NDT - BOBATH
INLEIDING NDT – NEURODEVELOPMENT TREATMENT – OF BOBATH CONCEPT
Startpunt Bobath: spasticiteit kan afnemen → meer ruimte voor normale beweging
* Nieuw inzicht: spiertonus kan beïnvloed worden
* Voordien: enkel aandacht aan het gebruik van compensaties
* Mogelijkheid om hemiplegische patiënt te verbeteren en dit door spasticiteit te doen afnemen om
daarna de patiënt meer normaal te laten bewegen
* Kan bij patiënten met diverse neurologische aandoeningen (MS, parkinson, craniocerebrale traumata,…)
→ wij vooral bij hemiplegie
De therapeut streeft ernaar de spiertonus te normaliseren om een beter posturaal mechanisme uit te lokken
d.w.z. dat door een juistere spierspanning uit te lokken de lichaamshouding en beweging verbetert: 2 principes
* Facilitatie: meer normale bewegingspatronen uit lokken
- Vertrekkend vanuit normalisatie van de tonus
- Door het geven van steun of passief inleiden van de bewgeing, wordt het correct uitvoeren
ervan vergemakkelijkt
* Inhibitie: het verhinderen of afremmen van foute bewegingen en het opbouwen van teveel spanning
- Technieken: beweging, gewichtstransfer en goede uitgangshouding
BEHANDELPLAN (IBITA)
OPGAVE
* De therapeut assisteert bij een door de patiënt gekozen functie
- Zelf kiezen = motivatie en interesse van P
* Functie = een combinatie van bewegingen, die noodzakelijk zijn bij het uitvoeren van een activiteit van
het dagelijkse leven
EVALUATIE
* De therapeut observeert de functie
* Neelt belangrijkste problemen
* Individueel behandelingsplan opstellen vanuit deze problemen
WAT ZIJN DE POTENTIËLE HOOFDPROBLEMEN?
* Een biomechanisch malalignement (bijvoorbeeld een subluxatie in de schouder of scapula alata);
* Een beperkte beweeglijkheid (ter hoogte van spieren, gewrichten, zenuwen of
* Bindweefsel);
* Abnormale tonus (hypo- of hypertonie);
* Een verkeerde initiatie van een beweging, een incorrecte timing;
* Pijn;
* De aanwezigheid van compensatiestrategieën;
* Sensorische problemen bij de patiënt;
* Het voorkomen van afasie, apraxie, agnosie en lichaamsschemastoornissen;
* Problemen met motivatie, stimulatie, concentratie
1
,WELKE BEWEGINGSCOMPONENTEN KUNNEN DE FUNCTIE VERANDEREN?
* Bewegingscomponenten = bewegingen die behandeld dienen te worden om de functie te verbeteren.
WELKE MEETBARE VERANDERING ZAL ER NA DE BEHANDELING BEREIKT ZIJN?
* Objectiveerbare parameter (selecteren voor behandeling)
* Bv. het aantal graden actieve heupextensie of de duur van de steunfase op het hemiplegische been
tijdens het lopen.
BEHANDELING
* Rekening houdend met de hoofdproblemen worden de bewegingscomponenten behandeld.
HEREVALUATIE
* Herevaluatie van de geselecteerde uitkomstparameter onder identieke conditie
* Objectief vastgesteld of de patiënt verbeterd is of niet.
