Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Statistiek 1 (tweede semester)

Beoordeling
3,0
(1)
Verkocht
2
Pagina's
66
Geüpload op
25-05-2022
Geschreven in
2021/2022

Samenvatting van het tweede semester van statistiek 1, gegeven door professor Peter Thijssen. Ik maakte hem a.d.h.v. het handboek 'Statistisch gezien' (HS 8 t.e.m. 14) en de lessen (dus ook extra opmerkingen en verduidelijking). Als jaartotaal behaalde ik hiermee een 17/20. (De samenvatting van het 1e semester verkoop ik ook.)

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

8 Maybe yes, maybe no
8.1 Inleiding
Beschrijvende statistiek (1e SEM):
Het beschrijven v/d gegevens v/e steekproef of populatie m.b.v. tabellen, grafieken en kengetallen

Inferentiële statistiek (2e SEM):
Op basis van steekproefgegevens uitspraken doen over de populatie
→ Kansberekening gaat over de relatie tussen steekproeven en populaties

‘van lot naar kans’ -> de mens wil in toenemende mate onzekerheid vatten & inzichten verkrijgen in
de kansen op bepaalde gebeurtenissen (bv. verzekeringsmaatschappijen, beleidsmakers,…)
→ we willen het proces dat aanleiding geeft tot veranderlijke uitkomsten begrijpen zodat we
uitspraken kunnen doen over de werkelijkheid los v/e specifieke waarnemingsbasis

Kansen = relatieve frequenties ‘in the long run’
-> Mensen zijn slecht in het inschatten van kansen want men redeneert vaak op korte runs

8.1.1 Basisbegrippen kansberekening
Deterministisch proces
= een proces waarvan de uitkomst zeker is, men weet wat er zal gebeuren (zekerheid = relatief)

<-> Stochastisch proces / toevalsproces (‘kansexperiment’)
= een proces waarvan de uitkomsten onzeker zijn
-> resulteert in bepaalde uitkomsten waaraan telkens een bepaalde waarschijnlijkheid gekoppeld is

Kwantitatieve kansrekening = ‘stochastiek’ -> kansvariabelen = ‘stochasten’ (gesymboliseerd door X)

Toevalsgebeuren/gebeurtenis
= specifieke (groep van) uitkomst(en) van een stochastisch proces
-> een gebeurtenis ‘doet zich voor’
(w gesymboliseerd met een hoofdletter OF een kleine x met een subscript: xi -> bv. x1, x6, x18,…)

→ Elementaire gebeurtenis -> behelst slechts 1 uitkomst: bv. A = {1}
(-> verschillende elementaire toevalsgebeurens van eenzelfde stochastisch proces overlappen niet)
→ Samengestelde gebeurtenis -> behelst meerdere uitkomsten, heeft betrekking op meerdere
elementaire toevalsgebeurens v/h stochastisch proces: bv. B = {2, 4, 6}

Uitkomstenruimte S = de verzameling van alle mogelijke elementaire toevalsgebeurens die horen bij
een bepaald stochastisch proces bv. S = {1, 2, 3, 4, 5, 6} of S = {k, m}
-> S bevat alle mogelijke elementaire toevalsgebeurens
= exhaustief stelsel -> de elementaire toevalsgebeurens van S vormen een volledig stelsel, ze zijn
mutueel exclusief & exhaustief
-> S komt van Sample Space: alle mogelijke uitkomsten die in aanmerking komen voor een steekproef
uit deze verzameling

➔ Elk toevalsgebeuren xi (elementair/samengesteld)
= een deelverzameling / partitie uit de uitkomstenruimte S (in symbolen: xi ⊂ S)


1 Johanna Verstraelen

,Verzameling = een duidelijk afgebakend geheel van objecten (de elementen v/d verzameling), die
objecten moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen om tot de verzameling te behoren
-> verzameling wordt afgekort met een hoofdletter (A, B,…)
-> een opsomming geeft weer welke elementen tot verzameling behoren (gescheiden door komma’s)
& het geheel w tussen accolades geplaatst

Lege verzameling = een verzameling die geen enkel element bevat -> symbool: ∅ (fi)

