)
a. Burgerlijk Wetboek (BW)
b. Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW) vanaf 13 april 2019 à nieuwe
structuur en herschrijving
Vb: bewijsrecht
Vb: huwelijk, erfenissen, geboorte
b) ONDERNEMINGSRECHT
= recht toepasselijk voor ondernemingen (hetzelfde als burgerlijk recht
MAAR BW is niet toepasbaar)
a. Wetboek van Economisch Recht (WER)
b. Afzonderlijke wetten
Vb: einde, begin van ondernemingen
c) PRIVAATRECHTERLIJK PROCESRECHT / GERECHTERLIJK RECHT
= bepaald hoe ons land eruit ziet, welke rechtbanken we hebben
(effectueren van het recht)
a. Gerechterlijk Wetboek (GW): inrichting en bevoegdheid van
rechtscolleges + verloop procedures
!!! afdwingbaarheid
Vb: naar vrederechtbank voor burengeschil
1.3 PUBLIEKRECHT – inhoud
a) GRONDWETTELIJK RECHT
= fundamentele inrichting van de staat
Grondwet
a. Staatstructuur (vb: gewesten en provincies)
b. Beginselen: scheiding der machten (vb: uitvoerende macht)
c. Rechten en vrijheden (vb: onderwijs organiseren)
b) BESTUURSRECHT
= organisatie, inrichting en werking van de uitvoerende macht
a. Geen wetboek, wel afzonderlijke wetten
Vb: statuut van ambtenaren
c) FISCAAL RECHT
= regelt staatsinkomen (relatie individu & overheid)
a. Verschillende wetboeken
Vb: inkomensbelastingen, BTW, …
d) STRAFRECHT
= geheel van normen die tot het behoud van de openbare orde en
veiligheid worden uitgevaardigd + bepaald misdrijven en straffen
a. Strafwetboek + verschillende wetten: handeling + bijbehorende
sanctie
Vb: boetes, gevangenisstraffen
2
, Recht en Onderneming – SEM 1
e) STRAFPROCESRECHT = bepaald processen voor strafrecht (zet dader
tgo gemeenschap, vertegenwoordigd door Openbaar Ministerie =
vervolgd worden door OVERHEID)
a. Wetboek van Strafvordering
Vb: rijden met dronkenschap à politierechtbank
2 Het onderscheid + relativering
2.1 Relevantie van het onderscheid
Regels van AANVULLEND/ SUPPLETIEF recht: afwijken
Vb: huwelijksvermogensstelsel
Regels van DWINGEND recht: niet afwijken (beschermen van private belangen)
• Is niet zo absoluut (er is speling)
• Wel dading sluiten na geschil (= bijzondere overeenkomsten)
Vb: vrijheid van echtgenoten om eigen job te kiezen
Regels van OPENBARE ORDE: niet afwijken (fundamentele belangen
veiligstellen)
Vb: regels strafrecht
ð RELATIVEREN onderscheid !!!
Vb: economisch recht is onderdeel van ondernemingsrecht (=
overheidsinterventie: prijscontrole, …) à zou bij publiekrecht moeten
Vb: sociaal recht uit 3 delen (individueel en collectief arbeidsrecht)