Uiteindelijke doel revalidatie: de door de patiënt als belangrijk aangeduide functies te verbeteren
2
,TRANSFERS EN POSITIONERING (HEMIPLEGIE)
POSITIONERING
INLEIDING
Positioneren: patiënt een bepaalde tijd in een welomschreven positie plaatsen
* 2 doelen
- Normale houdings- en bewegingstonus ontwikkeling
- Contracturen en (schouder)complicaties voorkomen
* Niet enkel bij de behandeling maar doorheen de hele dag → 24u management
* Als Patiënt niet comfortabel ligt → onrustig → hele tijd bewegen → negatieve invloed op spiertonus
3 principes:
1. Alignement van de lichaamsdelen
- Anatomische nulstelling in de gewrichten
2. Houdingstonus normaliseren
- De houdingstonus
• Opgebouwd bij niet of onvoldoende aanwezig
• Afgebouwd bij overmatig aanwezig
- Normaliseren van de houdingstonus = op zich een doel van de gepaste positionering
3. Elke vrije ruimte tussen patiënt en ondergrond opvullen
- Maximale ontspanning → maximale reductie hypertonie
RUGLIG
! Mogelijke negatieve invloed van de symmetrische tonische nekreflex en de labyrintreactie
* Scapula: opwaarste rotatie en protractie
* Hemi-arm: lichte abductie + hoogstand
- In gootje (fout op eerste foto)
* Lx: uitvlakken
* Heup: geen exorotatie, geen retractie
- Exorotatie: door lange doek
* Knie: geen hyperextensie
Cave: drukplekken hielen, flexie heup
3
, ZIJLIG OP DE HEMIPLEGISCHE ZIJDE (85°-95°)
* Scapula: protractie
* Romp: alignement dmv kussen en steeklaken
* Hemi-arm: abductie, exorotatie, supinatie, hoogstand
(zoveel mogelijk uit spastisch patroon)
* Hemi-been: heupextensie + lichte knieflexie
* Niet-aangedane been: stappositie
Voordelen positionering op hemizijde:
* Sensorische stimulatie
* Romp verlenging hemizijde
* Functioneel om niet-hemi hand te gebruiken
ZIJLIG OP DE NIET-AANGEDANE ZIJDE (85°-95°)
* Hemi-arm: anteflexie
* Niet-aangedane arm: comfortabel
* Hemi-been: stappositie
- Cave: inversie enkel
* Niet-aangedane been: heupextensie + lichte knieflexie
* Kussen achter rug onder steeklaken
Voordelen: aandacht geven met hemizijde (stimuleren hemizijde te
gebruiken → forced use)
ZIT IN DE ROLSTOEL
Aandachtspunten:
* Zitvlak dicht tegen rugleuning!
* Geen exorotatie heupen → symmetrie
* Hemi-arm gesteund → hand niet afhangend: Bewustwording Pt → lig
hand voor de patiënt zodat hij het zelf in het oog kan houden
* Hand uit spastisch partroon: voorwerp erin steken → contra indicatie als
patiënt met deze arm in voorwerp begint te knijpen
* Voet op voetsteun → voldoende flexie in heup knie en voet (handdoekje
of kussen gebruiken indien naar endo of exo valt)
⇨ P kan zo zelf voortbeweging door niet-hemi arm en been te gebruiken
4
INLEIDING NDT – NEURODEVELOPMENT TREATMENT – OF BOBATH CONCEPT
Startpunt Bobath: spasticiteit kan afnemen → meer ruimte voor normale beweging
* Nieuw inzicht: spiertonus kan beïnvloed worden
* Voordien: enkel aandacht aan het gebruik van compensaties
* Mogelijkheid om hemiplegische patiënt te verbeteren en dit door spasticiteit te doen afnemen om
daarna de patiënt meer normaal te laten bewegen
* Kan bij patiënten met diverse neurologische aandoeningen (MS, parkinson, craniocerebrale traumata,…)
→ wij vooral bij hemiplegie
De therapeut streeft ernaar de spiertonus te normaliseren om een beter posturaal mechanisme uit te lokken
d.w.z. dat door een juistere spierspanning uit te lokken de lichaamshouding en beweging verbetert: 2 principes
* Facilitatie: meer normale bewegingspatronen uit lokken
- Vertrekkend vanuit normalisatie van de tonus
- Door het geven van steun of passief inleiden van de bewgeing, wordt het correct uitvoeren
ervan vergemakkelijkt
* Inhibitie: het verhinderen of afremmen van foute bewegingen en het opbouwen van teveel spanning
- Technieken: beweging, gewichtstransfer en goede uitgangshouding
BEHANDELPLAN (IBITA)
OPGAVE
* De therapeut assisteert bij een door de patiënt gekozen functie
- Zelf kiezen = motivatie en interesse van P
* Functie = een combinatie van bewegingen, die noodzakelijk zijn bij het uitvoeren van een activiteit van
het dagelijkse leven
EVALUATIE
* De therapeut observeert de functie
* Neelt belangrijkste problemen
* Individueel behandelingsplan opstellen vanuit deze problemen
WAT ZIJN DE POTENTIËLE HOOFDPROBLEMEN?
