Samenvatting sociale psychologie
,1.1.1 t/m 1.1.3
Sociale psychologie
De wetenschappelijke studie van de manier waarop de gedachten, gevoelens en
gedragingen van mensen worden beïnvloed door de werkelijke of voorgestelde
aanwezigheid van andere mensen.
‘Need to belong’
Behoefte van de mens om ergens bij te horen. Stamt af uit de evolutie, daardoor hadden ze
meer overlevingskansen.
Social tuning
Het onbewust op mekaar afstemmen van gedrag, gedachten en gevoelens.
- Stemmingen en gevoelens
- Meningen en overtuigingen
- Snelheid
- Gedrag en gewoontes
- Bewegingen, lichaamshouding en mimiek
Overnemen van mekaars mimiek heet kameleon-effect.
Automatische imitatie is kenmerk van alle sociale dieren. Al deze dieren bezitten
spiegelneuronen -> Wat ze zien automatisch nadoen.
Spiegelneuronen zijn hersencellen die de activiteiten en ervaringen van anderen
weerspiegelen in het eigen brein.
Er vindt een belichaming bij ons plaats als we wat waarnemen. Ons lichaam stimuleert de
ervaring van de ander. Daardoor ook empathie, je kunt ervaren wat de ander voelt.
Conformisme
De neiging ons aan te passen aan anderen.
Emotionele besmetting
Automatisch elkaars emoties overnemen.
Imitatie zorgt voor een bevordering van de onderlinge band tussen mensen.
2.1.1 t/m 2.2.6, 2.3.
Publiek zelfbewustzijn
Iemand bekijkt zichzelf door de ogen van een denkbeeldig publiek. Vaak bij pubers het geval.
Privé zelfbewustzijn
Mijmeren over wie je bent, wat je voelt en wat het allemaal betekent. Aandacht is gericht op
eigen binnenkant.
Vlekkentest
Test om te meten of iemand over zelfbewustzijn beschikt. Stip op het voorhoofd.
Ought self
Idee van hoe iemand is
, Ideal self
hoe mensen zouden willen zijn
Hoger zelfbewustzijn heeft ook nadelige gevolgen. Denk aan bezwijken onder druk. Hoog
zelfbewustzijn kan ook leiden tot angstige of depressieve gevoelens. Dus meer depressie en
piekeren.
Een gezondere vorm van over jezelf nadenken is zelfreflectie. Op een beschouwende manier
zonder afkeur naar jezelf kijken. Mindfulness is daar een voorbeeld van.
Introspectie
Mensen kunnen ‘naar binnen’ kijken bij zichzelf. Maar toch niet zo goed als we denken,
meeste zelfkennis is onbewust. We bedenken vaak een aannemelijke verklaring voor ons
gedrag. Wilson zegt dat we onze drijfveren eigenlijk niet zo goed kennen. Adaptief
onbewuste het werk van het onbewuste is heel nuttig.
Zelfperceptietheorie of zelfwaarnemingstheorie
Mensen leren zichzelf kennen door op een objectiverende manier naar hun gedrag te kijken
en daaruit hun persoonlijkheidseigenschappen af te leiden.
Zelf- schema
Bestaande uit een abstract stukje kennis over het zelf, geassocieerd met meer concrete
attributen en voorbeelden.
Zelfschema’s kunnen tegenstrijdig zijn.
Geheel van zelfschema’s van een persoon is het zelf- concept.
Zelf-complexiteit is de manier waarop de verschillende zelf-thema’s binnen hetzelfde zelf-
concept zijn geordend. Iemand met hoog zelf-complexiteit heeft veel verschillende zelf-
thema’s die onafhankelijk zijn van mekaar.
Mensen hebben een algehele evaluatie van zichzelf -> zelfwaardering
‘Ik ben over het algemeen best aardig’
Zelfwaardering kan hoog of laag zijn.
Meeste mensen* zijn redelijk tevreden met zichzelf (*psychologisch gezonde mensen)
Expliciete zelfwaardering is wat mensen antwoorden als je vraagt hoe ze over zichzelf
denken
Impliciete zelfwaardering gaat over die aspecten van zelfwaardering die niet tot uiting
komen als je mensen rechtstreeks vragen stelt over hoe ze zichzelf zien. Maar bij indirecte
metingen aan het licht komen, of in lichaamstaal.
Stabiliteit van zelfwaardering is erg verschillend. Zelfwaardering kan heel stabiel maar ook
heel instabiel zijn.
Contingentie van zelfwaardering is de mate waarin iemand zijn zelfwaardering afhankelijk is
van het bereiken van een bepaalde standaard. Prestaties, goedkeuring of uiterlijk.
Zelfwaardering is ook afhankelijk van de aard ervan. Sommige mensen vinden uiterlijk
belangrijker en anderen goede cijfers.