2.2 Waarom relativeren?
a) Praktijk laat zich niet altijd indelen: voor juridische indeling belangrijk
maar voor praktijk niet
Vb: familievennootschap
b) Europees Recht: maakt geen onderscheid: focus meer op reële situatie
Autonome invulling op begrippen
c) Meer beroep op privaatrecht in de praktijk
Vb: vroeger onteigende ze mensen van huizen, nu sluiten ze contracten af
met deze persoon
p14 HOOFDSTUK 3
HET INTERNATIONAAL RECHT
Hierbij behoren:
HET INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT (IPR)
= uitmaken welke nationale wetgeving van toepassing is op een
rechtsverhouding waarin buitenlandse elementen voorkomen
• Nationaal: ieder land houdt hierbij verschillende regels
• België: Wetboek IPR
• Europees: verdragen afsluiten
• Hinkende rechtsrelaties = ongelijke rechtsgevolgen in diverse landen
zorgen voor delicate private en professionele gevolgen
Vb: polygamie
3
, Recht en Onderneming – SEM 1
HET INTERNATIONAAL PUBLIEKRECHT / VOLKERENRECHT
= relaties tussen landen beheerst door contracten tussen staten = verdragen
(onderhandeling, ondertekend door afgezanten/diplomaten en goedgekeurd door
Europees Parlement)
• Publiekrecht: defensie, uitlevering
• Privaatrecht: handelsverdragen
• Verdragen niet meteen van toepassing
!!! HET EUROPEES RECHT
Heeft unieke eigenschappen
• Sommige nationale bevoegdheden overgedragen aan Europese Unie
• Primauteit of voorrang van Europees Recht = regels EU (27 landen)
hebben voorrang op nationaal recht
• Rechtstreekse werking = rechtstreeks rechten en plichten maken voor
burgers (beroep doen op Europese regels)
Ontstaan EU
• 1957: Europees Economische Gemeenschap opgericht bij verdrag van
Rome à doel: economische integratie DUI, FR, ITA, BEN
• 1992: Verdrag van Maastricht = EU à doel: groeiende Europese
samenwerking
4
RECHT EN ONDERNEMING
BOEK 1
DEEL 1
INLEIDING TO HET RECHT
p6 HOOFDSTUK 1: WAT IS RECHT?
DEFINITIE VAN HET RECHT
= “recht is het geheel van bindende regels tot ordening van de samenleving
in beginsel opgelegd, minstens bekrachtigd door de maatschappij en als zodanig
afdwingbaar gesteld”
• Bestaan: is overal aanwezig
Vb: de lijn
• Definitie: 3 componenten
o Gedrag ordenen van de maatschappij
o Regels die afdwingbaar zijn (sancties) = RECHTSREGELS*
o Regels die je kan wijzigen / aanpassen
• Onderscheidt tussen 2 soorten: OBJECTIEF vs SUBJECTIEF
o Objectief: recht zoals het bestaat = geheel van rechtsregels
(regering, wetten)
o Subjectief: rechten die je ontleent aan objectief recht WANT
iedereen is een rechtssubject
Vb: recht op vrijemeningsuiting
*RECHTSREGELS
• Afdwingbaar met “de sterke arm” = politionele macht
• Garandeert naleving
• Sanctie niet bij elke overtreding gelijk: beperken tot burgerlijke gevolgen
(schadevergoeding) of kleine strafsancties (geldboetes)
• Onvermijdelijk en fundamenteel
• Staat à monopolie van geweld
p9
HOOFDSTUK 2
INDELING VAN HET NATIONAAL RECHT
NATIONAAL RECHT = recht met Belgische oorsprong
INTERNATIONAAL RECHT = Europees recht !!!
1 Onderscheid: privaat- en publiekrecht
1.1 Belang van het onderscheid
Onderscheidt = fundamenteel + basis indeling recht
• PRIVAATRECHT: relaties tss burgers onderling (traditie & vrijheid)
• PUBLIEKRECHT: relaties tss burgers – overheid of overheden onderling
(eenzijdige dwingende overheidsbeslissingen) Vb: België is federaal
1
, Recht en Onderneming – SEM 1
1.2 PRIVAATRECHT - inhoud
a) BURGERLIJK RECHT
= fundamentele regels voor iedere burger (regelt ons functioneren)
a. Burgerlijk Wetboek (BW)
b. Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW) vanaf 13 april 2019 à nieuwe
structuur en herschrijving
Vb: bewijsrecht
Vb: huwelijk, erfenissen, geboorte
b) ONDERNEMINGSRECHT
= recht toepasselijk voor ondernemingen (hetzelfde als burgerlijk recht
MAAR BW is niet toepasbaar)
a. Wetboek van Economisch Recht (WER)
b. Afzonderlijke wetten
Vb: einde, begin van ondernemingen