Singleton = een verzameling die slechts 1 element bevat (bv. E = {2})

A = deelverzameling van B (A⊂B)
indien verzameling A slechts een deel v/d elementen uit verzameling B bevat
-> de lege verzameling ∅ = een deelverzameling van ALLE verzamelingen

Gelijke verzamelingen = verzamelingen die exact dezelfde elementen bevatten
bv. A = {s, t, a, i, e, k} en B = {x | x is een letter uit het woord ‘statistiek’} → A = B

Kanstheorie: een experiment = steeds gekoppeld aan een uitkomstenruimte S (de verzameling
waarin alle mogelijke uitkomsten v/h kansexperiment vervat zitten)
-> toevalsgebeurens = deelverzamelingen v/d uitkomstenruimte

Unie van 2 verzamelingen A & B → A OF B → A ∪ B (`A unie B’)
= de verzameling van alle elementen die of in A, of in B, of in beide
verzamelingen zitten
bv. A = {a, c, e} & B = {a, e, i, o, u} → A ∪ B = {a, c, e, i, o, u}


Doorsnede van 2 verzamelingen A & B → A EN B → A ∩ B (`A doorsnede B’)
= de verzameling van alle elementen die zowel in A, als in B zitten
bv. A = {a, c, e} & B = {a, e, i, o, u} → A ∩ B = {a, e}


Disjuncte / mutueel exclusieve gebeurtenissen
= gebeurtenissen die geen gemeenschappelijke uitkomsten bevatten
-> de doorsnede = leeg, de kans op doorsnede = 0
bv. A = {1} & B = {2, 4, 6} -> A ∩ B = ∅

Complement van A → Ac of 𝑨̅=S\A
-> alles wat niet in A zit -> de uitkomstenruimte - A
bv. A = {1} & S = {1, 2, 3, 4, 5, 6} → 𝐴̅ = {2, 3, 4, 5, 6}



Verschil van 2 verzamelingen A & B → verschil van A en B → A \ B
= de verzameling van alle elementen van A die niet in B zitten
-> we vertrekken van A en halen alle elementen die ook in B zitten eruit
bv. A = {a, b, c, d, e} & B = {a, e, i, k, s, t} → A \ B = {b, c, d}




2 Johanna Verstraelen

,We kunnen een uitkomstenruimte/sample space S partitioneren
-> een partitie = EXHAUSTIEF en DISJUNCT

→ G1 ={1}, G2 ={2,4,6} en G3 ={3,5} vormen een partitie/volledig stelsel, want ze zijn:

- exhaustief -> als je ze allemaal samenneemt, heb je de volledige uitkomstenruimte
-> G1 ∪ G2 ∪ G3 = S = {1,2,3,4,5,6}
- twee aan twee disjunct (doorsnedes zijn leeg -> mutueel exclusief/disjunct)
-> G1 ∩ G2 ∩ G3 = ∅

Machtsverzameling M(S)
-> indien verzameling S in totaal n verschillende elementen bevat,
is het mogelijk om 2n deelverzamelingen te maken: #S = n → #M(S) = 2n
# = het kardinaalgetal, ‘het aantal elementen van’

vb1. S = {1,2,3} -> S bevat 3 elementen -> we kunnen 23 = 8 verschillende deelverzamelingen maken
→ M(S) = { Ø,{1},{2},{3},{1,2},{1,3},{2,3},{1,2,3} }

vb2. M(S) v/d uitkomstenruimte S = {1,2,3,4,5,6} (het stochastisch proces ‘opgooien v/e eerlijke
dobbelsteen en registreren v/h aantal ogen’) bevat 6 elementen
-> 26 = 64 → er zijn 64 mogelijke elementaire/samengestelde toevalsgebeurens
→ M(S) = { Ø,{1},{2},{3},{4},{5},{6},{1,2},{1,3},… {1,2,3},{1,2,4},…,{1,2,3,4,5,6} }

8.1.2 De kansdefinitie
→ de kans P(G) drukt uit hoe waarschijnlijk / onwaarschijnlijk de gebeurtenis G is
bv. P({2 gooien met eerlijke dobbelsteen}) = 1/6

