,Inhoud
Hoofdstuk 4; Maatschappelijk verantwoord ondernemen.....................................................................3
4.1; maatschappelijke verantwoordelijkheid......................................................................................3
4.2; Maatschappelijk en economisch..................................................................................................4
4.3; vergroening van management (Planet).......................................................................................4
4.4; waardemanagement (People).....................................................................................................5
4.5; maatschappelijk verantwoord handelen (Profit).........................................................................5
Hoofdstuk 5; innovatie en verandering..................................................................................................7
5.1; veranderingsproces.....................................................................................................................7
5.2; innovatie stimuleren....................................................................................................................7
5.3; disruptieve innovatie...................................................................................................................8
5.4; veranderingsmanagent................................................................................................................8
5.4; Veranderingsweerstand............................................................................................................10
5.5; Omgang met verandering..........................................................................................................10
Hoofdstuk 6; besluitvorming................................................................................................................13
6.1; besluitvormingsproces...............................................................................................................13
6.2; De manager als beslisser...........................................................................................................14
6.3; fouten in besluitvorming...........................................................................................................16
Hoofdstuk 7; Planning..........................................................................................................................17
7.1; Wat is planning?........................................................................................................................17
7.2; waarom plannen managers?.....................................................................................................17
7.3; Hoe plannen managers?............................................................................................................17
7.4; Doelstellingen formuleren en plannen ontwikkelen..................................................................19
7.5; actuele planning zaken..............................................................................................................20
, Hoofdstuk 4; Maatschappelijk verantwoord
ondernemen
4.1; maatschappelijke verantwoordelijkheid
Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) gaat er vanuit dat een bedrijf verantwoordelijk
is voor de effecten van de bedrijfsactiviteit op mens, milieu en bedrijfsvoering. Hierbij komen de drie
P’s naar voren; People, Planet en Profit.
Belangrijk aan MVO:
People Er wordt waarde gecreëerd
sociale op elke ‘P’
verantwoordelijk MVO is maatwerk. Voor elk
heid
bedrijf dus anders.
Bij elke beslissing wordt er
Planet Profit rekening gehouden met alle
milieubeschermi generen van ‘p’s’.
ng inkomsten
Angelsaksische model VS Rijnlandse model
MVO is vanuit twee invallen hoeken de te bekijken; de klassieke, Angelsaksische kant en de
Sociaaleconomische, Rijnlandse model.
Klassieke zienswijze Sociaaleconomische zienswijze
Maximale winst is de enige Naast winst maken is het beschermen
verantwoordelijkheid van een en verbeteren van de welzijn ook een
onderneming. Aandeel houders verantwoordelijkheid van de
tevreden houden is hierbij het doel. onderneming. Kwaliteit en geluk is
Alles staat in teken van maximale hierin belangrijk. Ondernemingen
winst. moeten zich naast de aandeelhouders
ook verantwoorden naar de
samenleving.
Het grootse verschil tussen deze twee denk invalshoeken is de aflegging van verantwoording. Bij de
klassieke verhaal draait het voornamelijk om geld. Met als gevolg uitputting van geluk, plezier en
milieu. Daarin tegen is deze zienswijze duidelijk en makkelijk meetbaar. De sociale kant beweert
naast winst ook een verantwoording te hebben naar alle stakeholder, personen de te maken
hebben met de gevolgen van de onderneming. Bij de Rijnlandse methode is dus meer ruimte voor de
menselijke maat, maar dit gaat wel ten kosten van de besluitvorming en de economische kansen
van een onderneming. Deze modellen zijn twee uiterste. Een fase schema toont de nuance van deze
invalshoeken;
Sociaal
Klassiek Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 economisch
Eigenaren en Werknemers Belanghebbende Gehele
managers van het bedrijf samenleving
Hoofdstuk 4; Maatschappelijk verantwoord ondernemen.....................................................................3
4.1; maatschappelijke verantwoordelijkheid......................................................................................3
4.2; Maatschappelijk en economisch..................................................................................................4
4.3; vergroening van management (Planet).......................................................................................4
4.4; waardemanagement (People).....................................................................................................5
4.5; maatschappelijk verantwoord handelen (Profit).........................................................................5
Hoofdstuk 5; innovatie en verandering..................................................................................................7
5.1; veranderingsproces.....................................................................................................................7
5.2; innovatie stimuleren....................................................................................................................7
5.3; disruptieve innovatie...................................................................................................................8
5.4; veranderingsmanagent................................................................................................................8
5.4; Veranderingsweerstand............................................................................................................10
5.5; Omgang met verandering..........................................................................................................10
Hoofdstuk 6; besluitvorming................................................................................................................13
6.1; besluitvormingsproces...............................................................................................................13
6.2; De manager als beslisser...........................................................................................................14
6.3; fouten in besluitvorming...........................................................................................................16
Hoofdstuk 7; Planning..........................................................................................................................17
7.1; Wat is planning?........................................................................................................................17
7.2; waarom plannen managers?.....................................................................................................17
7.3; Hoe plannen managers?............................................................................................................17
7.4; Doelstellingen formuleren en plannen ontwikkelen..................................................................19
7.5; actuele planning zaken..............................................................................................................20
, Hoofdstuk 4; Maatschappelijk verantwoord
ondernemen
4.1; maatschappelijke verantwoordelijkheid
Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) gaat er vanuit dat een bedrijf verantwoordelijk
is voor de effecten van de bedrijfsactiviteit op mens, milieu en bedrijfsvoering. Hierbij komen de drie
P’s naar voren; People, Planet en Profit.
Belangrijk aan MVO:
People Er wordt waarde gecreëerd
sociale op elke ‘P’
verantwoordelijk MVO is maatwerk. Voor elk
heid
bedrijf dus anders.
Bij elke beslissing wordt er
Planet Profit rekening gehouden met alle
milieubeschermi generen van ‘p’s’.
ng inkomsten
Angelsaksische model VS Rijnlandse model
MVO is vanuit twee invallen hoeken de te bekijken; de klassieke, Angelsaksische kant en de
Sociaaleconomische, Rijnlandse model.
Klassieke zienswijze Sociaaleconomische zienswijze
Maximale winst is de enige Naast winst maken is het beschermen
verantwoordelijkheid van een en verbeteren van de welzijn ook een
onderneming. Aandeel houders verantwoordelijkheid van de
tevreden houden is hierbij het doel. onderneming. Kwaliteit en geluk is
Alles staat in teken van maximale hierin belangrijk. Ondernemingen
winst. moeten zich naast de aandeelhouders
ook verantwoorden naar de
samenleving.
Het grootse verschil tussen deze twee denk invalshoeken is de aflegging van verantwoording. Bij de
klassieke verhaal draait het voornamelijk om geld. Met als gevolg uitputting van geluk, plezier en
milieu. Daarin tegen is deze zienswijze duidelijk en makkelijk meetbaar. De sociale kant beweert
naast winst ook een verantwoording te hebben naar alle stakeholder, personen de te maken
hebben met de gevolgen van de onderneming. Bij de Rijnlandse methode is dus meer ruimte voor de
menselijke maat, maar dit gaat wel ten kosten van de besluitvorming en de economische kansen
van een onderneming. Deze modellen zijn twee uiterste. Een fase schema toont de nuance van deze
invalshoeken;
Sociaal
Klassiek Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 economisch
Eigenaren en Werknemers Belanghebbende Gehele
managers van het bedrijf samenleving