1.1 Algemeen
Gegevens invoer verwerking uitvoer
EDP-manager: beheerder van afdeling Electronic Data Processing
Computer:
o Software: programma’s, bepalen hoe gegevensverwerking gebeurt
o Hardware: verzameling alle toestellen + elektronische en mechanische componenten
1.2 Computertoepassingen
Administratief Technisch
Gegevens Veel Weinig
Berekeningen Eenvoudig Ingewikkeld
Voorbeeld Boekhouding Ontwerpen vliegtuigen
o CAD/CAM: Computer Aided Design/Manufacturing
1.3 Digitale en analoge computers
Digitaal Analoog
o Discrete waarden (digit) o Continue grootheden:
Spanning/Stroom
o Informatie = cijfers o Werking met analoge meter
o Getallen beperkt aantal cijfers o Fouten: grootteorde gekend
geheugenomvang
o Berekeningen: afrondingsfouten + o Reproduceerbaar binnen grenzen
reproduceerbaar
1.4 Bits, bytes, woordlengte
Bit: BInary digiT, binair cijfers (0,1)
Byte: 8 bits
1kb = 1024 byte (=210)
Woordlengte: Aantal bits dat door de processor in 1 stap uit het geheugen kan gelezen +
verwerkt worden
Veelvoud van 8 bits
2 Computercomponenten
2.1 Schema van een computer
Invoerorgaan: input (toetsenbord, sensor, netwerk)
o Omzetten elektrische signalen
o Activeren stukken van intern geheugen via
controllers
Uitvoerorgaan: output (scherm, printer, sturing,
netwerk)
, o Omzetten van getallen in geheugen via elektrische signalen naar bruikbare info
Intern geheugen:
o Buffer gegevenstransport
o Bevat de te verwerken gegevens + programmeeropdrachten CPU werkt hiermee
Centrale verwerkingseenheid = CPU = Processor
o Rekenorgaan: ALU (Arithmetic and Logical Unit)
Numerieke bewerkingen: + -
Logische bewerkingen: Voorwaarden controleren, (on)waar, nodig om
besturingsorgaan te laten beslissen
Gegevens en resultaten van en naar geheugen
o Besturingsorgaan
Haalt opdrachten uit het intern geheugen
Interpreteert en decodeert opdrachten
Activeren systemcomponenten
Alle gegevens + opdrachten zitten in het intern geheugen autonoom
functioneren
Verbonden met alle ander computercomponenten via besturingslijnen
controlesignalen
o Klok: Elektrisch circuit dat pulsen genereert, op die frequentie wordt de werking van
de systeemcomponenten gesynchroniseerd
Extern geheugen:
o Verplaatsen naar intern geheugen indien nood aan verwerking
2.2 Geheugen
Geheugen: opslagplaats van gegevens + programmaopdrachten
Toegangstijd: tijd nodig om een gegeven uit te lezen / weg te
schrijven
Volatiele bewaartijd: apparaat uit alle gegevens uit intern
geheugen weg
2.2.1 Interne geheugens
Adresseerbaarheid: Elke geheugenlocatie is direct toegankelijk
o Geheugenlocatie:
Geheugenplaats heeft een adres (0,1…)
Bestaat uit 1 byte = 8 bits
o Adres:
Aantal bits (16,20,…)
Maximale # adressen
Aantal geheugenplaatsen = 2aantal bits
Adres van woord = adres eerste byte, woordadres is deelbaar door
woordlengte
Halfgeleidergeheugen
o RAM: Random Acces Memory
Bits in matrix elke willekeurige plaats is even snel bereikbaar
Dynamische RAM: lading van de condensator herhaaldelijk opfrissen
Statische RAM: transistoren, schakelaars