Hematologie
Bloed: 8% lichaamsgewicht
Functies bloed:
Transport van gassen en cellen
Nutritief: glucose, AZ, water, ionen
Excretoir: CO2/nier
Homeostase: T, pH, H2O, electrolieten
Regulatoir: hormonen transport
Immunologisch: plasma-eiwitten, bloedgroepen
Componenten:
Plasma: 55%
o EC vocht
o Electrolieten, lipiden, proteïnen, hormonen,
stollingsfactoren, gassen
Cellen: 45%: RBC, WBC, thrombocyten
Serum: rest van het plasme na stolling (plasma – stollingsfactoren)
Meeste bloednames met EDTA of citraat
Plasmaproteïnes:
Hoofdzakelijk: albumines 4g%, globulines 3g%
Productie in lever
Blijven steeds in BB
Viscositeit: totaal bloed > plasma > serum > water
Semipermeabel membraan waar H2O wel kan diffunderen en stoffen (albumines, globulines) niet
kunnen diffunderen -> osmotische druk
Osmotische druk albumines, globulines: vocht terug van interstitium naar BB -> in BB de
concentratie albumines laag houden
In BB is de druk hoger dan in interstitium: vocht terug in richting van intersitium
Plasma oncotische druk = 25mmHg: water van interstitium naar bloedbaan
Viscositeit 2 = viscositeit van plasma
Normale range in de buurt van 45%
Aan 50% hematocrit neemt de viscositeit sterk
toe
Bij lage hematocritis -> viscositeit neemt toe
door de stickiness van RBC
Bij hoge hematocritis neemt de viscositeit toe
door de cell deformatie
1
, Plasma zonder RBC: hoge flow bereiken
Hogere hematocrit -> meer druk nodig om
dezelfde flow te breiken
Hematocriet is een meting van zowel het aantal
als de grootte van de rode bloedlichaampjes die
aanwezig zijn in een bloedmonster.
Ook wel packt cell volume (PCV)
RBC
Kenmerken:
Biconcave schijf
Uitgebreid cytoskelet maar flexibel
Geek kern, mitochondria, krebcyclus
Wel glycolyse en pentosefosfaatpathway (PPP)
Metabolisme: behoud vorm, gradiënten en reductie metHb-Hb
Typische metingen: hematocyt bepaling (volume bepaling), aantal RBC tellen in een grid,
biochemische bepaling (Hgb bepaling)
-> hematocyt: man: 40-45%, vrouw: 36-42%
-> aantal RBC: man: 5,4 10^6 /mm 3, vrouw: 4,8 10^6/mm3
-> Hgb: 15gm/dl of 150 gm/l
Afgeleide parameters:
-> MCV: mean cell volume = Hct/aantal RBC in [μ3]
-> MCH: mean corpuscular Hb = Hgb/ aantal RBC (pg = picogram)
2
Bloed: 8% lichaamsgewicht
Functies bloed:
Transport van gassen en cellen
Nutritief: glucose, AZ, water, ionen
Excretoir: CO2/nier
Homeostase: T, pH, H2O, electrolieten
Regulatoir: hormonen transport
Immunologisch: plasma-eiwitten, bloedgroepen
Componenten:
Plasma: 55%
o EC vocht
o Electrolieten, lipiden, proteïnen, hormonen,
stollingsfactoren, gassen
Cellen: 45%: RBC, WBC, thrombocyten
Serum: rest van het plasme na stolling (plasma – stollingsfactoren)
Meeste bloednames met EDTA of citraat
Plasmaproteïnes:
Hoofdzakelijk: albumines 4g%, globulines 3g%
Productie in lever
Blijven steeds in BB
Viscositeit: totaal bloed > plasma > serum > water
Semipermeabel membraan waar H2O wel kan diffunderen en stoffen (albumines, globulines) niet
kunnen diffunderen -> osmotische druk
Osmotische druk albumines, globulines: vocht terug van interstitium naar BB -> in BB de
concentratie albumines laag houden
In BB is de druk hoger dan in interstitium: vocht terug in richting van intersitium
Plasma oncotische druk = 25mmHg: water van interstitium naar bloedbaan
Viscositeit 2 = viscositeit van plasma
Normale range in de buurt van 45%
Aan 50% hematocrit neemt de viscositeit sterk
toe
Bij lage hematocritis -> viscositeit neemt toe
door de stickiness van RBC
Bij hoge hematocritis neemt de viscositeit toe
door de cell deformatie
1
, Plasma zonder RBC: hoge flow bereiken
Hogere hematocrit -> meer druk nodig om
dezelfde flow te breiken
Hematocriet is een meting van zowel het aantal
als de grootte van de rode bloedlichaampjes die
aanwezig zijn in een bloedmonster.
Ook wel packt cell volume (PCV)
RBC
Kenmerken:
Biconcave schijf
Uitgebreid cytoskelet maar flexibel
Geek kern, mitochondria, krebcyclus
Wel glycolyse en pentosefosfaatpathway (PPP)
Metabolisme: behoud vorm, gradiënten en reductie metHb-Hb
Typische metingen: hematocyt bepaling (volume bepaling), aantal RBC tellen in een grid,
biochemische bepaling (Hgb bepaling)
-> hematocyt: man: 40-45%, vrouw: 36-42%
-> aantal RBC: man: 5,4 10^6 /mm 3, vrouw: 4,8 10^6/mm3
-> Hgb: 15gm/dl of 150 gm/l
Afgeleide parameters:
-> MCV: mean cell volume = Hct/aantal RBC in [μ3]
-> MCH: mean corpuscular Hb = Hgb/ aantal RBC (pg = picogram)
2