* Een biomechanisch malalignement (bijvoorbeeld een subluxatie in de schouder of scapula alata);
* Een beperkte beweeglijkheid (ter hoogte van spieren, gewrichten, zenuwen of
* Bindweefsel);
* Abnormale tonus (hypo- of hypertonie);
* Een verkeerde initiatie van een beweging, een incorrecte timing;
* Pijn;
* De aanwezigheid van compensatiestrategieën;
* Sensorische problemen bij de patiënt;
* Het voorkomen van afasie, apraxie, agnosie en lichaamsschemastoornissen;
* Problemen met motivatie, stimulatie, concentratie
1
,WELKE BEWEGINGSCOMPONENTEN KUNNEN DE FUNCTIE VERANDEREN?
* Bewegingscomponenten = bewegingen die behandeld dienen te worden om de functie te verbeteren.
WELKE MEETBARE VERANDERING ZAL ER NA DE BEHANDELING BEREIKT ZIJN?
* Objectiveerbare parameter (selecteren voor behandeling)
* Bv. het aantal graden actieve heupextensie of de duur van de steunfase op het hemiplegische been
tijdens het lopen.
BEHANDELING
* Rekening houdend met de hoofdproblemen worden de bewegingscomponenten behandeld.
HEREVALUATIE
* Herevaluatie van de geselecteerde uitkomstparameter onder identieke conditie
* Objectief vastgesteld of de patiënt verbeterd is of niet.
Uiteindelijke doel revalidatie: de door de patiënt als belangrijk aangeduide functies te verbeteren
2
,TRANSFERS EN POSITIONERING (HEMIPLEGIE)
POSITIONERING
INLEIDING
Positioneren: patiënt een bepaalde tijd in een welomschreven positie plaatsen
* 2 doelen
- Normale houdings- en bewegingstonus ontwikkeling
- Contracturen en (schouder)complicaties voorkomen
* Niet enkel bij de behandeling maar doorheen de hele dag → 24u management
* Als Patiënt niet comfortabel ligt → onrustig → hele tijd bewegen → negatieve invloed op spiertonus
3 principes:
1. Alignement van de lichaamsdelen
- Anatomische nulstelling in de gewrichten
2. Houdingstonus normaliseren
- De houdingstonus
• Opgebouwd bij niet of onvoldoende aanwezig
• Afgebouwd bij overmatig aanwezig
- Normaliseren van de houdingstonus = op zich een doel van de gepaste positionering
3. Elke vrije ruimte tussen patiënt en ondergrond opvullen
- Maximale ontspanning → maximale reductie hypertonie
RUGLIG
! Mogelijke negatieve invloed van de symmetrische tonische nekreflex en de labyrintreactie
* Scapula: opwaarste rotatie en protractie
* Hemi-arm: lichte abductie + hoogstand
- In gootje (fout op eerste foto)
* Lx: uitvlakken
* Heup: geen exorotatie, geen retractie
- Exorotatie: door lange doek
* Knie: geen hyperextensie
Cave: drukplekken hielen, flexie heup
3
, ZIJLIG OP DE HEMIPLEGISCHE ZIJDE (85°-95°)
* Scapula: protractie
* Romp: alignement dmv kussen en steeklaken
* Hemi-arm: abductie, exorotatie, supinatie, hoogstand
(zoveel mogelijk uit spastisch patroon)
* Hemi-been: heupextensie + lichte knieflexie
* Niet-aangedane been: stappositie
Voordelen positionering op hemizijde:
* Sensorische stimulatie
* Romp verlenging hemizijde
* Functioneel om niet-hemi hand te gebruiken
ZIJLIG OP DE NIET-AANGEDANE ZIJDE (85°-95°)
* Hemi-arm: anteflexie
* Niet-aangedane arm: comfortabel
* Hemi-been: stappositie
- Cave: inversie enkel
* Niet-aangedane been: heupextensie + lichte knieflexie
* Kussen achter rug onder steeklaken
Voordelen: aandacht geven met hemizijde (stimuleren hemizijde te
gebruiken → forced use)
ZIT IN DE ROLSTOEL
Aandachtspunten:
* Zitvlak dicht tegen rugleuning!
* Geen exorotatie heupen → symmetrie
* Hemi-arm gesteund → hand niet afhangend: Bewustwording Pt → lig
hand voor de patiënt zodat hij het zelf in het oog kan houden
* Hand uit spastisch partroon: voorwerp erin steken → contra indicatie als
patiënt met deze arm in voorwerp begint te knijpen
* Voet op voetsteun → voldoende flexie in heup knie en voet (handdoekje
of kussen gebruiken indien naar endo of exo valt)
⇨ P kan zo zelf voortbeweging door niet-hemi arm en been te gebruiken
4