H1. Gametogenese
= vorming/rijping van gameten/geslachtscellen (=zaadcellen en eicellen)
Specifieke voorlopercellen vd geslachtcellen = oergonocyten of primordiale kiemcellen (PGCs) (zitten
tijdelijk in wand vd dooierzak)
↓ deze oergonocyten differentiëren verder in:
Oögonia (= rijpe eicel: oögenese)
Spermatogonia (= spermatozoïde: spermatogenese)
↓ gametogenese
Rijpe gameten: Ze zijn haploïd: n-chromosomen (mens: 23chr)
Door meiose = reductiedeling: cte # chromosomen
Enige met specifieke voorloper
Primordiale kiemcellen ontstaan vroeg id zwangerschap
Week 3 vd zwangerschap = foetusontwikkeling: primordiale kiemcellen ontstaan in de wand van de
dooierzak
Week 5 vd zwangerschap: promordiale kiemcellen migreren nr de primaire/ontwikkelde gonaden
(eierstokken of teelballen)
Start gametogenese:
- bij mannen: spermatogenese en ejaculatie (zaadcelvorming tijdens pubertijd (rond 12j))
- bij vrouwen: oogenese (eicelvorming al tijdens 3e maand van foetale ontwikkeling)
,In 3e week ontstaan de PGCs in de wand vd dooierzak ze nemen toe in aantal (proliferatie) in 7e week
gaan teelballen (man)/ eierstokken (vrouw) worden aangemaakt spermatogenese (12j)/oogonese (3e
maand) vindt dan plaats
Somatische cellen zijn diploïd (46 chr)
Germen (= alle gameten/geslachtcellen) zijn haploïd (23 chr)
1.1. Germen vs somatische cellen
Uniek kenmerk van kiemcellen:
Tijdens oögenese en spermatogenese moet helvering van chromosomen optreden = meiose/rijpingsdeling
o 1e rijpingsdeling: 2n en 4chr n en 2 chr (=scheiding analoge chromosomen)
o 2e rijpingsdeling: n en 2chr n en 1 chr (=chromatide scheiding)
Mitose:
Zie smv genetica
Meiose:
Zie smv genetica
,1.2. Oögenese (proces waarbij eicel gevormd wordt, vertrekkende vanuit eicelmoedercel (= oögonia)
Geboorte:
o Alle aanwezige oögonia beginnen gelijktijdig met profase I en blijven zo tot aan ovulatie = primaire
oöcyte.
o Definitief aangelegde voorraad primaire oöcyten in ovarium
o Centrale dogma = tijdens levensduur van de vrouw worden geen nieuwe eicellen aangemaakt
Voor ovulatie:
o Primaire oöcyten: omgeven door laag afgeplatte follikelcellen geheel = primordiale follikel
o Periode van puberteit – menopauze: primordiale follikels ontwikkelen zich et maandelijkse periodiciteit
o Menopauze: primordiale follikels in ruststadium
o Follikelcellen worden groter, en we spreken nu van primair follikel
o Ontwikkeling primaire follikel is afhankelijk van:
→ Follikel stimulerend hormoon (FSH) en luteïniserend hormoon (LH) (geprod. dr hypofyse)
→ Dr deze stimulatie: primaire oöcyten werken 1e rijpingsdeling af + follikelcellen worden
meerlagig = granulosacellen omringt de oöcyt
o In massa granulosacellen: ontstaan holten versmelten met elkaar tot 1 holte = follikelholte
→ Daarin ligt oöcyten omgeven dr krans vn granulosacellen = corona radiata
→ Dit geheel = cumulus oophurus, die uitpuilt in antrum van follikel
→ Die configuratie = rijpe follikel/follikel vd Graaf
→ Tijdens ontwikkeling tot rijpe follikel: granulosacellen leggen een mantel van glycoproteïnen
aan rond de oöcyte = zona pellucida
→ Aan periferie vd granulosacellen: theca folliculi - ontwikkeld uit stromacel
- heeft bwachtige cellen = theca-cellen
- gebruikt als precursor productie oestrogeen
Na ovulatie:
o Rijpe follikel barst aan opp. Vh ovarium open secundaire oöcyte wordt vrijgesteld
o Die wordt opgevangen in het infundibulum = uiteinde eileider (tuba uterina)
o Rand infundibulum: tentakelachtige uitlopers (fimbriae) , liggen tegen ovarium aan
→ Zorgen dat ovulerende oöcyte in de eileider terecht komt
o Grote massa granulosacellen en theca-cellen blijven achter in ovarium = corpus luteum (geel lichaam)
→ wordt belangrijk endocrien orgaan
→ secreteerd oestrogeen en progesteron: bereiden endometrium voor op bevruchte eicel
→ indien geen zwangerschap: corpus luteum degenereert nr corpus albicans (wit lichaam)
wordt dan gefagocyteerd
o secundaire oöcyte MOET binnen 12u bevrucht worden! (zo niet: sterft ze af)
→ uit primaire oöcyte ontstaat 1. Secundaire oöcyt
2. poollichaampje
o primaire oöcyten: 5e maand zwangerschap: 6-7miljoen
Geboorte: 2 miljoen
Puberteit: 500 000 – 300 000
400 worden effectief gebruikt
o per ovariële cyclus: 5-15 follikels geactiveerd eentje wordt maar rijpe follikel (= follikelselectie)
→ de anderen sterven af = follikelatresie tijdens het foetale leven = follikelattritie (die periode)
, De meiotische deling is slecht georganiseerd. 40% vd eicellen dat we collecteren is slecht door de
chromosomale afwijking.
Dit is leeftijdsgebonden: hoe ouder de vrouw, hoe meer kans op miskramen door te veel chromosomale
afwijkingen!
Extra uitleg:
Voor geboorte:
Vorming primordiale follikel met primaire eicel daarin
Links: rijping kern in eicel
Rechts: groei follikel die alsmaar groter wordt, met meerdere lagen etc.
Tussen geboorte en pubertijd:
Er gebeurd niets wachten tot pubertijd, op die hormonen
Pubertijd:
LH en FSH: follikel wordt groter tot het geovuleerd wordt
Overgang primaire secundaire oöcyte:
1e meiotische deling afgewerkt + poollichaam wordt afgescheiden