3.1 Geluid zijn trillingen
Inleiding:
- Geluid wordt voorgebracht door een trillend voorwerp (bv. de snaren van
een gitaar. Als je met je vingers de snaren van een gitaar doet trillen,
ontstaat er een geluid)
De gitaar is de
geluidsbron.
Proef 1:
De opdracht:
- Je zet een afgaande wekker onder een plastieken omhulsel en je zuigt
m.b.v. een vacuümpomp alle lucht eruit.
Waarneming:
- Je hoort de bel niet meer, doordat alle lucht eruit is gezogen.
Besluit:
- Geluid heeft een middenstof (gas, vast, vloeistof) nodig om zich voor te
planten.
Enkele dingen om te weten:
- Middenstof = meestal lucht
- Trillingen van de geluidsbron afwisselend wordt de lucht
samengedrukt en ontspannen.
- Geluid plant zich voor onder geluidsgolven.
Toonhoogte en geluidssterkte:
- Toonhoogte
Toonhoogte = Het aantal trillingen per seconde.
- uitdrukking Hz (Hertz)
korte
lange golflengte
golflengte
, Biologie: Hoofdstuk 3: Het oor
- Hoe hoger de toon, hoeveelste meer trillingen/s, hoe korter de golflengte.
- Hoe lager de toon, hoeveelste minder trillingen/s, hoe langer de
- Een golflengte.
mens kan horen vanaf 50 Hz tot 20 000 Hz.
- Vleermuis, bosmuis, dolfijn, walvis kunnen hogere tonen waarnemen
dan mensen.
- Geluidssterkte
- Tonen die te HOOG zijn voor mensen om te horen = ultratonen
Geluidssterkte = De hoeveelheid energie er aanwezig is in een
- Tonen die te LAAG zijn voor mensen om te horen = infratonen/infrasonen
geluid/geluidsintensiteit.
- uitdrukking dB (decibel)
- Hoe groter de uitwijking van de geluidsbron, hoe luider het geluid.
- Hoe kleiner de uitwijking van de geluidsbron, hoe stiller het geluid.
- Vanaf 90dB kan je gehoorschade oplopen.
- Het verschil tussen dB is gigantisch. bv. Je gaat naar een fuif waar
luide muziek wordt gespeeld, later op de avond ga je terug naar huis en
je merkt dat je horen raar aanvoelen.