BIOLOGIE: H5 ENZYMEN
Korte herhaling:
- Katabolische processen: Er worden allerlei stoffen afgebroken. Grote moleculen worden
afgebroken tot kleinere om opgenomen te worden door ons lichaam en getransporteerd te
worden naar waar ze nodig zijn.
- Anabolische processen: Er worden allerlei stoffen opgebouwd. Kleine moleculen worden bij
elkaar gevoegd om grote moleculen te vormen. De stoffen die ontstaan vervullen een
specifieke taak binnen het lichaam.
Deze stofomzettingen/ metabolische processen kunnen alleen plaats vinden met de
hulp van een speciale stoffen: ENZYMEN
Enzym en katalysator:
- Katalysator: komt voor bij chemische processen om de reactiesnelheid te verhogen door de
activeringsenergie te verlagen. (moet maar in kleine hoeveelheden aanwezig zijn)
- Enzym: is een katalysator maar dan in het lichaam. Er vinden zich geen chemische maar wel
biochemische processen plaats in het lichaam waardoor een enzym ook een biokatalysator
wordt genoemd.
Een enzym is dus een gespecialiseerd eiwit dat stofwisselingsreacties versnelt die
anders dagen zouden duren.
Werking van een enzym:
SLEUTEL-SLOT-THEORIE
- Substraat: een unieke molecule waar telkens slecht één enzym in past
1) Het enzym-substraat complex:
Het substraat zal een tijdelijk complex vormen met het enzym.
De substraatmolecule wordt hierdoor geactiveerd en zal uiteindelijk reageren.
2) Het actief centrum:
Wanneer een enzym met een specifieke 3D-structuur zal gaan binden gebeurt dit op een
welbepaalde plaats, het actief centrum.
3) Het actief centrum past precies op de stof waarmee het enzym kan reageren.
4) De sleutel (het substraat) pas perfect op het slot (het enzym)
5) Nu gebeurt er een afbraak in producten.
Korte herhaling:
- Katabolische processen: Er worden allerlei stoffen afgebroken. Grote moleculen worden
afgebroken tot kleinere om opgenomen te worden door ons lichaam en getransporteerd te
worden naar waar ze nodig zijn.
- Anabolische processen: Er worden allerlei stoffen opgebouwd. Kleine moleculen worden bij
elkaar gevoegd om grote moleculen te vormen. De stoffen die ontstaan vervullen een
specifieke taak binnen het lichaam.
Deze stofomzettingen/ metabolische processen kunnen alleen plaats vinden met de
hulp van een speciale stoffen: ENZYMEN
Enzym en katalysator:
- Katalysator: komt voor bij chemische processen om de reactiesnelheid te verhogen door de
activeringsenergie te verlagen. (moet maar in kleine hoeveelheden aanwezig zijn)
- Enzym: is een katalysator maar dan in het lichaam. Er vinden zich geen chemische maar wel
biochemische processen plaats in het lichaam waardoor een enzym ook een biokatalysator
wordt genoemd.
Een enzym is dus een gespecialiseerd eiwit dat stofwisselingsreacties versnelt die
anders dagen zouden duren.
Werking van een enzym:
SLEUTEL-SLOT-THEORIE
- Substraat: een unieke molecule waar telkens slecht één enzym in past
1) Het enzym-substraat complex:
Het substraat zal een tijdelijk complex vormen met het enzym.
De substraatmolecule wordt hierdoor geactiveerd en zal uiteindelijk reageren.
2) Het actief centrum:
Wanneer een enzym met een specifieke 3D-structuur zal gaan binden gebeurt dit op een
welbepaalde plaats, het actief centrum.
3) Het actief centrum past precies op de stof waarmee het enzym kan reageren.
4) De sleutel (het substraat) pas perfect op het slot (het enzym)
5) Nu gebeurt er een afbraak in producten.