,1.1.1 t/m 1.1.3
Sociale psychologie
De wetenschappelijke studie van de manier waarop de gedachten, gevoelens en
gedragingen van mensen worden beïnvloed door de werkelijke of voorgestelde
aanwezigheid van andere mensen.
‘Need to belong’
Behoefte van de mens om ergens bij te horen. Stamt af uit de evolutie, daardoor hadden ze
meer overlevingskansen.
Social tuning
Het onbewust op mekaar afstemmen van gedrag, gedachten en gevoelens.
- Stemmingen en gevoelens
- Meningen en overtuigingen
- Snelheid
- Gedrag en gewoontes
- Bewegingen, lichaamshouding en mimiek
Overnemen van mekaars mimiek heet kameleon-effect.
Automatische imitatie is kenmerk van alle sociale dieren. Al deze dieren bezitten
spiegelneuronen -> Wat ze zien automatisch nadoen.
Spiegelneuronen zijn hersencellen die de activiteiten en ervaringen van anderen
weerspiegelen in het eigen brein.
Er vindt een belichaming bij ons plaats als we wat waarnemen. Ons lichaam stimuleert de
ervaring van de ander. Daardoor ook empathie, je kunt ervaren wat de ander voelt.
Conformisme
De neiging ons aan te passen aan anderen.
Emotionele besmetting
Automatisch elkaars emoties overnemen.
Imitatie zorgt voor een bevordering van de onderlinge band tussen mensen.
2.1.1 t/m 2.2.6, 2.3.
Publiek zelfbewustzijn
Iemand bekijkt zichzelf door de ogen van een denkbeeldig publiek. Vaak bij pubers het geval.
Privé zelfbewustzijn
Mijmeren over wie je bent, wat je voelt en wat het allemaal betekent. Aandacht is gericht op
eigen binnenkant.
Vlekkentest
Test om te meten of iemand over zelfbewustzijn beschikt. Stip op het voorhoofd.
Ought self
Idee van hoe iemand is
, Ideal self
hoe mensen zouden willen zijn
Hoger zelfbewustzijn heeft ook nadelige gevolgen. Denk aan bezwijken onder druk. Hoog
zelfbewustzijn kan ook leiden tot angstige of depressieve gevoelens. Dus meer depressie en
piekeren.
Een gezondere vorm van over jezelf nadenken is zelfreflectie. Op een beschouwende manier
zonder afkeur naar jezelf kijken. Mindfulness is daar een voorbeeld van.
Introspectie
Mensen kunnen ‘naar binnen’ kijken bij zichzelf. Maar toch niet zo goed als we denken,
meeste zelfkennis is onbewust. We bedenken vaak een aannemelijke verklaring voor ons
gedrag. Wilson zegt dat we onze drijfveren eigenlijk niet zo goed kennen. Adaptief
onbewuste het werk van het onbewuste is heel nuttig.
Zelfperceptietheorie of zelfwaarnemingstheorie
Mensen leren zichzelf kennen door op een objectiverende manier naar hun gedrag te kijken
en daaruit hun persoonlijkheidseigenschappen af te leiden.
Zelf- schema
Bestaande uit een abstract stukje kennis over het zelf, geassocieerd met meer concrete
attributen en voorbeelden.
Zelfschema’s kunnen tegenstrijdig zijn.
Geheel van zelfschema’s van een persoon is het zelf- concept.
Zelf-complexiteit is de manier waarop de verschillende zelf-thema’s binnen hetzelfde zelf-
concept zijn geordend. Iemand met hoog zelf-complexiteit heeft veel verschillende zelf-
thema’s die onafhankelijk zijn van mekaar.
Mensen hebben een algehele evaluatie van zichzelf -> zelfwaardering
‘Ik ben over het algemeen best aardig’
Zelfwaardering kan hoog of laag zijn.
Meeste mensen* zijn redelijk tevreden met zichzelf (*psychologisch gezonde mensen)
Expliciete zelfwaardering is wat mensen antwoorden als je vraagt hoe ze over zichzelf
denken
Impliciete zelfwaardering gaat over die aspecten van zelfwaardering die niet tot uiting
komen als je mensen rechtstreeks vragen stelt over hoe ze zichzelf zien. Maar bij indirecte
metingen aan het licht komen, of in lichaamstaal.
Stabiliteit van zelfwaardering is erg verschillend. Zelfwaardering kan heel stabiel maar ook
heel instabiel zijn.
Contingentie van zelfwaardering is de mate waarin iemand zijn zelfwaardering afhankelijk is
van het bereiken van een bepaalde standaard. Prestaties, goedkeuring of uiterlijk.
Zelfwaardering is ook afhankelijk van de aard ervan. Sommige mensen vinden uiterlijk
belangrijker en anderen goede cijfers.