H13: BLOEDVATEN EN BLOEDOMLOOP
Zuurstofrijk bloed via arterie en
arteriool in netwerk van capillairen
Zuurstofarm bloed in venulen samen
naar venen
Begin: arterie, einde: venu cava
12.1. STRUCTUUR VAN
BLOEDVATENWANDEN
1. BOUW BLOEDVATEN
Tunica interna (intima) = binnenste laag in contact met bloed
-> dun laagje elastisch bindweefsel (epitheel)
Tunica media = middelste laag van glad spierweefsel, in matrix van elastische
en collageenvezels
-> vasoconstructie of -dilatatie
Tunica externa (adventitia) = buitenste laag van los bindweefsel
-> vooral collagene vezels
-> verbinding met organen
Aorta
= elastische arteriën
-> tunica media veel elastisch weefsel + minder glad
spierweefsel
-> drukgolven opvangen
Arteriolen
= kleinere arteriën
-> tunica media minder elastisch weefsel + meer glad
spierweefsel
-> sympathicus: vasoconstructie vasodilatatie
Arteriën
1. Arteriële anastomosen: met elkaar verbonden, handen, voeten, hersenen +
afsluiting andere kant
2. Eind arteriën: afsluiting afsterven, herseninfarct, hartinfarct
, Capillairen
= kleinste vaten
-> tunica intima op basaal membraan
-> makkelijk stoffen en gassen uitwisselen
-> capillaire sfincters aan begin als toegangsdeuren (niet altijd dezelfde hoeveelheid
bloed nodig)
Venulen en venen
= capaciteitsvaten
-> wanden veel dunner
-> venen hebben lage bloeddruk
-> kleppen (tunica intima met bindweefsel)
-> veneuze anastomen in voet (komen vaker voor dan arteriële)
Grote, dikke, binnenste Enkel epitheellaagje (tunica
spierlaag intima)
2. ARTERIËN
Elastische 2,5 - Grootste, dichtbij hart
arteriën cm - Veel elastisch bindweefsel in tunica media
- Transportfunctie (windketel)
- Zetten uit/lrimpen in bij systole/diastole
Gespierde 0,4 - Middelgrote arteriën
arteriën cm - Veel glad spierweefsel in tunica media
, - Distributiefunctie
Arteriolen 30 - Kleine vertakkingen van middelgrote arteriën
µm - ½ spierlagen dikke tunica media
- Voeden haarvaten
- Vasodilatatie en -constrictie voor regeling bloeddruk &
doorstroming
Windketeleffect = pulsatiele
karakter van bloedstroom door
geleidingsvaten omgezet naar
gestage flow.
Constante druk
eens bloed in
capillairen en
venen gaan
3. CAPILLAIREN
Uitwisseling
tussen bloed
en
omringende
interstitiële vloeistof (enigste plaats)
Dunne wand
Kleine diffusieafstand
Vertraagde bloeddoorstroming
Zuurstofrijk bloed via arterie en
arteriool in netwerk van capillairen
Zuurstofarm bloed in venulen samen
naar venen
Begin: arterie, einde: venu cava
12.1. STRUCTUUR VAN
BLOEDVATENWANDEN
1. BOUW BLOEDVATEN
Tunica interna (intima) = binnenste laag in contact met bloed
-> dun laagje elastisch bindweefsel (epitheel)
Tunica media = middelste laag van glad spierweefsel, in matrix van elastische
en collageenvezels
-> vasoconstructie of -dilatatie
Tunica externa (adventitia) = buitenste laag van los bindweefsel
-> vooral collagene vezels
-> verbinding met organen
Aorta
= elastische arteriën
-> tunica media veel elastisch weefsel + minder glad
spierweefsel
-> drukgolven opvangen
Arteriolen
= kleinere arteriën
-> tunica media minder elastisch weefsel + meer glad
spierweefsel
-> sympathicus: vasoconstructie vasodilatatie
Arteriën
1. Arteriële anastomosen: met elkaar verbonden, handen, voeten, hersenen +
afsluiting andere kant
2. Eind arteriën: afsluiting afsterven, herseninfarct, hartinfarct
, Capillairen
= kleinste vaten
-> tunica intima op basaal membraan
-> makkelijk stoffen en gassen uitwisselen
-> capillaire sfincters aan begin als toegangsdeuren (niet altijd dezelfde hoeveelheid
bloed nodig)
Venulen en venen
= capaciteitsvaten
-> wanden veel dunner
-> venen hebben lage bloeddruk
-> kleppen (tunica intima met bindweefsel)
-> veneuze anastomen in voet (komen vaker voor dan arteriële)
Grote, dikke, binnenste Enkel epitheellaagje (tunica
spierlaag intima)
2. ARTERIËN
Elastische 2,5 - Grootste, dichtbij hart
arteriën cm - Veel elastisch bindweefsel in tunica media
- Transportfunctie (windketel)
- Zetten uit/lrimpen in bij systole/diastole
Gespierde 0,4 - Middelgrote arteriën
arteriën cm - Veel glad spierweefsel in tunica media
, - Distributiefunctie
Arteriolen 30 - Kleine vertakkingen van middelgrote arteriën
µm - ½ spierlagen dikke tunica media
- Voeden haarvaten
- Vasodilatatie en -constrictie voor regeling bloeddruk &
doorstroming
Windketeleffect = pulsatiele
karakter van bloedstroom door
geleidingsvaten omgezet naar
gestage flow.
Constante druk
eens bloed in
capillairen en
venen gaan
3. CAPILLAIREN
Uitwisseling
tussen bloed
en
omringende
interstitiële vloeistof (enigste plaats)
Dunne wand
Kleine diffusieafstand
Vertraagde bloeddoorstroming