Tijd: inhoud
Prehistorie (… - 5000 v Chr)
1. Tijd
Periodes:
- Oude steentijd (2 miljoen – 10 000 v. Chr.)
- Midden steentijd (10 000 v. Chr. – 5000 v. Chr.)
2. Ruimte
200 miljoen j geleden alle land nog aan mekaar (pangaea)
3. Eerste mensen en hun afstamming
Aarde is gekomen door de Big Bang.
Leven is ontstaan uit een en meercelligen, vervolgens kwamen de vissen, landdieren en als
laatste de mensen (apen).
Evolutietheorie: Carles Darwin – “De oorsprong van de soorten”
Trage ontwikkeling van soorten
Van mensachtigen naar Homo Sapiens:
1. Australopitheek
4 tot 3 miljoen jaar geleden
2. Homo habilis
2,5 – 19 miljoen jaar geleden
Silex
3. Homo erectus
Vuur beheersen
4. Homo neandethalensis
Sterk gespierd
Schedel gelijkend op mensenschedel
5. Homo sapiens
Vruchtbaarheidsbeeldjes
Muurschilderingen
, 4. Kenmerken levenswijze
Leven van jacht, visvangst en vruchtenpluk. De eerste mensen zijn consumenten.
Grote ontdekking van het vuur: warmte, licht, bereiding van eten, drogen van huiden,
bescherming tegen wilde dieren.
Werktuigen en wapens maken silex, been, ivoor en hoorn.
Woning nomadenbestaan. Soorten: grotten, overhangende rotsen, tenten, putten.
Kleding dierenhuiden.
Godsdienst doden met zorg en volgens rituelen begraven. Vruchtbaarheid beeldjes.
Kunst grotschilderingen.
Nederzettingen (5000 -1200
v Chr)
1. Tijd
Nieuwe steentijd
Grote revolutie in landbouw en veeteelt ging vrij snel.
Einde van de ijstijd nieuwe fauna (herten, bruine beren..) en flora (beuken, essen…).
Ontstaan van landbouw = niet enkel oogsten en opslaan van graan, maar ook zelf gaan
verbouwen vanuit de aren.
De mens leeft niet meer als nomade, maar wordt sedentair.
Neolithische revolutie = nieuwe manier van steenbewerking
Steentijden:
- Oude steentijd ( 2 000 000 – 10 000 v Chr)
- Middensteentijd ( 10 000 – 8000 v Chr)
- Nieuwe steentijd ( 8000 – 2000 v Chr)
2. Ruimte
De nederzettingen liggen in het tweestromenland: Tigris & Eufraat.
De nieuwe steentijd
a) Bandkeramiekers
Eerste boeren in onze gewesten. Aardewerk: potten en kommen met bandmotief.
5400 v Chr: eerste boeren in Haspengouw
Silex: scherpe en sterke werktuigen
, b) Megalietenbouwers
4000 en 2500 v Chr: eerste monumentale bouwkunst
De tijd van het metaal
a) Klokbekervolk (2500 – 1800 v Chr)
Luidde de metaaltijd in met het koper.
Mooi versierde klokbeker en koperen dolk.
2000 v C klokbekervolk naar de Kempen.
b) Bronstijd (2000 – 800 v C)
Koper te zachte metaalsoort.
Urneveldlieden meesters in bewerken en handel van brons.
Cremeerden hun doden en begroeven ze in urnen, zo ontstonden urnenvelden.
Zij werden verdreven door volkeren die al in ijzeren wapens hanteerden.
c) Ijzertijd (Kelten)
Hallstatt-krijgers
1500 v C: ijzer voor het eerst bewerkt.
1000 v C: Scyten aan de Zwarte zee.
Kelten erfden paard (rijdier), vierwielige wagen, kennis ijzer.
Vervolgens heersen de Kelten over Zuid-Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Oost-
Frankrijk.
Urnen & crematie kwamen bijna niet meer voor grafkamers van hout.
Geheim Hallstatt-krijgers : zout (erg kostbaar, op grote schaal verhandeld), drukke handel.
La tène – kultuur
Begon gewelddadig: Keltische stammen bevochten elkaar.
Betere wapens dan nabije volkeren (makkelijke prooi)
Handel & landbouw welvaart en stijgende bevolking.
6e eeuw v C: Keltische krijgers palmen onze gewesten en Frankrijk in.
Heden: mensen uit Wales en Bretagne spreken nog Keltisch.
Prehistorie (… - 5000 v Chr)
1. Tijd
Periodes:
- Oude steentijd (2 miljoen – 10 000 v. Chr.)
- Midden steentijd (10 000 v. Chr. – 5000 v. Chr.)
2. Ruimte
200 miljoen j geleden alle land nog aan mekaar (pangaea)
3. Eerste mensen en hun afstamming
Aarde is gekomen door de Big Bang.
Leven is ontstaan uit een en meercelligen, vervolgens kwamen de vissen, landdieren en als
laatste de mensen (apen).
Evolutietheorie: Carles Darwin – “De oorsprong van de soorten”
Trage ontwikkeling van soorten
Van mensachtigen naar Homo Sapiens:
1. Australopitheek
4 tot 3 miljoen jaar geleden
2. Homo habilis
2,5 – 19 miljoen jaar geleden
Silex
3. Homo erectus
Vuur beheersen
4. Homo neandethalensis
Sterk gespierd
Schedel gelijkend op mensenschedel
5. Homo sapiens
Vruchtbaarheidsbeeldjes
Muurschilderingen
, 4. Kenmerken levenswijze
Leven van jacht, visvangst en vruchtenpluk. De eerste mensen zijn consumenten.
Grote ontdekking van het vuur: warmte, licht, bereiding van eten, drogen van huiden,
bescherming tegen wilde dieren.
Werktuigen en wapens maken silex, been, ivoor en hoorn.
Woning nomadenbestaan. Soorten: grotten, overhangende rotsen, tenten, putten.
Kleding dierenhuiden.
Godsdienst doden met zorg en volgens rituelen begraven. Vruchtbaarheid beeldjes.
Kunst grotschilderingen.
Nederzettingen (5000 -1200
v Chr)
1. Tijd
Nieuwe steentijd
Grote revolutie in landbouw en veeteelt ging vrij snel.
Einde van de ijstijd nieuwe fauna (herten, bruine beren..) en flora (beuken, essen…).
Ontstaan van landbouw = niet enkel oogsten en opslaan van graan, maar ook zelf gaan
verbouwen vanuit de aren.
De mens leeft niet meer als nomade, maar wordt sedentair.
Neolithische revolutie = nieuwe manier van steenbewerking
Steentijden:
- Oude steentijd ( 2 000 000 – 10 000 v Chr)
- Middensteentijd ( 10 000 – 8000 v Chr)
- Nieuwe steentijd ( 8000 – 2000 v Chr)
2. Ruimte
De nederzettingen liggen in het tweestromenland: Tigris & Eufraat.
De nieuwe steentijd
a) Bandkeramiekers
Eerste boeren in onze gewesten. Aardewerk: potten en kommen met bandmotief.
5400 v Chr: eerste boeren in Haspengouw
Silex: scherpe en sterke werktuigen
, b) Megalietenbouwers
4000 en 2500 v Chr: eerste monumentale bouwkunst
De tijd van het metaal
a) Klokbekervolk (2500 – 1800 v Chr)
Luidde de metaaltijd in met het koper.
Mooi versierde klokbeker en koperen dolk.
2000 v C klokbekervolk naar de Kempen.
b) Bronstijd (2000 – 800 v C)
Koper te zachte metaalsoort.
Urneveldlieden meesters in bewerken en handel van brons.
Cremeerden hun doden en begroeven ze in urnen, zo ontstonden urnenvelden.
Zij werden verdreven door volkeren die al in ijzeren wapens hanteerden.
c) Ijzertijd (Kelten)
Hallstatt-krijgers
1500 v C: ijzer voor het eerst bewerkt.
1000 v C: Scyten aan de Zwarte zee.
Kelten erfden paard (rijdier), vierwielige wagen, kennis ijzer.
Vervolgens heersen de Kelten over Zuid-Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Oost-
Frankrijk.
Urnen & crematie kwamen bijna niet meer voor grafkamers van hout.
Geheim Hallstatt-krijgers : zout (erg kostbaar, op grote schaal verhandeld), drukke handel.
La tène – kultuur
Begon gewelddadig: Keltische stammen bevochten elkaar.
Betere wapens dan nabije volkeren (makkelijke prooi)
Handel & landbouw welvaart en stijgende bevolking.
6e eeuw v C: Keltische krijgers palmen onze gewesten en Frankrijk in.
Heden: mensen uit Wales en Bretagne spreken nog Keltisch.