Het zenuwstelsel
1. Kunnen uitleggen dat het zenuwstelsel bestaat uit een schakeling tussen
receptoren en effectoren.
Zenuwstelsel = schakeling tussen:
- Receptoren = ontvangers
- Effectoren = uitvoerders
Vb pijn vinger impulse CZS (receptor) spier in arm (effector) arm wegtrekken
2. De samenwerking tussen het hormoonstelsel en het zenuwstelsel kunnen
weergeven en dit kunnen illustreren met voorbeelden.
Nauwe samenwerking tussen zenuwstelsel en hormoonstelsel
- Beiden trachten de homeostase te handhaven:
› Vb.: hormonen insuline en glucagon (regeling glucosegehalte in bloed)
› Vb.: daling lichaamst°: via receptoren in de huid naar centraal ZS met als reactie kippevel
- Verschil in reactiesnelheid:
› Hormonaal stelsel: trage reactiesnelheid
› Zenuwstelsel: hoge reactiesnelheid
- Zenuwstelsel en hormoonstelsel kunnen elkaar beïnvloeden!
› Voorbeeld: als de dagen langer/korter worden:
› Via zenuwstelsel: waarneming met zintuigen (ogen)
› Hierdoor: via hormoonstelsel: aanmaak oestrogeen (bronst, hengstigheid
- hypothalamus – hypofyse: connectie zenuwstelsel en hormoonstelsel
3. Weten hoe het centrale zenuwstelsel en het perifere zenuwstelsel opgebouwd
zijn.
Centraal Zenuwstelsel (CZS): info verwerken
- Hersenen
- Ruggenmerg
Perifeer Zenuwstelsel (PZS): info aan- en afvoeren
- Zenuwen
- ! Ook hersenzenuwen etc (vb oogzenuw)
1
, 4. Het verschil kennen tussen impulsgeleiding en
impulsoverdracht.
Afbeeldingen & grafiek omtrent impulsgeleiding
Impulsgeleiding = een elektrisch proces Impulsoverdracht = een chemisch proces
5. Het verschil kennen tussen sensorische zenuwen en
motorische zenuwen.
6. Het verschil kennen tussen sensorische en motorische
velden.
Input:
- Zintuigen (“receptoren”): prikkel impuls
- Sensorische zenuwen: impulsgeleiding en –overdracht
- Sensorische velden: impuls verwerken
- Sensorische = voelen, waarnemen
Output:
- Motorische zenuwen: impulsgeleiding en –overdracht
- Motorische velden: impuls opwekken
- Spieren: impuls spiercontractie
- Motorische = uitvoeren
7. Het zenuwstelsel kent enerzijds een witte kleur,
anderzijds een grijze kleur. De betekenis hiervan
kunnen uitleggen.
- Zenuwvezel = witte kleur (Uitsturen!)
- Cellichaam + dendrieten = grijze kleur (ontvangen!)
2