c) PRIVAATRECHTERLIJK PROCESRECHT / GERECHTERLIJK RECHT
= bepaald hoe ons land eruit ziet, welke rechtbanken we hebben
(effectueren van het recht)
a. Gerechterlijk Wetboek (GW): inrichting en bevoegdheid van
rechtscolleges + verloop procedures
!!! afdwingbaarheid
Vb: naar vrederechtbank voor burengeschil
1.3 PUBLIEKRECHT – inhoud
a) GRONDWETTELIJK RECHT
= fundamentele inrichting van de staat
Grondwet
a. Staatstructuur (vb: gewesten en provincies)
b. Beginselen: scheiding der machten (vb: uitvoerende macht)
c. Rechten en vrijheden (vb: onderwijs organiseren)
b) BESTUURSRECHT
= organisatie, inrichting en werking van de uitvoerende macht
a. Geen wetboek, wel afzonderlijke wetten
Vb: statuut van ambtenaren
c) FISCAAL RECHT
= regelt staatsinkomen (relatie individu & overheid)
a. Verschillende wetboeken
Vb: inkomensbelastingen, BTW, …
d) STRAFRECHT
= geheel van normen die tot het behoud van de openbare orde en
veiligheid worden uitgevaardigd + bepaald misdrijven en straffen
a. Strafwetboek + verschillende wetten: handeling + bijbehorende
sanctie
Vb: boetes, gevangenisstraffen
2
, Recht en Onderneming – SEM 1
e) STRAFPROCESRECHT = bepaald processen voor strafrecht (zet dader
tgo gemeenschap, vertegenwoordigd door Openbaar Ministerie =
vervolgd worden door OVERHEID)
a. Wetboek van Strafvordering
Vb: rijden met dronkenschap à politierechtbank
2 Het onderscheid + relativering
2.1 Relevantie van het onderscheid
Regels van AANVULLEND/ SUPPLETIEF recht: afwijken
Vb: huwelijksvermogensstelsel
Regels van DWINGEND recht: niet afwijken (beschermen van private belangen)
• Is niet zo absoluut (er is speling)
• Wel dading sluiten na geschil (= bijzondere overeenkomsten)
Vb: vrijheid van echtgenoten om eigen job te kiezen
Regels van OPENBARE ORDE: niet afwijken (fundamentele belangen
veiligstellen)
Vb: regels strafrecht
ð RELATIVEREN onderscheid !!!
Vb: economisch recht is onderdeel van ondernemingsrecht (=
overheidsinterventie: prijscontrole, …) à zou bij publiekrecht moeten
Vb: sociaal recht uit 3 delen (individueel en collectief arbeidsrecht)
2.2 Waarom relativeren?
a) Praktijk laat zich niet altijd indelen: voor juridische indeling belangrijk
maar voor praktijk niet
Vb: familievennootschap
b) Europees Recht: maakt geen onderscheid: focus meer op reële situatie
Autonome invulling op begrippen
c) Meer beroep op privaatrecht in de praktijk
Vb: vroeger onteigende ze mensen van huizen, nu sluiten ze contracten af
met deze persoon
p14 HOOFDSTUK 3
HET INTERNATIONAAL RECHT
Hierbij behoren:
HET INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT (IPR)
= uitmaken welke nationale wetgeving van toepassing is op een
rechtsverhouding waarin buitenlandse elementen voorkomen
• Nationaal: ieder land houdt hierbij verschillende regels
• België: Wetboek IPR
• Europees: verdragen afsluiten
• Hinkende rechtsrelaties = ongelijke rechtsgevolgen in diverse landen
zorgen voor delicate private en professionele gevolgen
Vb: polygamie
3
, Recht en Onderneming – SEM 1
HET INTERNATIONAAL PUBLIEKRECHT / VOLKERENRECHT
= relaties tussen landen beheerst door contracten tussen staten = verdragen
(onderhandeling, ondertekend door afgezanten/diplomaten en goedgekeurd door
Europees Parlement)
• Publiekrecht: defensie, uitlevering
• Privaatrecht: handelsverdragen
• Verdragen niet meteen van toepassing
!!! HET EUROPEES RECHT
Heeft unieke eigenschappen
• Sommige nationale bevoegdheden overgedragen aan Europese Unie
• Primauteit of voorrang van Europees Recht = regels EU (27 landen)
hebben voorrang op nationaal recht
• Rechtstreekse werking = rechtstreeks rechten en plichten maken voor
burgers (beroep doen op Europese regels)
Ontstaan EU
• 1957: Europees Economische Gemeenschap opgericht bij verdrag van
Rome à doel: economische integratie DUI, FR, ITA, BEN
• 1992: Verdrag van Maastricht = EU à doel: groeiende Europese
samenwerking
4