P = functie die met elke G uit M(S) een reëel getal P(G) tussen 0 en 1 associeert

G ➔ Functie P ➔ P(G)
(Element uit M(S)) (Getal tussen 0 en 1)
{2} ➔ Functie P ➔ P({2}) = 1/6


Kans P = een functie die elk toevalsgebeuren A met een welbepaald getal P(A) verbindt
-> P(A) = een kwantitatieve weergave v/d mogelijkheid dat het gebeuren A plaatsvindt

→ de kans P(A)
= een wiskundige functie die elementen uit bepaald domein (de uitkomsten uit de uitkomstenruimte)
afbeeldt op een reëel getal (het beeld = de kans op voorkomen)
volgens een bepaald functievoorschrift / kansdefinitie




3 Johanna Verstraelen

, De kansdefinitie neemt 3 vormen aan:

8.1.2.1 Subjectieve kansdefinitie (Gokkans)
-> intuïtieve inschatting, vaak gebaseerd op eigen ervaring, vaag
bv. `kans om lotto te winnen is erg klein’

8.1.2.2 Empirische kansdefinitie (Zweetkans)
-> een kans berekenen door een stochastisch proces heel vaak uit te voeren
(de steekproefgrootte n moet zeer groot zijn: n -> oneindig)
𝑓𝑖
-> geregeld de relatieve frequentie (fi*) 𝑛
berekenen (= benadering voor de ‘echte’ kans)
𝑓𝑖
-> kijken waar de waarden 𝑛
naartoe gaan als n toeneemt
𝑓𝑖
→ de `limietwaarde’ is de gezochte kans 𝑃(𝐴) = lim
𝑛→∞ 𝑛

𝑓𝑖
P= 𝑛
→ De wet van de grote getallen: de relatieve frequentie zal pas in de long run (voor een
voldoende grote n) evolueren naar de theoretische kans
-> de successen moeten niet gelijkmatig verdeeld zijn over de pogingen


bv. kans om 2 te gooien bij eerlijke dobbelsteen
-> bij weinig observaties/worpen zeer onvoorspelbaar, bij veel
worpen (richting oneindig) zeer voorspelbaar!




8.1.2.3 Theoretische kansdefinitie / kansdefinitie van Laplace (Weetkans)
-> het aantal gunstige uitkomsten (successen) gedeeld door het aantal mogelijke uitkomsten
# A # gunstige
P( A) = =
# S # mogelijke

-> veronderstelt dat elke uitkomst even plausibel is
→ uniforme kansverdeling: elk elementair toevalsgebeuren wordt verbonden met eenzelfde kans,
alle mogelijke uitkomsten zijn even waarschijnlijk
-> `kansverdeling van elementaire gebeurtenissen is uniform’ -> vandaar ‘eerlijke’ dobbelsteen

8.1.2.4 Axiomatische kansdefinitie
➔ De empirische & de theoretische kansdefinitie beantwoordt aan 3 basisregels / axioma’s

De reële functie P moet voldoen aan 3 axioma’s:

1. 0 ≤ P(A) ≤1
-> een kans ligt altijd tussen 0 en 1
2. P(S) = 1
-> de kans op de volledige uitkomstenruimte S (het kansuniversum) is 1
-> in de praktijk betekent dit dat er geen andere uitkomsten mogelijk zijn dan die uit S
3. Als A en B disjuncte gebeurtenissen zijn (A ∩ B = ø), geldt dat P (A U B) = P(A) + P(B)



4 Johanna Verstraelen

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 8 t.e.m. 14
Geüpload op
25 mei 2022
Bestand laatst geupdate op
10 juni 2022
Aantal pagina's
66
Geschreven in
2021/2022
Type
SAMENVATTING
€7,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
Samenvatting Statistiek 1 (volledig jaar) 2021-2022
-
7 2 2022
€ 12,49 Meer info

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
1 jaar geleden

3,0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
johannaverstraelen Universiteit Antwerpen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
61
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
29
Documenten
6
Laatst verkocht
4 maanden geleden

4,7

7 beoordelingen

5
6
4
0
3
1
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen