Periode juni
Thema 2: I came in like a wrecking ball
Deel 1: krachten
Soorten krachten:
Trekkracht
Duwkracht
Wrijvingskracht
Zwaartekracht
Kenmerken vector:
Zin = geeft weer naar welke kant de kracht uitwerking
heeft (naar links, naar rechts, etc.)
Grootte = geeft weer hoe groot de kracht is (….. N) (lengt
v.d. pijl)
Aangrijpingspunt = punt waar de kracht inwerkt op
voorwerp
Richting = de rechte/werklijn waar de kracht werkt
(horizontaal, verticaal, schuin)
- Effect van een kracht
Kracht = uitgeoefend door lichaam op ander lichaam
Symbool:
SI-eenheid: Newton (N)
Een kracht kan:
Vorm van lichaam veranderen => statisch effect
Bewegingstoestand veranderen => dynamisch effect
Dynamisch effect kan lichaam doen:
Versnellen
Vertragen
Van richting veranderen
Wrijvingskracht ( ) = tegenwerkende kracht
- Vectoriële karakter van een kracht
Een kracht = vectoriële grootheid, dat stel je voor met een vector
1
, - Krachten met dezelfde richting en zin
Resulterende kracht/resultante = een kracht die hetzelfde effect heeft als
2/2+ krachten samen
2 krachten met dezelfde:
Richting
Zin
= versterken elkaar
Resultante v. 2 krachten met dezelfde richting + zin:
Heeft dezelfde richting en zin als de 2 krachten
In grootte gelijk aan de som v. de grootte v.d. 2 krachten
- Krachten met dezelfde richting maar tegengestelde zin
2 krachten met dezelfde richting maar tegengestelde zin => werken
elkaar tegen
Resultante v. 2 krachten met dezelfde richting maar tegengestelde zin
Heeft dezelfde richting als de beide krachten
Heeft dezelfde zin als de grootste kracht
In grootte gelijk aan verschil tussen de grootste en kleinste kracht
Wanneer 2 tegengestelde krachten in dezelfde richting even groot zijn, is
de grootte v.d. resultante 0N
- Twee krachten met een verschillende richting en zin
2